‘Ik had niets, ik moest wel weg’

Het generaal pardon is niet van toepassing op zo’n 2.000 uitgeprocedeerden. Zij verlieten Nederland tijdelijk. „Leven is moeilijk zonder vergunning.”

Mamun Enamur zit meestal op zijn zolderkamer . Foto Dirk-Jan Visser (Foto: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 05-01-2007)Mamun Enamur, een dertig jarige vluchteling uit Bangladesh. Zijn asielprocedure is afgelopen, hij heeft net bijna een jaar vastgezeten. Nu woont hij drie hoog achter in het oude noorden. Dirk-Jan Visser

Mamun Enamur leest de woorden ‘toekomst’ en ‘vergunning’ zodra hij zijn voordeur uitstapt. Enamur (31) woont op een kleine kamer in Rotterdam-Noord, vlakbij buurtcafé De Toekomst. De kroeg heeft boven de ingang een oud bord met ‘vergunning’ hangen. Hier werd jaren geleden al legaal getapt.

Mamun Enamur gaat niet vaak naar buiten, uit angst dat hij wordt opgepakt en uitgezet. Vorige maand kreeg hij te horen dat de generaal pardonregeling van staatssecretaris Nebahat Albayrak (Vreemdelingenzaken, PvdA) niet voor hem geldt. Hij krijgt geen verblijfsvergunning.

Enamur zit met afhangende schouders op bed. Terwijl hij spreekt staart hij naar zijn handen, die gevouwen op zijn schoot liggen. Af en toe knijpt hij ze hard samen. Hij is teleurgesteld. „En boos”, zegt hij, „op mezelf. Op wie kan ik anders boos zijn?” Maar die woede blijkt verder niet uit Enamurs doen en laten. Zijn blik is leeg, hij oogt enkel moe.

Het grootste deel van de tijd brengt Enamur door achter de half gesloten gordijnen van zijn zolderkamer. Die deelt hij met een vriend, een student die onder het schuine dak slaapt. Enamur legt iedere avond een matras op de grond.

In 1999 kwam hij als politiek vluchteling vanuit Bangladesh naar Nederland. Enamur voldoet -op een na- aan alle criteria om in aanmerking te komen voor de pardonregeling: hij was sinds 1 april 2001 niet „ononderbroken” in Nederland. Want nadat Enamur hier was uitgeprocedeerd, reisde hij begin 2006 naar België om daar asiel aan te vragen. De Belgische Dienst Vreemdelingenzaken bracht hem terug naar Nederland.

Daarmee volgde België de Dublin Verordening, die stelt dat illegalen die al eerder een asielaanvraag hebben gedaan in een andere Europese lidstaat, teruggestuurd worden naar dat land. Terug in Nederland zat Enamur tien maanden in de gevangenis van Tilburg. In januari vorig jaar besteedde deze krant nog aandacht aan zijn verblijf in vreemdelingendetentie.

Door zijn tijd in België krijgt Enamur „geen aanbod” voor een verblijfsvergunning. Staatssecretaris Albayrak schreef deze maand in een brief aan de Tweede Kamer dat 2.000 uitgeprocedeerden niet in aanmerking komen voor de generaal pardonregeling omdat zij in het buitenland zijn geweest. Een woordvoerder van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zegt dat zeker de helft daarvan zogenoemde Dublinclaimanten zijn, zoals Enamur.

John van Tilborg, directeur van Inlia, een stichting die asielzoekers helpt, noemt het „bizar” dat mensen die volgens de staat illegaal in Nederland verbleven, nu bestraft worden omdat ze Nederland verlaten hebben.

Tot een maand geleden koesterde Enamur nog hoop. Een vriend die hij tien jaar geleden voor het laatst zag, wilde langskomen. „Wacht nog even tot ik mijn verblijfsvergunning heb”, zei Enamur. Zijn vriend woont in Zuid-Afrika, omdat hij net als Enamur in Bangladesh zijn leven niet zeker was. Ze waren lid van een partij die een opstand onder arme boeren wilde veroorzaken.

Voor Enamur zijn asielaanvraag in België deed, werkte hij in Rotterdam. Zwart. Hij raakte dit schoonmaakbaantje kwijt toen zijn werkgever de belastingdienst op de stoep kreeg. Vanaf dat moment was hij niet alleen illegaal in Nederland - hij was sinds 2004 uitgeprocedeerd - maar ook blut. „Geen geld, niet voor huur, niet voor eten. Niets. Ik moest wel weg”, zegt Enamur gelaten.

Begin januari 2006 pakte hij de trein naar Antwerpen. Omdat zijn asielaanvraag in Nederland al was afgewezen, kon België niets met Enamurs verzoek. Begin februari werd hij vastgezet in Tilburg. Na zijn vrijlating keerde hij terug naar Rotterdam.

Een telefoontje naar de IND bracht een maand geleden het slechte nieuws. Nu is zijn laatste kans verkeken, vreest hij. Zijn advocaat Chi-Liong Chen van Advocatenkantoor Collet International Lawyers & Associates, tot nu toe betaald door rechtsbijstand, heeft hem vorige week zijn opties voorgelegd. Die variëren van procederen tegen de IND tot een verzoek indienen bij staatssecretaris Albayrak. Hij kan haar vragen de schrijnendheid van zijn situatie te bekijken, of trachten aan te tonen dat het te gevaarlijk voor hem is om naar Bangladesh terug te keren. Probleem is dat hij de kosten voor al deze stappen zelf moet betalen. En geld heeft hij niet.

Met de kennis die hij nu heeft, voelt Enamur spijt dat hij politiek actief was in Bangladesh. „Mijn twee broers zijn succesvol. En ik? Ik ben hier. Voor niets. In bijna tien jaar heb ik niets bereikt.” Toen hij student was vond hij dat iémand zich moest verzetten, zelfs toen zijn vader hem waarschuwde. „‘We dromen’, zei mijn vader tegen me. Nu weet ik dat het waar is”, zegt Enamur, „verandering is erg moeilijk.”

Hij heeft zijn vriend verteld dat hij niet kan langskomen in Nederland. Wat Enamur de komende tijd gaat doen, weet hij nog niet precies. „Denken en wachten, maar dat gaat vanzelf. Zonder vergunning is het moeilijk je leven te leven.”

Een eerder artikel over Enamur op nrc.nl/binnenland