Ene overname na de andere in de energiesector

De energiesector heeft geen last van de kredietcrisis.

Uit milieuoverwegingen zijn kerncentrales in, en kolencentrales uit.

Weer een recordjaar voor de elektriciteitssector. Zelfs de kredietcrisis kan de aanzwellende overnamegolf niet bedwingen. In 2007 waren er wereldwijd 768 overnames in de elektriciteitssector. Een kwart meer dan in 2006, wat ook al een actief jaar was. In totaal werden voor 372 miljard dollar (253 miljard euro) energiebedrijven opgekocht, eveneens een kwart meer dan het jaar daarvoor. Dat blijkt uit het rapport Power Deals 2007 van consultant PricewaterhouseCoopers (PwC).

Dat de kredietcrisis op deze sector amper invloed heeft, komt volgens Aad Groenenboom van PwC door de aard van de overnames. „De meeste bedrijven hoeven er slechts beperkt geld voor te lenen.”

Dat elektriciteitsbedrijven er financieel zo goed voorstaan heeft te maken met de hoge energieprijzen. De gasprijs, die in veel landen is gekoppeld aan de olieprijzen, stijgt daardoor ook, wat elektriciteit duurder maakt. Nutsbedrijven hebben een grotere liquiditeit gekregen, wat overnames makkelijker maakt. Bovendien beginnen nogal wat spelers op deze markt mondiale ambities te krijgen.

Het aantal binnenlandse overnames is veel sterker gestegen dan het aantal grensoverschrijdende overnames. Volgens Groenenboom is dat een gevolg van een groeiend politiek nationalisme. Landen als Spanje en Frankrijk zien hun bedrijven liever niet overgenomen worden door buitenlandse spelers en sturen aan op de vorming van nationale kampioenen.

In Rusland lijkt juist het omgekeerde het geval. Daar begint de elektriciteitssector zich voorzichtig open te stellen voor buitenlandse investeringen. Het Duitse Eon en het Italiaanse Enel – bedrijven waarmee het Russische staatsgasbedrijf Gazprom de laatste jaren goede relaties heeft opgebouwd – hebben onderdelen van de Russische nutssector gekocht. De overnames tekenen het opbreken en privatiseren van voormalig staatsmonopolist UES, waartoe Rusland een paar jaar geleden heeft besloten. Het stroomnet van Rusland verkeert in slechte toestand en wordt geteisterd door uitvallen. Buitenlandse investeringen, technologie en managementkwaliteiten zijn welkom.

Maar Rusland zet zijn poorten niet meteen helemaal open. De invloed van het Kremlin blijft prominent.

Uit het rapport van PwC blijkt verder duidelijk het effect van klimaatbeleid. Elektriciteitsbedrijven zijn grote uitstoters van het broeikasgas CO2, en zullen daarvoor in de toekomst steeds zwaarder belast worden. Bedrijven die hun capaciteit willen uitbreiden, zoeken wegen om daarbij de CO2-uitstoot zo min mogelijk te laten toenemen. Onder meer door windenergiebedrijven over te nemen. Vorig jaar deden het Duitse Eon, het Spaanse Iberdrola en het Portugese Energias de Portugal dat, in Amerika.

Een andere strategie is kerncentrales bouwen. Wegens de lage CO2-uitstoot staat kernenergie weer in de belangstelling. Zo hebben Groot-Brittannië, China en India plannen om nieuwe kerncentrales te gaan bouwen. Bedrijven als NRE Energy en Exelon springen daarop in door hun nucleaire programma’s uit te breiden. Het Amerikaanse Entergy wil een deel van zijn nucleaire activiteiten naar de beurs brengen.

Voor kolen lijkt de belangstelling vooralsnog terughoudend. Plannen om nieuwe kolencentrales te bouwen zijn in sommige gevallen weer geschrapt, als gevolg van klimaatbeleid. Het meest in het oog springend in 2007 was de overname van het Amerikaanse energiebedrijf TXU (voor 44 miljard dollar) door een groep van private-equitybedrijven. TXU had plannen om elf nieuwe kolencentrales te bouwen, maar de nieuwe eigenaren hebben er daarvan acht geschrapt. De verwachting is dat de belangstelling voor kolencentrales weer zal stijgen zodra er een oplossing komt voor de CO2-uitstoot, bijvoorbeeld door het broeikasgas ondergronds op te slaan.