Een bikkel, een Mensch – en zijn biografe

Hoe populair het genre van de biografie in Nederland is geworden, blijkt wel uit de overweldigende aandacht die het proefschrift van Anet Bleich over Den Uyl vorige week ten deel viel. Meer dan enige studie over diens politieke loopbaan in het algemeen of het door hem geleide kabinet in het bijzonder, brengt de biografie niet alleen de persoonlijkheid, maar ook een tijdvak tot leven. De aantrekkingskracht zit in kijken naar de geschiedenis als door een prisma dat het universele en het individuele omvat.

Journalisten pikken terecht de politieke krenten uit een boek als dit (Den Uyl als redder van de monarchie). Historici en politicologen kijken naar de historische analyse van de betekenis van het kabinet-Den Uyl. Zijn bewonderaars kunnen in het biografisch materiaal ontdekken waar hun idolatrie vandaan komt. Zijn haters, de Bolkestein-achtigen, komen ook aan hun trekken: zij zullen de oorsprong herkennen van de wrok en verbittering waarmee zij omkijken. Daarmee leveren zij een bewijs uit het ongerijmde dat het kabinet-Den Uyl, dat materieel weinig meer achterliet dan een nivellering naar beneden in het onderwijs, uit democratisch en ideëel oogpunt inderdaad het meest linkse kabinet aller tijden is geweest, belichaming van een mentale bevrijding uit de omknelling van de verzuiling en de regentenheerschappij van kapitaal en kerk.

De rijkdom van een biografie als deze zit vooral in het integrale karakter ervan. De hele mens, de jeugd, de obsessies, de breuken en wonden, het liefdesleven – families zijn daar huiverig voor (maar werkten in dit geval toch mee) en in wetenschappelijke kring is er nog altijd te weinig waardering voor deze benadering. Dat bleek mij tijdens de openbare verdediging door Bleich van haar proefschrift. Hoe en waarom – dat zijn toch de kernvragen – kon iemand uitgroeien tot een icoon en de verpersoonlijking van een stroming en een tijdvak? De hooggeleerden die de promovenda aan de tand voelden leken daar, met uitzondering van Ed. van Thijn, nauwelijks in geïnteresseerd. Ach, die intimiteiten. Het leek wel of de dissertatie louter over het kabinet-Den Uyl ging. En in de voorpubliciteit werd de indruk gewekt dat Den Uyl als jongetje een halve nazi was geweest, omdat hij schwärmerisch tobbend, de gedachtewereld van een gezagsaanbiddende gereformeerde middenstand projecteerde op de in Duitsland tot werkelijkheid geworden mythe van de volksgemeenschap.

Kernvraag voor de biograaf is hoe iemands persoonlijkheid vorm krijgt, in dit geval: waar reikte de adolescent Den Uyl naar, waaraan spiegelde hij zich? Kleine levensfeiten zijn soms veelzeggender dan wankelende monarchieën.

Een mooie illustratie is de vondst door Anet Bleich van een boekbespreking die de zoekende scholier Joop den Uyl voor eigen gebruik maakte van de jeugdroman De Bikkel, geschreven door Diet Kramer en verschenen in 1935, razend populair in die tijd. Volgens Bleich „herkende Joop zich in de hoofdpersoon, ene Fredrik Goossens” en schetst hij in de beschrijving van deze idealist „een raak zelfportret”.

Dat is minstens zo verbazend als de pro-Duitse jeugdopstellen die zoveel aandacht hebben getrokken, omdat Den Uyl zich hier nu weer juist identificeert met een fel antifascistische, Hitler hatende marxist, lid van de ‘Jong Communistische Partij’. Jammer dat Bleich dit boek evident niet heeft nagelezen. Frederik van Heemsweert Goossens, een 18-jarige adellijke scholier (en niet de hoofdpersoon van het boek) breekt drastisch met zijn milieu. Hij gaat economie studeren. Daarna wil hij naar Rusland. „En terugkeren om zijn volk, zijn eigen volk te leiden en voor te gaan. De enig ware boodschap brengen op de enig juiste manier. Alles moet anders worden! Alles zal zich hernieuwen. Meerdere zullen volgen. En hij zal niet opgeven. Hij zal stram staan, leven voor de grote stralende idee. Hij zal deze zekerheid nooit verliezen.”

Zijn klasgenoten hebben ontzag voor Frederiks idealisme en denken dat hij ‘een staatsman van betekenis’ zal worden, zijn leraren vinden hem ‘een geniaal denker’. „Hoewel hij velen van hen irriteert met zijn halsstarrigheid , hoewel slechts een enkele de weg naar zijn groot, warm hart gevonden heeft, hebben zij allen, zonder uitzondering respect voor zijn geestelijke vitaliteit, zijn prachtige levensdrift, voor zijn eerlijkheid ook. En tegen de lichte achterwand van zijn kamer hangt een groot portret van Lenin.”

De biografie laat glashelder zien dat in het AR-milieu waarin de diepgelovige Den Uyl opgroeide, een keuze voor radicaal links uitgesloten was. Maar een raadsel dat zij niet oplost is hoe De Bikkel, dat een humanistische strekking heeft, bij het streng gereformeerde gezin Den Uyl binnenkwam. De scholieren die erin figureren zijn stuk voor stuk ongelovig. Gek genoeg had de vrome puber Joop daar geen problemen mee, integendeel, in zijn recensie noemde hij Diet Kramers visie op mensen „vaak verrassend juist” en schreef hij dat „haar idealen van ruimheid en openheid dezelfde zijn als van de bijbel.”

Zijn enige kritiek op het jeugdboek is dat de schrijfster de seksuele nood onder jongeren onderschat. Goed gezien van de jonge Den Uyl. Diet Kramer ontkende het bestaan van seksuele gevoelens bij jongeren. Alleen een heel oppervlakkig meisje geeft zich daaraan over en wordt dan direct van school gestuurd. De rector van het gymnasium predikt ‘reinheid en geduld’ en houdt zijn leerlingen voor: „het is de moeite waard om in je jeugd sterk en goed te leven, het is de moeite waard om in je jeugd tucht en zelfbeheersing te leren.”

Was dit typisch gereformeerd? Nee dus, het was de norm, kenmerkend voor een tijdperk dat pas in de jaren zestig eindigde, met alle remmingen en schichtige preutsheid van dien. Het is maar de vraag of Den Uyls seksuele geremdheid (en zijn geschoktheid over het feit dat zijn Liesbeth vóór hem een seksuele relatie met Geert van Oorschot had) louter op zijn gereformeerde opvoeding is terug te voeren. Het moet ook een karakterkwestie geweest zijn, versterkt door de heersende zedelijkheids- en reinheidsopvattingen en het ethische décor van de tijd.

Het integrale karakter ervan maakt dat de biografie van Bleich méér is dan een leerzame politieke terugblik: een prachtig boek, dat voorbeeldig de mogelijkheden van de biografie als genre benut, omdat wij een Bikkel ontmoeten, een Mensch.