‘Medvedev verschilt in niets van Poetin’

Zondag kiezen de Russen Dmitri Medvedev tot president. Géén hervormer, net zo min als Poetin. ‘Noch de elite noch het volk staat om hervormingen te springen.’

Dmitri Medvedev Foto Reuters Russia's First Deputy Prime Minister and presidential candidate Dmitry Medvedev attends a meeting with Hungary's Prime Minister Ferenc Gyurcsany in Budapest on February 25, 2008. REUTERS/Laszlo Balogh (HUNGARY) REUTERS

Op het Moskouse Poesjkinplein sprak zaterdag de nationalistische presidentskandidaat Vladimir Zjiri-novski zo’n vijfhonderd aanhangers toe. Een paar honderd meter verderop, op het Majakovskiplein, luisterden zo’n driehonderd, merendeels bejaarde communisten naar zijn tegenstander Gennadi Zjoeganov. Alles onder het toeziend oog van een paar duizend politieagenten en militairen.

Die magere verkiezingsbijeenkomsten benadrukken als niets anders dat de uitslag van de presidentsverkiezingen van zondag al vaststaat, nog voordat de stembussen zijn geopend. De winnaar is vicepremier Dmitri Medvedev, die anders dan Zjoeganov en Zjirinovski dagelijks uitgebreid op de televisie zijn toekomstplannen ontvouwt.

Sinds de dag van zijn uitverkiezing door Poetin wordt Medvedev in de media diens prejemnik (opvolger) genoemd. Een stem op Medvedev is dan ook een stem op Poetin, die heeft gezegd premier van de prejemnik te willen zijn. Een meerderheid van de kiezers is Poetin zo dankbaar voor het feit dat hij hun dankzij de hoge olieprijs enige welvaart heeft gebracht, dat ze alles doet wat hij wil, als hij maar op de een of andere manier aan de macht blijft.

Volgens de peilingen kan Medvedev rekenen op 80 procent van de stemmen. „Vergeet niet dat tweederde van de bevolking in dorpen en kleine steden woont en geheel afhankelijkheid is van de staat”, zegt socioloog Boris Doebin van het onafhankelijke opiniebureau Levada-Centrum. „Ze werken in staatsfabrieken en hebben amper mogelijkheden om hun woonplaats te verlaten. Om te overleven passen ze zich aan de bestaande politieke situatie aan, in de hoop dat ze er straks niet op achteruit gaan. Bovendien wantrouwen ze de afzonderlijke machtsinstituties en vertrouwen alleen maar degene bovenin de machtspiramide.”

Twee weken geleden beloofde Medvedev de rechtsstaat te versterken en de corruptie te bestrijden, die zo onderhand een veelvoud van de staatsbegroting bedraagt. Doebin hecht er weinig geloof aan. „Dat soort beloftes kennen we uit de Sovjet-Unie”, zegt hij. „Maar uiteindelijk gaat het om het uitvoeren van die mooie plannen en daar komt het zelden van. Volgens onze laatste peiling gelooft slechts 3 à 4 procent dat de corruptie echt aangepakt wordt. Medvedev zal straks eerst grote stappen aankondigen, maar vervolgens breekt er een machtsstrijd in het Kremlin uit. Niemand staat dus om hervormingen te springen, noch de huidige machthebbers, noch de bevolking.”

Volgens Doebin is Poetin evenmin een hervormer als zijn opvolger. „In zijn tweede ambtsperiode had hij alle mogelijkheden om een modernisering door te voeren. Er was geld in overvloed, hij domineerde de lokale en regionale machtsstructuren, de oligarchen waren uitgeschakeld. En toch heeft hij niets gedaan.”

Politicoloog Stanislav Belkovski gaat nog verder in zijn typering van Medvedev. „Medvedev verschilt in niets van Poetin”, zegt hij. „Je kunt hoogstens zeggen dat de elite een opvolger met een liberaal gezicht nodig heeft voor de betrekkingen met het Westen. Het gaat er straks in het Kremlin eerder harder aan toe dan nu, omdat de concurrentie tussen de diverse clans toeneemt en gewelddadiger wordt. En dat zal ook het westerse zakenleven benadelen.”

Belkovski beschouwt de machtselite als een kleptocratie die geen liberalisatie duldt. „Alleen daarom al zal de corruptie niet bestreden worden. Want om succes te hebben moet je het hele staatssysteem afschaffen dat ervan doordrenkt is.”

Volgens Belkovski is Poetin de grootste kleptocraat. De Russische president zou volgens zijn bevindingen een privévermogen van 40 miljard dollar bezitten, dat grotendeels bestaat uit aandelen in bedrijven als Gazprom en Rosneft. „Dat is binnen de Russische elite al vier jaar bekend”, zegt hij. „Ik heb er in 2005 al over geschreven. Maar nu de westerse media er ineens aandacht aan hebben geschonken is het ook in Rusland groot nieuws.”

Voor Belkovski is Poetin dus in de eerste plaats een zakenman, die deel uitmaakt van een organisatie waarin alles om geld draait, de BV Kremlin. „Zolang je macht hebt, ben je eigenaar van dat geld, dat in beheermaatschappijen is ondergebracht”, zegt hij. „In werkelijkheid is Rusland een autoritaire monitocratie. Als je van je tegenstander af wilt, schuif je de procureur wat geld toe en wordt hij uitgeschakeld.”

Belkovski ontkracht de veelgehoorde beweringen dat de clans in het Kremlin in twee kampen zijn verdeeld: dat van de liberalen en dat van de siloviki, de leiders van politie, leger en veiligheidsdiensten. „Er bestaan zo’n vijftien groepen in het Kremlin die in samenstelling en ideologie niet van elkaar verschillen. Ze zijn alleen bezig met het beheren van hun rijkdommen en lossen hun problemen zelf op, Poetin hebben ze daarbij niet nodig. Hij is dan ook veel minder machtig dan hij lijkt. Kijk maar naar de affaire met onderminister van Financiën Stortsjak, die gevangen zit op vage beschuldigingen van fraude. Zijn baas heeft er al een paar keer bij zijn vriend Poetin op aangedrongen hem vrij te laten, maar dat is Poetin niet gelukt.”

En wat vinden de gewone Russen hiervan? Het laat ze onverschillig, zoals de hele politiek hen onverschillig laat. Ze hebben er toch geen invloed op. Ze vertrouwen wel in alles op Poetin. „Er is een heuse Poetingeneratie ontstaan”, zegt Doebin. „Die bestaat vooral uit ouderen die van de staat afhankelijk zijn en succesvolle jongeren tussen de twintig en dertig in de grote stad. Die maken 20 procent van de bevolking uit en menen dat ze hun succes aan Poetin danken. In ruil voor hun goede leventje zijn ze bereid hun democratische vrijheden en rechten op te geven. Voor hen staat democratie voor bezit en een goed leven.”

Toch wil volgens Doebin een behoorlijk deel van de bevolking niets van de huidige machthebbers weten. „Nog altijd is 20 à 25 procent van de Russen zeer kritisch ten opzichte van de macht, maar zij zijn niet georganiseerd. De meerderheid van hen gelooft niet in politieke organisatie. Ze zetten zich hoogstens in als ze willen voorkomen dat hun zoon als soldaat naar Tsjetsjenië moet. Slechts 2 à 3 procent van de bevolking wil zich wel organiseren. Dat is de oppositie die we nu hebben.”