Nog heel even en ‘De Gestileerde Bloem’ valt om

Het beeld ‘De Gestileerde Bloem’ van Naum Gabo in Rotterdam is dringend toe aan restauratie. Maar de gemeente heeft formeel geen zeggenschap. „Ik schaam mij een beetje.”

‘De Gestileerde Bloem’ van Gabo Foto Floren van Olden Rotterdam 25-02-2008 De bloem van Naum Gabo raakt in verval. Foto Floren van Olden Olden, Floren van

Hij is zelf beeldend kunstenaar, dat scheelt. Maar ook een leek kan zien wat Ronald Motta onlangs vaststelde, toen het Rotterdamse PvdA-raadslid over de Coolsingel wandelde. Het beeld De Gestileerde Bloem van Naum Gabo, pal voor warenhuis Bijenkorf, verkeert in een erbarmelijke staat. „Nog even en het valt om.”

Motta heeft inmiddels alarm geslagen over de dreigende teloorgang van het 26 meter hoge kunstwerk, dat de Russische constructivist (1890-1977) in 1957 voltooide. Hij heeft bij cultuurwethouder Orhan Kaya (GroenLinks) aangedrongen op maatregelen. Motta: „Deze stad moet zuiniger zijn op zijn kunstwerken in de openbare ruimte. Het beeld van Gabo is na ‘Zadkine’ (De Verwoeste Stad in de Leuvehaven, red.) het meest beeldbepalende van de stad, maar het is nu zo verroest dat je voorbijgangers als het ware uitnodigt om hun fiets er maar tegenaan te pleuren.”

Het is niet voor het eerst dat kunstliefhebbers in Rotterdam zich het lot aantrekken van het stalen en wereldbefaamde draadwerk van de van origine joodse kunstenaar. Drie jaar geleden, aan de vooravond van 75-jarige bestaan van de Bijenkorf in Rotterdam, was een grondige opknapbeurt al noodzakelijk, stelde de toenmalige fractievoorzitter van de Stadspartij, dichter Manuel Kneepkens. Hij drong bij het stadsbestuur tevergeefs aan op interventie. Bijval kreeg hij onder anderen van de Rotterdamse zakenman en kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh nadat een eerdere restauratie, kort daarvoor, volgens hem „abominabel slecht” was uitgevoerd door de gemeente.

Kaya deelt de zorgen van Motta, maar de wethouder heeft hetzelfde probleem als zijn voorgangers: het volgens kenners onbetwiste hoogtepunt uit Gabo’s oeuvre is geen eigendom van de gemeente. Hetzelfde geldt overigens voor het al even beroemde Wall Relief (1955) van de Britse beeldhouwer Henry Moore (1898-1986), nabij Rotterdam Centraal Station. Ook dat wordt bedreigd, zij het om andere redenen: de bouw- en sloopwerkzaamheden in en rondom het Stationskwartier. Toch zegt Kaya niet weg te willen lopen voor zijn verantwoordelijkheden. „Gabo staat hoog op mijn lijst, net als Moore.”

De Bijenkorf was tot twee jaar geleden eigenaar van het beeld, dat in de Rotterdamse volksmond ‘Het Ding’ en ‘Het Tennisracket’ wordt genoemd. Met de verkoop van het warenhuis, ruim twee jaar geleden, ging het kunstwerk over in handen van een vastgoedconsortium, met daarin onder meer het Bouwfonds.

Op het hoofdkantoor van de nieuwe eigenaar wil de manager vastgoed niet meer kwijt dan dat „het beeld onze aandacht heeft”. Met het Instituut Collectie Nederland is het fonds momenteel in gesprek over een eventuele hersteloperatie.

Vanuit Den Haag kijkt minister Ronald Plasterk (Onderwijs en Cultuur, PvdA) belangstellend mee. Het Bijenkorf-kubusgebouw én het bijna veertig ton wegende beeld van graniet, beton, staal en koper staan samen immers als één object op de lijst van honderd potentiële nieuwe Rijksmonumenten, die zijn departement in oktober selecteerde uit de Wederopbouwperiode (1940-1958).

‘Gabo’ staat ook prominent op de agenda bij het gemeentelijke cultuuradviesbureau, de Internationale Beelden Collectie (IBC). „Maar ook wij hebben formeel geen zeggenschap”, zegt het hoofd van het Rotterdamse projectbureau, Dees Linders. Helaas, zo voegt zij daaraan toe, want: „Ik schaam mij als ik zie hoe het beeld er nu bij staat”. Het IBC is onder meer verantwoordelijk voor het onderhoud van 38 beelden in de stad. „Maar daar zitten dus ook kunstwerken tussen die niet ons eigendom zijn.”

Op basis van een eerder schouwingsrapport schat Linders de restauratiekosten van Gabo’s geometrische spel van lijnen op 400.000 euro. „Dat is veel geld, maar een schijntje voor een beeld van deze statuur.” Dat vindt ook raadslid Motta, voor wie de tijd begint te dringen. „Je kan eindeloos blijven praten, maar er komt binnenkort een moment dat de eerste stukken op de grond vallen. Dat zou niet alleen doodzonde zijn, maar ook gevaarlijk voor omstanders.”