De ‘allochtoon’ is nu eenmaal onvermijdelijk

Minister Hirsch Ballin wil af van het begrip allochtoon omdat het tot tweedeling leidt. Zinloos, zegt taal-deskundige Renkema. „Je kan de werkelijkheid niet manipuleren.”

Het maakt niet uit hoe je ze noemt. Gastarbeider, nieuwkomer of allochtoon. „De taal volgt de werkelijkheid”, zegt Jan Renkema, hoogleraar tekstkwaliteit in Tilburg. Zolang er mensen zijn die het verschil tussen ‘oorspronkelijke’ bewoners en mensen ‘van buiten’ belangrijk vinden, zal er een woord voor bestaan.

Er moet een eind komen aan het gebruik van de woorden allochtoon en autochtoon, vindt minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA). Het creëert „valse tegenstellingen”, zei hij gisteren in het radioprogramma De Ochtenden. „Als we doorgaan met spreken alsof ons land verdeeld is, dan maken we de dingen alleen maar erger.”

Minister Vogelaar (Integratie, PvdA) pleitte in deze krant al voor een zorgvuldiger aanduiding van etnische minderheden. Toch gebruikte ze in haar integratienota zelf 452 keer (een afgeleide van) de term allochtoon. Blijkbaar is de volgens Hirsch Ballin contraproductieve tegenstelling wel relevant voor het maken van beleid.

Het probleem is, zegt Renkema, dat de minister een volgens hem ongewenste situatie – immigranten (en hun kinderen) worden door een deel van de bevolking als probleem gezien – denkt te kunnen beïnvloeden via het taalgebruik. „Maar er is ook niemand die niet weet dat een ‘prachtwijk’ van Vogelaar eigenlijk een probleemwijk is. Je kan de werkelijkheid niet manipuleren.”

Verhullend taalgebruik werkt niet, zegt Renkema. „In dit tijdsgewricht is het zelfs een gevaarlijke oproep. Onbegrijpelijk, dat een groot denker als Hirsch Ballin zo’n fout maakt. De minister bedoelt het goed, maar verschaft vooral munitie aan zijn tegenstanders. Die zullen zeggen: weer een politicus die de echte problemen wegdrukt.”

Deze voorspelling komt al snel uit: de PVV eist dat de minister stopt met „politiek correct geneuzel”. Volgens VVD’er Henk Kamp moet de minister ophouden „te zeuren” over het woord allochtoon, en werken aan de problemen met migranten en hun kinderen.

Politici worstelen al langer met de term. In 2004 besloot de gemeente Den Haag bijvoorbeeld om het woord allochtoon zoveel mogelijk te mijden. In de Haagse prachtwijken wonen nu veel Marokkaanse, Turkse of Dominicaanse Hagenaren. Niet alleen Nederland zoekt het juiste woord. In Canada is men uitgekomen op visible minorities, Australië gebruikt het begrip non English speaking background.

Dat de werkelijkheid de taal stuurt is te zien in de geschiedenis van het woord allochtoon. Volgens Onze Taal werd de term, oorspronkelijk in de geologie gebruikt voor gesteente, in 1971 door de socialistische sociologe Hilde Verwey-Jonker ingevoerd als neutrale vervanging voor gastarbeider of immigrant, en nu vooral gebruikt voor groepen van niet-westerse afkomst.

Maar juist die veranderende werkelijkheid is volgens Paul Scheffer, hoogleraar grootstedelijke problematiek in Amsterdam, reden om het gebruik te „heroverwegen”. De tweedeling dekt de werkelijkheid niet (meer), zo betoogt hij in zijn boek Het Land van Aankomst. Die onnauwkeurigheid heeft nadelige gevolgen, denkt Scheffer: het houdt vooroordelen in stand. Migrantenkinderen raken „verstrikt” in een bestaan als allochtoon, blijven altijd buitenstaander.

Beïnvloedt woordgebruik het leven van mensen? Renkema twijfelt. „Ik kan me voorstellen dat het zo is. Maar je kan het in ieder geval niet wetenschappelijk bewijzen.” Woorden uit het taalgebruik halen is volgens de hoogleraar uiteindelijk niet meer dan symptoombestrijding. „Als taaltheoreticus zeg ik: als de werkelijkheid verdwijnt, verdwijnt ook het woord.”