Weinig aandacht voor eigen persoon

Zijn werk is voor een deel autobiografisch, maar Henk Romijn Meijer had weinig op met aandacht voor zijn persoon. Als docent sprak hij nooit over zijn eigen oeuvre.

Arjen Fortuin

In een van zijn romans schrijft Henk Romijn Meijer – die afgelopen zaterdag na een ziekbed overleed – over een uitgever die op zoek is naar ‘licht ironische verhalen’ maar deze niet kan vinden. Want ‘geen mens die ze schreef’. Behalve Romijn Meijer zelf dan toch.

Zijn hele schrijversleven lang werd Romijn Meijer geprezen als een groot stilist met een wat zwaarmoedige inslag, maar in zijn inderdaad zeer verzorgde zinnen glinstert ook altijd iets van ironie – zoals er ook altijd een wat vileine ondertoon te ontdekken is.

Hoewel het grootste deel van zijn werk autobiografische elementen bevat, was Romijn Meijer een schrijver die weinig ophad met aandacht voor zijn eigen persoon. „Ik vertel nooit iemand wat”, schreef hij ooit. „Als schrijver ga ik uit van mensen, niet van een idee. Ik schrijf misschien vanwege een voortdurende verbazing, een voortdurend ongeloof dat de mensen zijn zoals ze zijn.”

Het geeft zijn werk een zekere verwantschap met dat van J.J. Voskuil, wiens Bij nader inzien ooit door Romijn Meijer werd binnengebracht bij uitgeverij Van Oorschot.

Henk Meijer werd in 1929 in Zwolle geboren als zoon van een strenge schooldirecteur. Hij studeerde Engels in Amsterdam, ontwikkelde een passie voor jazz en debuteerde in 1956 met de verhalenbundel Consternatie, die twee jaar eerder was bekroond met de Reina Prinsen Geerligsprijs. De jury ontwaarde bij de jonge schrijver ‘een grote stilistische ervaring en discipline’. Op advies van Gerard van het Reve (wiens Werther Nieland diepe indruk op hem had gemaakt) voegde hij de achternaam van zijn moeder toe aan die van zijn vader. ‘Henk Meijer’ was ‘te kaal’ als naam voor een schrijver, meende Reve.

Romijn Meijer werkte als docent Frans in Australië en doceerde jarenlang Engels aan de Universiteit van Amsterdam, zij het dat hij tot verbazing van sommige studenten eigenlijk nooit over zijn eigen oeuvre sprak. Dat groeide in de loop der jaren gestaag, met romans en verhalenbundels als Onder schoolkinderen (1963), Lieve zuster Ursula (1969), Bang weer (1974), De stalmeesters (1978) en De Amerikaantjes (1989). Ook verwierf hij een zekere faam als polemist die het onder anderen aan de stok had met Kees Fens en Jan Wolkers. Over Reve publiceerde hij in 1985 het kritische Toen Reve nog van het Reve was.

De literaire kritiek was vanaf het begin vol lof voor het werk van Romijn Meijer, maar bij een breder publiek brak hij pas door in 1983 met Mijn naam is Garrigue (1983), een documentaire roman over een moordzaak uit de negentiende eeuw die zich afspeelt in de Franse Dordogne, waar Romijn Meijer een huis had.

Vorig jaar verscheen zijn laatste roman, Verhoudingen. De vorige, Oprechter trouw, was een op het leven van schrijver Adriaan Morriën geïnspireerde roman over een echtpaar op leeftijd. Het bij vlagen hilarische boek laat zien hoe soepel de ironische ondertoon van Romijn Meijer kan overgaan in satire. Van Oprechter trouw verscheen vorige week nog een herdruk, ongetwijfeld met het oog op de aanstaande, aan de ‘derde leeftijd’ gewijde Boekenweek. Die week zal hij niet meer meemaken. Zaterdag overleed hij in het Franse Souillac.

Lees meer over Henk Romijn Meijer op www.nrc.nl/boeken