Nog twee jaar in een noodgebouwtje

Het afgelopen Oudjaar werden 22 scholen in brand gestoken. Vijf brandden volledig af. Hoe gaat het met de kinderen verder? „Er was geen paperclip over.”

Er staat een ronkende touringcar klaar. Ouders zetten er hun kinderen af, vluchtige kussen, rugzakjes. Ze zwaaien voor het raam. Maar dit is geen schoolreisje.

Dit is de bus van de Vrije School in Zoetermeer. De school werd op 28 december door vandalen in brand gestoken. Er is niets meer van over. Sindsdien rijdt er dagelijks een bus naar een noodgebouw aan de andere kant van de stad.

De Vrije School Zoetermeer is één van de 22 scholen die de afgelopen kerstvakantie in vlammen opgingen. Centraal Beheer, dat bijna alle scholen verzekert, zal de premies eind dit jaar verhogen. Het kan niet anders, zegt Ton Broeders van Centraal Beheer. Het kwam de afgelopen tien jaar niet voor dat zoveel scholen tegelijk afbrandden met Oud en Nieuw. „Het lijkt wel een trend.”

Vijf scholen brandden volledig uit. Dat zijn miljoenenbranden. „Er was geen paperclip over”, zegt Noor Vasi, directeur van de Vrije School Zoetermeer.

Wat doe je, als je school tot de grond toe is afgebrand? Vooral non-stop improviseren, vertellen vier directeuren die het overkwam. Een nieuwe locatie is vrij snel gevonden, zeggen ze.

De Parnassia-school in Santpoort bijvoorbeeld. Die was nota bene in april vorig jaar al een keer afgebrand. De leerlingen zaten al op een noodlocatie, en moeten daar nu langer blijven, zegt directeur Jan Vink. De Vrije School Zoetermeer betrok een gebouw dat de gemeente achter de hand houdt voor noodgevallen. De Borgloschool (135 leerlingen) in Deventer, afgebrand op Oudjaarsdag, kon tijdelijk in een oude nijverheidsschool die ze deelt met moeilijk opvoedbare kinderen. De Van der Capellenschool in Elburg (vmbo-mavo, 225 leerlingen), afgebrand op Oudjaarsdag, deelt nu een gebouw met een christelijke school voor voortgezet onderwijs.

Als je dan weer een dak boven je hoofd hebt, begint het grote klussen. Een enorme operatie, zeggen de directeuren. Maar ouders, leerlingen en leerkrachten hielpen mee. In Zoetermeer mat een groepje moeders, toen de school nog dicht was in de kerstvakantie, aan de buitenkant alvast raampjes op en maakte gordijntjes. Ouders kwamen in oude kleren, met koffie, poppenhuizen, blokken, boeken, koek en broodjes, om te verven en schoon te maken. De plaatselijke middenstand leverde vaatwassers, oventjes, koffiezetters en computers, vertellen de directeuren. Zomaar. In Deventer kwam een schoenenzaak met gratis gymschoenen ter vervanging van de verbrande. Bevriende scholen belden om te zeggen dat ze nog bankjes en stoelen in de opslag hadden, zegt Jan Vink van de Parnassiaschool. Ongelooflijk zeggen de directeuren, wat er na zoiets vreselijks aan liefde, aan saamhorigheid, aan energie vrijkomt. „In drie dagen was alles geverfd en ingericht”, zegt Noor Vasi.

Maar dan.

Zo’n twee weken later. Dan heb je als directeur onafgebroken achttien uur per dag gewerkt. „Het gewone werk schiet er voortdurend bij in”, zegt Jan Vink. De leraren zijn op, de brand dreunt na bij leerkrachten en kinderen. Dan komt de klap. Het besef dat alles, álles weg is. De leerlingvolgsystemen, de registratie, administratie, harde schijven. Maar ook leermethoden die docenten zelf hebben gemaakt. Verkleedspullen, jaarplannen, muziekinstrumenten. Je eigen onhandige systemen, waar je mee hebt leren lezen en schrijven. „Ik pak per dag nog zes, zeven keer een map die er niet meer is”, zegt directeur Steven Diepeveen van de Borgloschool.

De impact op de kinderen blijft groot, zelfs na twee maanden. Een moeder bij de bus in Zoetermeer, over haar dochter: „Ik vind dat ze nog steeds drukker is dan vroeger. Sneller moe, huileriger.” Een andere moeder: „Mijn kind zit pas sinds vorig jaar op school. Maar kinderen die er al hun hele leven zitten, zijn alles kwijt, alles wat ze gemaakt hebben.”

Directeur Diepeveen: „Het is hun huis dat is afgebrand.”

Kinderen van groep drie hebben er het meeste last van, zegt moeder Saskia Vroomen bij de deur van de noodschool in Zoetermeer. „Kleuters leven nog een beetje in hun eigen droomwereld en oudere kinderen kunnen het al beter begrijpen. Maar bij kinderen van rond de zes, zeven, gaan de emoties nog alle kanten op.”

Jan Vink, van de Parnassiaschool: „Er was een meisje in tranen omdat ze dacht dat ook zij weer helemaal opnieuw moest beginnen op school.”

Toch zijn er ook, vreemd genoeg, voordelen aan zo’n brand, zegt Han Giesen van de vmbo Van der Capellenschool in Elburg. De cijfers van de leerlingen zijn omhooggegaan. Er staat niemand meer op de lijst van ‘probleemleerlingen’. „Misschien dat ze denken ‘het is al lastig genoeg allemaal’. Maar de sfeer is hier alleen maar beter geworden.”

In Zoetermeer zijn vorige maand twee jongens van 14 en 16 jaar gepakt. Ze hebben bekend de brand te hebben aangestoken. De andere schooldirecteuren tasten nog in het duister over de toedracht. Vandalisme natuurlijk, zeggen ze. Maar wat kan je doen?

Centraal Beheer vindt dat er standaard hekken moeten komen rond de terreinen, en camera’s. En scholen moet verplicht worden een sprinklerinstallatie te hebben, vindt Ton Broeders. „Misschien moeten we er op den duur naartoe dat scholen die helemaal niets aan preventie doen, zich niet meer kunnen verzekeren.”

„Maar wij hádden al camera’s”, zegt directeur Steven Diepeveen uit Deventer. „Maar er was niets op te zien, door de dichte mist die avond.” Jan Vink wil best hekken, maar dat mag niet van de gemeente omdat het schoolterrein ook een openbare speelplaats is. En sprinklers zijn veel te duur voor scholen. „Het zou toch niet nodig moeten zijn een particulier beveiligingsbedrijf in te schakelen”, zegt Han Giesen uit Elburg. „Maar misschien moeten we er toch aan geloven.”

De gemeente Elburg weet nog niet waar de nieuwe school gebouwd zal worden; in Zoetermeer, Deventer en Santpoort wordt een nieuwe school gebouwd op de oude locatie.

Tot die tijd blijft het behelpen, in Zoetermeer. Als iemand door de gang van het noodgebouwtje loopt, dreunt dat door in elke klas. In groep drie zitten de kinderen op elkaars lip. In het lokaal is een papieren tussenwandje geplaatst, daarachter zit een andere klas, met bijbehorend rumoer. Noor Vasi houdt kantoor in een bezemkast zonder ramen. Er is geen ruimte voor toneel of gym.

Hier zitten ze nog twee jaar, tot de nieuwe school klaar is, in 2010. „Dan zit ik in groep 8”, zegt Bo (9), opgeruimd, voorin in de bus. Het is niet meer dan een constatering.