Hij nam m’n hand en zei: kijk, dezelfde maat

Tweeluik over trouwen met een man uit het buitenland.

Vandaag deel 1: Liedewij Slee leerde Laxman Giri kennen bij een meditatie.

Zij komt uit Nederland, hij uit Nepal. Twee maanden geleden trouwden Liedewij Slee en Laxman Giri in Nepal. Het was een ceremonieel huwelijk, met meer dan zevenhonderd gasten. Een half jaar daarvóór trouwden ze in Nederland, met alleen de directe familie als getuigen van de plechtigheid. Van een meditatie tot een huwelijk in nog geen 365 dagen. Liedewij Slee (29) vertelt vanaf haar eerste ontmoeting tot en met het huwelijk in Nepal.

„Ik zag Laxman voor het eerst in 2006 in de Angel Shop in Utrecht. Dat is een soort spiritueel centrum waar toen een paar schilderijen van mij geëxposeerd werden. Ik had gevraagd naar mogelijkheden om te mediteren en kon de volgende dag al komen: er werd een speciale meditatie verzorgd door een priester uit Nepal, Saddhu Ram. Maar die dag praatte ik vooral met de tweelingbroer van de priester. Dat was Laxman. Laxman was leraar en sprak goed Engels. De twee broers bleken al vijf jaar één keer per jaar hierheen te komen om meditaties en healings te verzorgen.

We waren onder de indruk van elkaar, tenminste zo herinner ik het me. Als je gaat mediteren, doe je je schoenen uit. Laxman zette zijn blote voet op mijn schoen en zei: kijk, dezelfde maat. Ik wierp meteen tegen: nee hoor, dat kan niet. Ik dacht: hij is een man en een man is groter en sterker. Toen nam hij mijn hand en zei: kijk, precies dezelfde maat. We stonden toen een tijdje hand in hand naar een schilderij van mij te kijken. Ik vroeg grappend: blijf je mijn hand vasthouden? Hij antwoordde: alleen als je met me meegaat, naar Nepal.

Toen hij terug was in zijn land, hebben we elkaar dagelijks e-mails gestuurd. Na anderhalve maand dacht ik: ik ga naar hem toe, ik ga uitzoeken of dit de man van mijn leven is. En dat heb ik gedaan, zonder mijn familie te vertellen waarom ik op reis ging. Alleen een paar vriendinnen waren op de hoogte.

Uit ervaring wist ik dat als je iemand voor de tweede keer ziet, de indruk allesbepalend kan zijn. Ik kwam aan op het vliegveld, het schemerde en ik zag die tinten en al dat zwarte haar – maar ik spotte hem meteen. Ik herkende hem uit duizenden. Toen wist ik: dit is mijn man.

Hij was heel blij mij te zien. En zijn familie ontving me meteen als gast. In de loop van de vakantie nam hij me achterop de motorfiets mee naar een tempel. Toen waren we voor het eerst samen. Halverwege zijn we gestopt. Hij zei: voordat je weggaat moet je me zeggen of je in mij geïnteresseerd bent – ik heb geen tijd voor flirten. En, voegde hij eraan toe: je weet dat iedereen wil dat ik een vrouw vind.

Ik vond dat confronterend maar ook oprecht. Toen we even later bij de tempel aankwamen, zei ik: ik wil eerst met je praten. We zijn op een muurtje gaan zitten en ik heb geprobeerd uit te leggen wat ik op dat moment voelde: ik ga een brug over en jij staat aan de overkant van het water, maar steekt je hand niet uit. Want zo ervaarde ik het: ik had al zo veel stappen gedaan, nu was het zijn beurt.

Laxman heeft daarna heel lang gepraat. Zo lang, dat ik eigenlijk niet meer luisterde naar wat hij precies zei. Toen dook er een vrouw op uit het struikgewas, die op weg was naar de waterput. Laxman schoot opzij en fluisterde: ‘Ze mogen ons niet samen zien.’ Ik zei: ‘Ze zullen ons nog wel vaker zien. Wil je met me trouwen?’

En ja, dat wilde hij. We zijn toen teruggegaan voor een ceremonie in de tempel. Dat was onze verloving. Maar we vertelden het aan niemand. Dat durfden we niet. We mochten ook niet aan elkaar zitten. Gelukkig kwam hij ’s avonds wel naar mij toe.

Pas in de laatste week van mijn verblijf in Nepal heb ik het aan mijn schoonzussen verteld. Ze zeiden: dacht je nu echt dat wij het niet door hadden? We wisten het al lang, maar wilden van jou horen of je er blij mee bent.

Toen ben ik teruggegaan. En moest ik het thuis gaan vertellen. Mijn vader en mijn broers hadden Laxman nog nooit gezien. Mijn moeder had hem heel vluchtig een keer opgemerkt, toen ze meeging naar een meditatie.

Ze hadden het er moeilijk mee. ‘Nu moeten we je weggeven aan een man die we nog nooit gezien hebben’, zei mijn vader. Mijn moeder maakte zich zorgen over de culturele impact die het huwelijk zou hebben. Op ons tweeën, maar ook op onze beide families. Ik heb verteld over mijn reis. En over hoe respectvol en gastvrij ik ontvangen was. Lange gesprekken in de keuken van mijn ouders waren dat.

Er moest veel worden geregeld. Laxman is van 1972, maar in zijn dorp zijn pas geboorteregisters bijgehouden vanaf 1974. Zo waren er meer administratieve dingen, die moeilijk te regelen zijn op zo’n afstand. Mijn vader heeft toen de Stichting Licht en Leven opgericht, om Laxman en zijn tweelingbroer te ondersteunen én garant te staan voor hun verblijf in Nederland. Zelf heb ik een huis geregeld en mijn baan zeker gesteld.

