Niet voor zappersuit de Randstad

De regionale publieke tv-omroepen verliezen kijkers.

Deels door het succes van Nederland 1, maar achter de „pornokanalen” zijn ze ook wat moeilijk te vinden.

Gebrek aan nieuwe ideeën kun je L1 niet verwijten. De Limburgse regionale omroep begint een carnavalskanaal op YouTube en een radiokanaal – voor 100 procent gevuld met muziek in dialect – op internet.

Toch gaat het niet goed met L1. Vorige week maakte de omroep bekend dat het voor het eerst in haar bestaan rode cijfers moet schrijven. Belangrijkste oorzaak: tegenvallende reclame-inkomsten, mede als gevolg van dalende kijkcijfers. L1 zal flink moeten bezuinigen.

Vrijwel alle publieke regionale omroepen hebben te kampen met dalende kijkcijfers. Waar de (gezamenlijke) regionale omroepen twee jaar geleden nog een marktaandeel van 2 procent scoorden, is dit percentage voor 2007 gedaald tot 1,6 procent. „Na de zomer, waarin wij traditiegetrouw de meeste kijkers hebben, daalt het kijkcijfer altijd. Maar dit jaar was de daling scherper dan in voorgaande jaren”, vertelt Gerard Schuiteman. Hij is directeur van ROOS, de koepelorganisatie van regionale omroepen.

Schuiteman wijt de daling voor een belangrijk deel aan het succes van Nederland 1, dat eind 2006 een nieuw profiel kreeg als brede publiekszender, en daardoor dagelijks honderdduizenden extra kijkers trekt. Zowel Nederland 1 als de regionale omroepen vissen in dezelfde vijver van het televisiepubliek dat gemiddeld 55 jaar oud is.

Schuiteman gunt Nederland 1 het succes, laat daar geen misverstand over bestaan. Wel vraagt hij zich af hoe publiek Nederland 1 nog is. „Alles draait om de kijkcijfers en daar hebben wij last van, met name op doordeweekse avonden. De programmamakers van Nederland 1 moeten naar mijn mening kritischer toetsen of hun programma’s nog wel een ‘publieke boodschap’ bevatten. Het is wel erg veel reality en emo-tv.”

Een andere oorzaak voor de daling van het aantal kijkers, is volgens Schuiteman de moeilijke vindbaarheid van regionale zenders. Nu steeds meer huishoudens overstappen op digitale televisie, met bijbehorende extra zenders en programmapakketten, vallen de regionale stations minder op. „Al zappend kom je niet meer langs de regionale omroepen en dat is wel waar wij het van moeten hebben. Onze doelgroep is niet de jonge, hippe randstedeling die de weg naar de website Uitzending Gemist weet te vinden. Wij zijn nog afhankelijk van mensen die op een traditionele manier televisie kijken. Ze zappen langs de kanalen en blijven hangen bij regionaal nieuws dat ze interessant vinden.”

Bij kabelmaatschappij UPC zitten de regionale omroepen op nummer 702 tot en met 713, bij Casema op 977 tot en met 989. „Gevoelsmatig vind ik het niet correct dat je eerst langs pornokanalen moet zappen voordat je bij de regionale omroepen bent aanbeland”, zegt Schuiteman.

Zou het helpen als de regionale omroepen zich op een jonger kijkerspubliek zouden richten? Schuiteman denkt van niet. „Een paar omroepen hebben het geprobeerd en dan blijkt dat de nieuwe programmering geen jongere kijkers trekt. Tegelijkertijd loopt het oudere publiek weg. Wij hebben gewoon een wat ouder publiek, dat is prima. Mensen groeien vanzelf in de doelgroep.”

Als het gaat om de kwaliteit van de programma’s, valt er wél een hoop te verbeteren, vindt Schuiteman. Maar dan moet er wel iets veranderen aan de financiële situatie. Die is in zijn ogen schrijnend. „De meeste regionale zenders maken maar een uur per dag televisie. Sommige zenders hebben niet eens geld om een journaal op zondag te maken. RTV Rijnmond werkt sinds kort met camera’s die je vanuit de regiekamer kunt bedienen met een joystick. Op die manier hoeft de omroep geen dure cameramannen meer te betalen. Ons totale jaarbudget is 150 miljoen euro, terwijl de publieke omroepen bijna een miljard binnenhalen. Ik vind dat een nogal scheve verhouding.”

Toch zijn er ook lichtpuntjes te bespeuren bij de regionale omroepen. De regionale soaps-in-dialect rijzen als paddestoelen uit de grond en oogsten overal succes. Regioned is een programma met markante verhalen à la Man bijt hond dat de omroepen gezamenlijk produceren.

En in tijden van grote regionale evenementen – van carnaval in het zuiden tot kaatsen in Friesland – schieten de kijkcijfers omhoog. „Dan blijkt eens te meer hoe mooi de regionale omroepen het landelijke aanbod kunnen aanvullen”, aldus Schuiteman.