Anders denken

Schrijfster Nicolien Mizee geeft een cursus verhalen schrijven aan de Volksuniversiteit. Ze laat zich inspireren door het werk van haar leerlingen. Vandaag over het bedenken van onderwerpen.

Ze vinden het heel moeilijk. Moeilijker dan vorig jaar. „Dáárom wilde ik nou geen vervolgcursus geven”, zeg ik. We kijken elkaar aan, de klas en ik. „Maar we vinden het nog heel leuk hoor!” roept Ans. „Al blijkt nu ineens dat we er niks van kunnen.”

„We zijn amateurs”, zegt John. „En ik dacht na die eerste cursus dat ik al een boek kon schrijven. Dat ik alles wel wist.”

„Jullie schrijven wel lekker”, zeg ik. „Maar jullie moeten ook eens je hersens gebruiken voor je begint.” Ik blader door de stapel ingezonden werk. „Viagra, condooms, seksblaadjes. Waarom speelt alles zich af in de schaamstreek?”

„Dan kon niet anders”, zegt John. „Dat was inherent aan de opdracht.”

Die opdracht luidde: „Schrijf de volgende scène: een man staat in de rij voor de kassa. Hij heeft iets gekocht waarvan hij niet wil dat anderen het zien. Dan laat hij het vallen.”

„Ik dacht nog aan nagellak”, zegt Ans schuchter. „Een man die zijn nagels wil lakken. Maar daar hoef je je niet voor te schamen, want iedereen denkt natuurlijk dat het voor je vrouw is.”

„Maar daar denkt hij niet aan op dat moment”, zeg ik. „Hij is bang dat iedereen ziet dat hij geen vrouw heeft en dat hij het voor zichzelf koopt. En de Donald Duck? Die je nog altijd lees terwijl je al tweeënzestig bent? Of een hele dikke man die een zak Marsen laat vallen?”

„Daar denken wij allemaal niet aan”, zegt Ans. „En we kunnen toch moeilijk ineens anders gaan denken.”

„Dat is de vraag”, zeg ik. „Viagra, condooms en seksblaadjes – het ligt zo voor de hand.”

„We moeten origineler zijn”, begrijpt Tim en maakt een aantekening.

„Nee, alsjeblieft”, schrik ik, „ga niet uit alle macht proberen origineel te zijn. Alle verhalen zijn al duizend keer verteld. Het enige waar het om gaat is dat we de verhalen op onze eigen manier vertellen. Misschien zijn jullie niet persoonlijk en particulier genoeg. Viagra, condooms en seksblaadjes zijn voor de meeste mensen genant. Kies nou eens iets wat alleen voor jouw personage beschamend is. Ik heb wel eens Ons Vorstenhuis voor m’n zuster gekocht en toen was ik ook wel een beetje benauwd dat ik een bekende zou zien. Zoiets zegt meer over je personage dan porno.”

Ik denk even na en zeg: „Nieuwe opdracht: iemand verdenkt zijn partner van iets vreselijks. Noteer al je invallen, maar kies de vijfde of de zesde en ga dan pas schrijven.”

In de daaropvolgende dagen krijg ik de meest zonderlinge verhalen binnen. Johns verhaal gaat over een boekhouder die zijn vrouw ervan verdenkt lid te zijn van een Japans misdaadsyndicaat.

„Hoe kwam je daar zo op?” vraag ik nieuwsgierig als we weer bij elkaar zitten.

„Eerst dacht ik aan vreemdgaan”, zegt hij. „Toen aan moord en verslaving.”

Ik maak notities op het bord. De klas knikt. Ze hebben dezelfde ideeën in ongeveer dezelfde volgorde afgewerkt.

„En jij schrijft over een priester die niet meer gelooft in de sacramenten”, zeg ik tegen Beatrijs. „Je hoeveelste idee was dat?” „Mijn eerste”, zegt ze met een glimlach. „Want die priester is mijn broer.”