Op 10 maart 2007 kwamen ze naar Nederland. Met z’n drieën hebben we een weekend bij mijn ouders doorgebracht. Dat was heel indrukwekkend. We hebben mijn ouders een prachtige zilveren schaal gegeven, die we hadden gekocht in Nepal. We zijn in Breda in ondertrouw gegaan.

Op de dag van het huwelijk was ik heel zenuwachtig. Ik kende hem nog geen jaar en had hem alles bij elkaar zes weken gezien. We zijn getrouwd in het pinksterweekend. Het was in een klein kapelletje, alleen met directe familie. Saddhu Ram heeft daarna in de tuin van mijn ouderlijk huis een ringenceremonie gehouden. Dat was het begin van de versmelting van onze twee culturen.

Na drie maanden verliep Laxmans visum – en moest hij terug naar Nepal, waar we het ceremoniële huwelijk wilden doen. Ik heb die maanden gebruikt om mijn familie voor te bereiden op dat huwelijk, door ze foto’s te laten zien en verhalen te vertellen. Zij waren bang dat ik misschien onderdrukt zou worden of anders als vrouw te veel in zou moeten leveren.

Mijn broers zijn vooruit gereisd, om in hun eigen tempo het land te leren kennen. Ik ben samen met mijn ouders gegaan. Op het vliegveld werden we ontvangen met bloemenkransen. Mijn moeder straalde, wat mij een heerlijk gevoel gaf.

Als aanstaande bruid mocht ik niet in het familiehuis komen. Wij sliepen met z’n allen in een hotel. Mijn ouders en broers werden op sleeptouw genomen door Laxman. Ik werd op de grote dag voorbereid door mijn aanstaande schoonzusje, Latta. We kochten zo veel armbanden als er om mijn armen pasten: 32! Het voelde als in Duizend en één nacht. Ik moest rood-gele nagellak kopen. En dat ziet er toch even anders uit op je vingers. En maffe rode pantoffeltjes. En een tika, een sieraad voor mijn voorhoofd.

De dag voor ons huwelijk zat ik de hele dag in het hotel, om mijn voeten en handen met henna te laten versieren. De volgende ochtend werd ik opgemaakt. Het bleek moeilijk de juiste kleur te vinden, omdat ik een lichte huid had. Latta kwam met de gouden sieraden die Laxman voor mij had uitgezocht: een gouden collier, oorbellen, twee armbanden en een sieraad voor in mijn haar. Allemaal 24 karaats.

Daarna werd ik in de bruidssari gewikkeld en mocht ik me laten zien, beneden in het hotel. In een stoet gingen we vervolgens naar een groot gebouw, waar op de grond een altaar stond. En daar was Laxman. Vanaf dat moment heb ik alles over me heen laten komen. We hebben twee uur lang rituelen en handelingen ondergaan waarvan ik de betekenis nauwelijks kende. Maar ik wist dat ik niets van mezelf zou weggeven wat ik niet wilde weggeven: ik mocht mijn eigen identiteit behouden en ik was niet verplicht om in een ander land te gaan wonen. Alles wat ik deed voelde als een verrijking.

Na afloop van de rituelen kwam iedereen ons feliciteren: zevenhonderd mensen, die allemaal bleven eten. Mijn familie heeft de hele avond staan swingen, maar dat heb ik allemaal niet gevolgd. Ik heb urenlang respectvol mensen begroet: Namaste. Aan het einde van het feest was ik helemaal kapot.

Toen de gasten weg waren, werd ik verwacht ik het familiehuis. De vrouwen van het familiehuis hadden de deur van het huis met een lap afgesloten – ik moest toestemming vragen om binnen te komen. Daarna volgde nog een aantal ceremonies met mijn schoonmoeder: twee haarlokken van ons werden samen gedoopt, opdat wij nooit ruzie zouden hebben.

Toen dat voorbij was, waren we voor het eerst met toestemming samen. Maar dat mooie moment werd overschaduwd door het inzicht dat ik door al die plechtigheden had gekregen, hoe het voor vrouwen moet zijn om uitgehuwelijkt te worden. Dat gevoel was zo intens, dat ik vergat te denken aan hoe gelukkig wij nu waren. De volgende dag moest ik dezelfde taken doen als alle vrouwen in het familiehuis. Ik kreeg wel wat meer vrijheid, omdat ik net getrouwd was. Ik mocht toekijken om te leren, in plaats van meehelpen.

Door mijn huwelijk ben ik praktiserend hindoe geworden. Voor mij houdt dat in dat ik mee doe met de gebruiken van mijn nieuwe familie. Maar het betekent ook dat ik in mijn eigen land alles doe in de lijn van mijn familie. Ik respecteer hun goden als de mijne. Ik zie ook geen verschil tussen de goden – in feite is het bidden tot een schepper hetzelfde. Het mannelijke en het vrouwelijke zorgen samen voor de balans. Daar kan ik me volledig in vinden.

We hebben nu pas het gevoel dat we ons leven kunnen gaan vormgeven. Vooralsnog in Nederland. Als we kinderen krijgen zullen we hen leren dat ze in twee families thuis horen – en zich daarin verschillend moeten gedragen. Dat is misschien moeilijk, maar wij zullen hun voorbeeld zijn. Wij passen ons ook aan aan elkaars familie. Als Laxman bij mijn ouders eet, eet hij met mes en vork. Als hij thuis eet, eet hij met zijn vingers. Toen ik hem vroeg: ‘Hoe doen we dat als er kinderen komen?’ antwoordde hij: ‘Dan stop ik met eten met mijn vingers.’

Volgende week: Laxman Giri (35) vertelt hoe hij Liedewij ontmoette en met haar trouwde.