Nodig: waaierkwast voor de ‘happy little tree’

Bob Ross kon in een half uur een kunstwerk creëren. En met hem vele anderen.

Vijf attributen die onontbeerlijk zijn om een echte Bob Ross te maken.

Iedereen is ’m wel een keer tegengekomen tijdens die verloren zap-uurtjes in het holst van de nacht. Een grote bos krullen, een stem à la Jan van Veens Candlelight en op de achtergrond een schildersezel. Zijn enige sidekicks: een arsenaal aan kwasten en een houten palet. Zijn enig doel: binnen een half uur een landschap schilderen compleet met bergen, boompjes en een waterval.

We hebben het hier (natuurlijk) over Ross, Bob Ross. De man overleed in 1995 maar zijn gedachtengoed wordt onverminderd verspreid. Door hemzelf op televisie; door zijn adepten tijdens cursussen en workshops. Nrc.next volgde zo’n workshop om erachter te komen hoe moeilijk het is om The Joy of Painting zelf in de praktijk te brengen. Vijf zaken die onontbeerlijk zijn bij het creëren van een Bob Ross schilderij.

1. PLASTIC SCHORT

Een voorzorgsmaatregel Bob Ross zelf nooit zal nemen, is het plastic schort. Hij heeft dat ding ook niet nodig. Niet dat tijdens de workshop de spetters in het rond vliegen, maar het is en blijft olieverf. Freek Peters, onze workshopleider vandaag in Amsterdam, geeft voor de zekerheid nog wat tips mee: „Als er vlekken in je kleren zitten, smeer die dan thuis in met groene zeep of met Vanish. Na een gewone wasbeurt moeten de vlekken eruit zijn.” Zelf houdt hij het bij een rode polo met achterop de tekst: ‘Wie is de Bob?’ Zijn assistente Manuela draagt er ook één en deelt de schorten, à 1 euro per stuk, uit.

2. EEN ONE INCH KWAST, EEN FANBRUSH EN EEN PALETMES

Het gereedschap waar je in ieder geval niet zonder kunt als je een mooi landschapje wil schilderen. Met de one inch kwast maak je de lucht – dat doe je als eerste – en zorg je dat je heuveltjes diepte krijgen. De fanbrush, of waaierkwast, is een van de bekendste tools van Bob Ross. Daarmee maak je die ‘happy little tree’ en geef je hem een ‘nice little friend’. Het paletmes blijkt lastig te hanteren. „Als Bob het doet, ziet het er zó makkelijk uit!”, is dan ook een veelgehoorde kreet. De truc zit ’m in het heel dicht bij het doek houden en heel licht opzij strijken – anders schraap je onherroepelijk de onderliggende laag verf er af.

3. MEDECURSISTEN

Geloof ons: het is veel leuker om bergen en bomen te schilderen als je af en toe kunt spieken bij je buren. Die schilderen precies hetzelfde tafereel als jij, alleen dan minder Bob Ross-achtig. Hoop je. Anders valt het thuis zo lastig uit te leggen dat jij de enige bent wiens licht- en schaduwzijdes op de berg niet uit elkaar te houden zijn.

4. PHTALO BLAUW EN TITANIUM WIT

Helaas, geen ‘Van Dyck Brown’ in deze workshop. Niet getreurd, in het uurtje dat wij voor ons landschap (lucht, bergen, boompjes) hadden, was het gebruik van enkel wit en blauw al moeilijk genoeg. En niet alleen voor de deelnemers. Die volgen met argusogen de bewegingen van Freek, verschrikt opkijkend als ze door overmatige concentratie een aanwijzing missen. Op het moment dat hij zich verspreekt en ons blauw met witte in plaats van blauw met zwarte boompjes wil laten schilderen, is de paniek compleet. Gelukkig valt de veranderende atmosfeer hem op en herstelt hij zijn fout – een zucht van opluchting gaat door het deelnemersveld.

5. PIZZADOOS

En dan komt het moment dat het werk gesigneerd mag worden, na het toevoegen van een laatste element. Mijn heuvel is iets te steil voor het element in kwestie, een ‘mooi landelijk boerenhekje’, maar het is te laat om daar nu nog iets aan te veranderen. Zoals beloofd hebben we een ‘eenvoudig’ schilderijtje gemaakt. Iedereen heeft het binnen de tijd afgekregen en we kunnen het resultaat direct mee naar huis nemen. Voor dat laatste hebben onze workshopleiders een creatieve oplossing bedacht: een pizzadoos. Even in elkaar vouwen en je originele Bob Ross komt zonder kleerscheuren thuis.