Eeuwige adoratie voor zijn meester

Marco van Basten wordt bij Ajax herenigd met zijn leermeester Johan Cruijff. „Hij was als coach destijds authentiek en redelijk revolutionair.”

Marco van Basten hoeft geen seconde na te denken als hem wordt voorgelegd wie in zijn ogen zijn beste coach is geweest. „Johan Cruijff”, klinkt het resoluut uit de mond van de oud-voetballer in het penthouse van het Amsterdamse Hilton Hotel, enkele dagen voor de turbulente ontwikkelingen bij Ajax. De namen van voormalige leermeesters als Aad de Mos, Arrigo Sacchi, Leo Beenhakker, Rinus Michels en Fabio Capello lijken niet eens in zijn gedachten op te komen. „Cruijff heeft nu eenmaal heel veel verstand van voetbal. En dat is misschien wel de belangrijkste eigenschap om een goede coach te kunnen zijn.”

De leerling en de meester worden volgend seizoen herenigd. Bij Ajax, de club waar ze beiden hun profcarrière als speler en coach begonnen, wordt Van Basten hoofdtrainer en gaat Cruijff structuur aanbrengen in het technische beleid. Samen hopen ze Ajax terug te brengen aan de top.

De basis van de relatie tussen Van Basten en Cruijff wordt al gelegd in het seizoen 1981/1982. De twee aanvallers zijn dan ploeggenoten in het eerste elftal van de Amsterdamse voetbalclub. Op 3 april 1982 maakt Van Basten zijn debuut voor Ajax in een thuiswedstrijd tegen NEC als vervanger voor Cruijff. Van Basten: „Johan was als speler al echt de leider van de groep. Je kon toen zien dat hij een coach zou worden. Dat zag je aan zijn manier van spreken en aan zijn houding.”

In het seizoen 1985/1986 keert Cruijff terug bij Ajax als hoofdtrainer, al is hij officieel technisch directeur. De voormalige nummer 14 beschikt namelijk niet over een trainersdiploma. Ajax speelt bij vlagen fenomenaal voetbal en beëindigt het seizoen met een doelsaldo van 120 doelpunten voor en 35 tegen. De landstitel gaat echter naar PSV. „Cruijff moest in het begin van zijn trainersloopbaan heel veel slikken”, zegt Van Basten terugkijkend. „Officieel waren Spitz Kohn, Cor van der Hart en Tonnie Bruins Slot de trainers. Johan mocht eigenlijk niet eens de groep toespreken. Michels vond dat Johan eerst maar een tijdje door het stof moest. Wat daar precies achter stak, weet ik niet. Cruijff en Michels kenden elkaar natuurlijk goed van Ajax, Barcelona en de Verenigde Staten. Misschien dat Michels zich zag als de grote ervaren coach en vond dat Johan zich eerst maar eens moest bewijzen. In 1987 wonnen we met Cruijff de Europa Cup 2. Daarna kreeg hij pas zijn trainersdiploma van de voetbalbond.”

Van Basten heeft na zijn spelersloopbaan verschillende keren gezegd dat hij de beste herinneringen heeft aan zijn jaren onder Cruijff. „Ik denk dat Johan als coach destijds redelijk revolutionair was”, stelt Van Basten ruim twintig jaar later. „Johan is authentiek. Hij werkte vanuit zijn gevoel. Het ging om de manier waarop hij naar voetbal keek. Veldbezetting en samenspel, waren voor hem sleutelbegrippen. Hij kon voetballers dusdanig tactisch beïnvloeden dat ze ook op andere vlakken beter werden. Alles greep bij hem in elkaar. Als je een bal goed in wilt spelen moet je over de juiste techniek beschikken, je moet fysiek sterk genoeg zijn om op tijd te komen en dat moet je allemaal mentaal op kunnen brengen. Uiteindelijk ben ik daar als voetballer beter van geworden.”

Van Basten verruilt in de zomer 1987 zijn jeugdliefde Ajax voor AC Milan. Tijdens zijn Italiaanse jaren onderhoudt hij een innige band met Cruijff. Zijn eerste jaar bij de voetbalgrootmacht uit Milaan draait op een teleurstelling uit. Van Basten komt door een enkelblessure nauwelijks aan spelen toe. In de aanloop naar het EK van 1988 dreigt hij ook nog eens buiten het basiselftal van bondscoach Michels te vallen. Als Van Basten zijn grote voorbeeld na een oefeninterland tegen Roemenië toevallig op het plein voor het Olympisch Stadion tegen het lijf loopt, krijgt hij een wijze raad.

