Grisham is bijna een industrie

Met The Appeal staat John Grisham in de top van alle westerse bestsellerlijsten – net als bij zijn eerdere boeken.

Hoe krijgt verkoopwonder Grisham dat voor elkaar?

Hillary Clinton en John Grisham. The Appeal leest als anti-Republikeinse propaganda. Foto AFP AFP

John Grisham schijnt een tamelijke vriendelijke vijftiger te zijn. Hij is een verre neef van Bill Clinton, een Democraat, een trouw kerkganger en een honkbalgek. Hij geeft grif toe dat hij een hekel had aan de advocatuur en A Night to Kill (1989) vooral schreef om geld te verdienen, wat met een oplage van vijfduizend niet lukte. Zijn tweede manuscript, The Firm (1991), werd echter nog vóór publicatie voor 600.000 dollar aan Hollywood verkocht. Na deze gelukstreffer werd The Firm, wegens het verwachte succes van de filmversie van Sidney Pollack met in de hoofdrol Tom Cruise, door Grishams uitgever in een enorme oplage uitgebracht en gepromoot.

Sindsdien verloopt de Grisham-cyclus als volgt: elk jaar een nieuw boek dat eerst in dure hardcover verschijnt (de eerste druk van zijn nieuwste boek, The Appeal, telde in Noord-Amerika 2,8 miljoen exemplaren), daarna volgen de paperback, de verfilming en de volgende hardcover. Grisham is een industrie en zoals veel succesvolle ondernemers maakt hij gebruik van een goeddeels geautomatiseerd productieproces.

Een ‘Grisham’ kent een aantal vaste onderdelen en eigenschappen. De standaardlocatie in zijn boeken is het Zuiden van de VS, een uitstekende locatie voor corruptie, ongeletterdheid, rassenhaat, godvrezend idealisme en pittoreske couleur locale. De standaardheld is een jonge advocaat, die verteerd wordt door twee verlangens: het beschermen van weerloze good guys tegen de brute en veel talrijkere bad guys en het verlangen om (veel) geld te verdienen. In de VS is dat geen wonderlijke combinatie. De good guys die de held wil beschermen zijn een variatie op het thema ‘de kleine man uit de provincie’, de bad guys zijn door politici gesteunde steenrijke bovenbazen uit het zakenleven, woonachtig in de Grote Stad waar hebzucht en losbandigheid heersen. Deze lieden deinzen nergens voor terug: zwendel en bedrog is hun grondhouding en moord is altijd een optie. Dit alles betekent niet dat Grishams held een engeltje is. Hij is een relatieve buitenstaander uit de middenklasse die niets op heeft met het geklets van vrouwen en familie en zich ondanks zijn chique baantje het best thuis voelt bij ‘de man in de straat’. Hij stemt op een Democraat en rijdt in een Saab.

Deze voorgestanste karakters zijn uiteraard niet de hoofdattractie van Grishams boeken. Dat zijn de eigenschappen van de plot. Grishams verhalen zijn in essentie identiek, maar het knappe is: dat geeft niet.

Allereerst rennen we een tijdje mee met een enerverende gebeurtenis in het leven van de hoofdpersoon. In The Appeal is dat de uitkomst van een proces, in The Firm de nieuwe baan van Mitch Deere en in The Client de zelfmoord van de advocaat. Vervolgens gaat er iets mis wat wij wél weten, via de stem van de Alwetende Verteller, maar de hoofdpersoon ontgaat. Deze Bedreigende Feiten worden tijdens razendsnelle, opeenvolgende scènes door Grisham geserveerd via het perspectief van verschillende hoofdpersonen. Dus: een gesprek tussen de held en zijn baas levert informatie A op, in de volgende scène ontmoet de vrouw van de held een oude kennis in de supermarkt die zich informatie B laat ontvallen, enzovoorts. De lezer telt A en B op en verzeilt met de aldus verkregen kennis C in de volgende scène.

Het is alsof Grisham in dat spervuur van scènewisselingen steeds je hoofd vastpakt en het een andere kant op draait: ‘kijk daar eens, daar gebeurt weer iets anders, en dus weet je nu D, maar de held weet het nog niet!’ Dat gewissel is bij beschouwing achteraf erg doorzichtig maar tijdens het lezen word je er heel zenuwachtig van. Na dit – beste – deel van Grishams vertellingen volgt een stroomversnelling waarin de held alles doorheeft en tot vluchten en/of actie overgaat, dan even rust, en dan een enorme Ontknoping waarin kogels of scherpe argumenten rondvliegen tijdens een afsluitende rechtszaak. De held overwint en zegt de advocatuur en het perfide rechtssysteem vaarwel.

In zijn nieuwe boek volgt Grisham bovenstaande blauwdruk. Totdat het einde aanbreekt. Dan gaat het mis met de held. In The Appeal strijdt een jonge advocaat tegen een multinational die verkiezingen manipuleert. De held verliest die strijd. De verbazing hierover is van korte duur: de Democraat Grisham heeft in dit verkiezingsjaar een bestseller geschreven over verkiezingsfraude en foute banden tussen politiek en bedrijfsleven en The Appeal is eigenlijk gewoon anti-Republikeinse propaganda. Een boeiend nieuw geluid van het verkoopwonder uit Mississipi.

Grishams homepage loopt via randomhouse.com

John Grisham: The Appeal. Random House, 384 blz. € 24,99 De Nederlandse vertaling is verschenen bij uitgeverij Bruna