De veranderende rol van de Oriënt-verbeelding

Jan de Honds Verlangen naar het Oosten (Primavera, € 37,50) is een goede basis voor onderzoek naar het oriëntalisme, aldus Michiel Leezenberg.

‘Het werd hoog tijd: dertig jaar na Edward Saids spraakmakende Orientalism verschijnt er nu een brede studie over Nederlandse beeldvorming over de Oriënt, ofwel het islamitische Midden-Oosten. Jan de Honds rijk geïllustreerde Verlangen naar het Oosten beperkt zich tot de periode tussen 1800 en 1920, maar maakt duidelijk dat de problematische Nederlandse omgang met de islam niet van vandaag of gisteren is. [...] Misschien is de belangrijkste vraag die De Honds boek opwerpt: waarom zijn onze hedendaagse islam- en Oriëntbeelden op zoveel punten het volstrekte tegendeel van die van de negentiende eeuw? Niet alleen de westerse manier van kijken en verbeelden is in die tussentijd veranderd, ook de oosterse wereld zelf is een totaal andere dan honderd jaar geleden. De rol die de oriëntalistische verbeelding daarin heeft gespeeld is onmiskenbaar: fantasieën kunnen tot feiten worden, en afbeeldingen tot maatschappelijke werkelijkheden, zowel voor de verbeelders als voor degenen die zijn afgebeeld. Het is De Honds verdienste dat zijn boek een solide basis legt voor verder onderzoek naar zulke vragen.’