‘De Talibaan is niet meer de enige vijand’

Het was nogal een heftige tekst die het NOS Journaal optekende uit de mond van Nederlandse militairen in Uruzgan. Geen enkele andere actualiteitenrubriek besteedde er enige aandacht aan, maar alle journaalbulletins openden met de verontwaardiging te velde over het rapport van de commandant der strijdkrachten, Dick Berlijn, dat het sneuvelen van soldaat Wesley Schol en korporaal Aldert Poortema definitief wijt aan eigen vuur.

Volgens de NOS menen veel leden van de strijdkrachten dat „de Talibaan niet meer de enige vijand is.” Ook de legerleiding en het ministerie van Defensie zouden nu als vijand worden waargenomen.

Je zult als land maar in oorlog zijn en die laten voeren door mannen en vrouwen die het vertrouwen in de staat en in hun eigen bevelhebbers kwijt zijn. Nu ja, de directe officieren staan nog aan de goede kant. De grens ligt, nog steeds volgens de NOS, bij de nieuwe commandant van Taskforce Holland, Richard van Harskamp. Die verbood op het laatste moment de compagniecommandanten 'Ruud’ en 'Jeroen’, alsmede overste Hogervorst, om met NOS-verslaggever Peter ter Velde over het rapport te spreken. Van Harskamp lichtte dat besluit wel toe: „Het is niet aan die jongens om (naar buiten) te communiceren over het rapport.”

Maar er is kennelijk ook een intern communicatieprobleem. De voorzitter van de militaire vakbond ACOM eiste in de late NOS-bulletins dat minister Eimert van Middelkoop (Defensie) of de commandant der strijdkrachten maar naar Uruzgan moest afreizen om de zaak uit te leggen.

De woede van de geüniformeerde ambtenaren zou zich richten op het tijdstip dat het rapport was uitgebracht, namelijk aan de vooravond van een actie, en de stelligheid waarmee elke andere optie dan eigen vuur uitgesloten werd.

In een brief aan de Tweede Kamer concludeert Berlijn dat hij het ook heel vervelend vindt, maar dat hij tot geen andere slotsom kan komen. En het moment, dat komt immer ongelegen, want er is altijd wel een nieuwe actie op til. Het is nu eenmaal moeilijk te verteren dat zulke ongelukken gebeuren. Het is de vraag of het verstandig is om te verhinderen dat degenen over wie het rapport gaat in de media stoom kunnen afblazen. Aan de andere kant: welk leger staat nu toe dat officieren in de media rebelleren tegen de bevelvoering? De minister was ook nog niet helemaal bijgepraat. In het journaal zei hij over het spreekverbod: „Als de commandant een verstandige beslissing heeft genomen, dan respecteer ik dat. Maar hij heeft per definitie gelijk, want het is een verstandig man.”

De nu ontstane zotte situatie kan natuurlijk helemaal niet. Je zou er nog enig begrip voor kunnen hebben als het rapport zware beschuldigingen bevatte. Maar zelfs dat is niet het geval.

Gisteren zond de BBC in de rubriek Panorama een programma uit over aanwijzingen dat Britse militairen oorlogsmisdaden hadden begaan in Irak, in mei 2004 tijdens de zogeheten slag om Danny Boy. Er waren gruwelijke foto’s en dito getuigenissen van door verslaggever John Sweeney opgespoorde Irakese militairen. De Britse rechter had geprobeerd de uitzending te verhinderen, maar de BBC had die zaak gewonnen.

In Nederland heb je geen gerechtelijke actie nodig om de publieke omroep te manen tot consideratie met mogelijke fouten van strijdkrachten overzee. De verslaggeving kiest automatisch partij voor onze jongens, zelfs als ze het niet pikken dat de hoge heren geen ruimte voor twijfel laten over een incident met eigen vuur. Voor een deel valt die houding te verklaren uit eerdere flaters bij het aan de kaak stellen van akkefietjes in Irak, te weten de martelprimeur van de Volkskrant en de aanklacht tegen marinier Erik O. Belangrijker is vermoedelijk een vorm van hypercorrectie en zelfcensuur: niemand zal de media kunnen verwijten dat ze onze jongens in de rug steken. Maar aan het front voelt men zich per definitie in de steek gelaten. Dus richt de boosheid zich nu op legerleiding en politiek. Die hadden het nooit zover moeten laten komen. Je kunt in Uruzgan beter boos zijn op de pers dan op je commandant.