„Ik weet nog precies hoe dat ging”, zegt Van Basten, terwijl hij over Amsterdam uitkijkt en de lichtmasten op de plaats van handeling kan zien. „John Bosman stond in de spits. Ik mocht slechts een half uur meedoen. En dan ook nog als linksbuiten. Cruijff zei tegen mij dat ik me moest afvragen of het wel zin had om naar het EK te gaan. Hij stelde dat ik mijn plaats in de spits moest opeisen. Ik was volgens hem niet de eerste de beste. Ik heb daar toen wel even over nagedacht. Uiteindelijk heb ik besloten om gewoon naar het EK te gaan. Ik wilde het toernooi sowieso gebruiken als een soort trainingsperiode zodat ik fit aan het volgende seizoen bij AC Milan zou kunnen beginnen. Of ik een kans zou krijgen wist ik niet. Michels had iets van never change a winning team.”

Het Nederlands elftal verloor met Bosman in de spits in de eerste wedstrijd van het titeltoernooi van de toenmalige Sovjet-Unie. „Daarna heeft Michels alles omgegooid. Hij raakte toch een beetje in paniek. Drie of vier spelers gingen eruit. We gingen een ander systeem spelen. Als je daar nu als bondscoach van Oranje op terugkijkt, kun je zeggen: wat is wijsheid? Ik had een heel moeilijk seizoen achter de rug, maar kreeg opeens de wind mee. Wonder boven wonder lukte alles. Achteraf hebben mensen de mooiste theorieën verzonnen. Boeken zijn er over vol geschreven. Michels zou mij expres rust hebben gegund. Onzin natuurlijk.”

Van Basten heeft Michels leren kennen als een serieuze vakman, die op natuurlijke wijze gezag afdwong. „We zagen Michels zeker in 1988 als iemand van naam en faam. Hij was een man met status. We hadden respect voor hem. Daarbij had hij een goed gevoel voor humor. Twintig jaar geleden had Michels vooral een goede band met Ruud Gullit. Hij was de leider van het elftal. Later kregen die twee een onderlinge strijd, zoals ook Cruijff en Michels tegenover elkaar kwamen te staan. Dat soort dingen vind ik kenmerkend voor Nederland. Daar zijn we als land niet groot in.”

In 1990 breken Van Basten en Gullit met de hulp van een bevriende journalist in De Telegraaf een lans voor Cruijff. Hij zou in plaats van Thijs Libregts als bondscoach op het WK in Italië moeten fungeren. Michels spreekt hier zijn veto over uit. Vervolgens gunt hij Leo Beenhakker de baan van roerganger van Oranje. „Verstrengelde belangen speelden toen een rol. Michels had banden met het Algemeen Dagblad, Gullit had een column in De Telegraaf. Dat botste ook.”

Van Basten begint in het seizoen 2003-2004 zijn trainersloopbaan als jeugdcoach van Ajax. Een jaar later wordt hij mede op advies van Cruijff door de KNVB aangesteld als bondscoach van het Nederlands elftal. Van Basten doet vlak voor het wereldkampioenschap van 2006 opnieuw een beroep op Cruijff. „We hadden zo nu en dan contact. Nadat we ons hadden gekwalificeerd wilde ik hem graag bij Oranje betrekken. In het belang van het Nederlands elftal. Johan is gewoon een heel wijs mens. Volgens mij had hij een goede bijdrage kunnen leveren. Maar voor hem hoefde dat niet. Dat vond hij niet zinvol. ‘Het gaat toch goed zo? Als er iets is kun je me altijd bellen’, stelde hij.”

Het WK loopt met de uitschakeling door Portugal in de achtste finales uit op een teleurstelling. Tijdens de kwalificatiereeks voor het EK van 2008 ontstaat er langzaam maar zeker een negatieve sfeer rond het Oranje van Van Basten. Cruijff blijft zijn discipel steunen daar waar hij kan. Na overleg met John van ’t Schip en Rob Witschge neemt Van Basten al in de zomer van vorig jaar het besluit dat hij na het EK zal vertrekken bij Oranje. „We zijn bij elkaar gaan zitten en hebben ons afgevraagd wat we wilden. Toen kwamen we tot de conclusie dat je als clubtrainer misschien beter je ei kwijt kunt.”

Van Basten begint komend seizoen aan een vierjarig contract bij Ajax. Hij is de zesde voormalige eerste-elftalspeler van de club die in Amsterdam als hoofdtrainer aan de slag gaat. Cruijff heeft vorige week openlijk zijn goedkeuring uitgesproken over de benoeming van de op clubniveau nog onervaren Van Basten.

„Mensen die zeggen dat ik niet eerder een club heb gecoacht, hebben gelijk”, zegt Van Basten. „Ik heb er alle vertrouwen in dat het lukt. Wat is eigenlijk de definitie van een goede trainer? Waar staat geschreven hoe je dan precies moet werken? Volgens mij is daar helemaal geen leidraad voor. Ik zou zelf het liefst op de manier van Johan Cruijff willen coachen. Maar ik ben realistisch genoeg om te weten dat ik nog lang niet zo goed ben als hij was.”