Eilandcommunisme

Voor het eerst in de ruim vijftigjarige geschiedenis van de huidige Europese Unie wordt een lidstaat geregeerd door een communist. Verder dan regeringsdeelname in Frankrijk en Italië is een communistische partij in het vrije Europa tot nu toe nooit gekomen.

Het verdeelde eiland Cyprus, dat sinds 2004 ook verdeeld lid is van de Europese Unie, heeft dit unicum nu voor zijn rekening genomen. Demetris Christofias van de communistische partij AKEL heeft dit weekeinde op het Griekse gedeelte van Cyprus de tweede ronde van de presidentsverkiezingen gewonnen.

De zege van Christofias is op zichzelf al curieus. De nieuwe president noemt zichzelf niet alleen onbekommerd communist, hij is ook gepokt en gemazeld in het klassieke erfgoed. Tussen 1969 en 1974 studeerde Christofias in Moskou. Daar waakte partij-ideoloog Soeslov toen over het curriculum van de Sovjet-Unie. En het nog maar kort onafhankelijke Cyprus voer in die Koude Oorlogsjaren onder leiding van aartsbisschop Makarios een neutralistische koers, tot ergernis van de NAVO, waarvan zowel Griekenland als Turkije lid was.

In de laatste zomer van Christofias’ verblijf in Moskou voltrok zich de deling van Cyprus. Oorzaak was een staatsgreep in 1974 van een officier die zo hereniging (‘enosis’) met Griekenland wilde forceren. Deze coup was voor Turkije aanleiding om op grond van een akkoord uit 1959 te interveniëren.

Cyprus is deze deling sindsdien niet meer te boven gekomen. Christofias heeft nu beloofd een hernieuwde poging te doen om de impasse te doorbreken. Dat is ook om minder historische redenen van belang. Economisch gezien lijken met name de Grieks-Cyprioten weinig schade te ondervinden van het schisma. Het Griekse deel van het eiland floreert dankzij het toerisme en de attractiviteit voor buitenlands kapitaal dat zich via het Cypriotische bankgeheim aan de belastingdienst in eigen land wil onttrekken.

Maar dat neemt niet weg dat de deling van het eiland een hopeloze internationale kwestie is gebleven. De verhouding tussen de NAVO-leden Griekenland en Turkije wordt erdoor bepaald. En sinds bijna vijf jaar heeft ook de EU last van Cyprus.

In 2004 probeerde toenmalig secretaris-generaal Kofi Annan van de VN de impasse te overwinnen door een redelijk herenigingsplan op te stellen. De Turkse minderheid aanvaardde dat. De Griekstalige meerderheid stemde tegen het plan-Annan. Dat Cyprus vervolgens toch werd toegelaten tot de Europese Unie is een weeffout die Brussel zich tot op de dag van vandaag moet verwijten. Deze misgreep van de EU heeft niet alleen Nicosia ten onrechte beloond, maar belast ook de betrekkingen met Turkije op oneigenlijke gronden.

De nieuwe communistische president moet nu in staat worden geacht om een doorbraak op het verdeelde eiland te forceren. Als het hem lukt om de impasse te doorbreken, is Europa hulp en dank verschuldigd aan een communist. Het idee alleen al is even wennen.