‘Het IOC had zeven jaar geleden nooit voor China moeten kiezen’

Het IOC wendt zich ten onrechte af van de schending van de mensen in China. Dat verklaarde zwemcoach Jacco Verhaeren. Heeft hij gelijk?

Jet Bussemaker, staatssecretaris VWS: „Ik heb Verhaeren gisteren persoonlijk gebeld. Ik steun hem omdat hij opkomt voor de sporters. Het is goed dat hij de discussie opent. NOC*NSF verdient complimenten omdat zij sporters goed informeert. Zij vindt dat mensenrechten niet tijdens het sporten aan de orde moeten zijn, maar dat sporters op hun persoonlijke titel het daar wel over kunnen hebben. Sport speelt zich niet in een vacuüm af. Het IOC heeft in het begin uitgesproken dat men verwacht dat de Spelen bijdragen aan een verbetering van de mensenrechten. Dan ga je er van uit dat ze het blijven volgen.

„Of het IOC de sporters in de steek laat? Ik veroordeel het IOC niet. Dat doet Verhaeren ook niet. Hij wijst het IOC op eerdere uitspraken. Benut nou het moment van de Spelen om de mensenrechten te verbeteren. Of het IOC gewekte verwachtingen nakomt? Dat kan ik niet beoordelen. Het is wel belangrijk dat het debat wordt gevoerd.

„Ik heb het bij mijn bezoek in China regelmatig in officiële gesprekken aan de orde gesteld. De Chinese minister van Sport begon er zelf over. Ik heb de zorgen overgebracht die in Nederland leven. Ik heb ook gezegd dat Nederland geen voorstander is van een boycot. Maar ik ga er wel van uit dat de regering zich ontvankelijk toont om de mensenrechtensituatie te verbeteren. Ik ben een politicus, sporters zijn dat niet. Het NOC*NSF stelt zich ook de vraag: waar houdt de mensenrechtendiscussie op en wanneer loopt die over in een politieke discussie. De Nederlandse sportkoepel vaart een heel vrijzinnige koers. Nederlandse sporters worden goed voorbereid en geen belemmeringen opgelegd om uitspraken te doen over dit problematische thema.”

Foppe de Haan, coach olympische voetbalploeg: „Verhaeren heeft gelijk. Er is bij de keuze voor China bij het IOC aangedrongen om goed in de gaten te houden of de mensenrechten worden gerespecteerd. Dat hebben ze ook toegezegd. Volgens mij is er helemaal niks gedaan. Nu veel mensen zich zorgen maken over de toestand in China, moet het IOC een standpunt afgeven. Je mag de druk niet bij de sporters leggen.”

Cor van der Geest, judocoach:„Een beetje laat om daar nu mee aan te komen. Maar goed, het IOC had de Spelen nooit aan China mogen toewijzen. Of het IOC iets doet is niemand duidelijk. Maar net nu de Spelen in China worden gehouden, trekt iedereen zijn mond open. Waar kun je dan wel sporten? In Irak, in Rusland, in Zuid-Afrika, in de Verenigde Staten. Moet het IOC daar ook over oordelen? Moeilijk hoor. Wij sporters denken daar wel over, maar het is niet aan ons om te oordelen. Ik weet niets van politiek.”

Marc Lammers, bondscoach vrouwenhockeyploeg: „Verhaeren heeft gelijk. Het IOC heeft zich destijds op het standpunt gesteld dat het toekennen van de Olympische Spelen vooral ook de mensenrechten ten goede zou komen. Zeven jaar later kun je vraagtekens zetten bij die uitspraak, hoewel ik niet dezelfde ervaringen heb als Verhaeren. Wij zijn sindsdien twee of drie keer in China geweest, en ik herken me niet in zijn beelden. Maar dan nog: het IOC dient de sport en dus de sporters. In plaats van stelling te nemen hult men zich nu in een mysterieus stilzwijgen. En dat betreur ik. Nu worden wij gedwongen vragen te beantwoorden die wij niet kunnen en ook niet moeten willen beantwoorden, omdat het ons vak niet is.”

Roelant Oltmans, bondscoach mannenhockeyploeg: „Nu de Spelen in China naderen, wordt het thema van de mensenrechten ineens actueel. Zeven jaar was dat niet of nauwelijks een item. Dat is vreemd, dat verbaast mij. Maar goed, wij gaan, want wij zijn sporters, geen politici. ”

René Mijnders, bondscoach roeisters: „We hoeven niet net te doen alsof in China niks gebeurt, maar ik vind dat je sport en politiek uit elkaar moet houden. Diep in mijn hart vind ik dat we daar zijn om een sportprestatie te leveren en dat je de zaken niet moet omdraaien. De organisatie is niet voor niets toegekend aan China. En zo lang handelsdelegaties heel enthousiast uit China terugkomen omdat ze een goed contract hebben gesloten, mag sport niet worden misbruikt om aandacht te vragen voor een belangrijk thema in de wereld. Aan de andere kant kun je de interesse voor voor de Spelen gebruiken om aandacht te vragen voor de situatie daar. Het statement moet wel subtieler zijn dan hard roepen dat het allemaal schandalig is. Het zit ook in de tijdgeest dat wij de luxe hebben om anderen op dingen te wijzen. Hoe lang is het geleden dat wij zelf meededen aan kinderarbeid en kolonisatie? Toch goed dat de discussie wordt gevoerd. Zo gaan mensen zich in China verdiepen en kunnen ze een mening vormen.”

Sjef Janssen, bondstrainer dressuurruiters: „Jacco Verhaeren heeft wel een punt als hij zegt dat het IOC de situatie in China bagatelliseert. Naarmate we dichter bij de Olympische Spelen komen, zal het IOC steeds verwoedere pogingen doen om het water kalm te houden. Toch vind ik niet dat je over de rug van sporters mag kloten om tot een oplossing voor de mensenrechtensituatie in China te komen; dat is primair een taak van de politiek. Het IOC had gewoon nooit voor China moeten kiezen zeven jaar geleden. Of voor de Verenigde Staten: daar draaien ze toch ook jaarlijks tig mensen de nek om. Dat het IOC toch voor China heeft gekozen, plaatst ons nu voor een voldongen feit. Ik heb daarom tegen mijn ruiters gezegd: we gaan naar de Spelen om te sporten, niet om actie te voeren. Wie dat wel wil doen, doet dat maar na de prijsuitreiking. Anders blijft-ie thuis.”