Verlosser komt langs

De verlosser is gekomen en hij zag dat het goed was dat een nieuwe trainer hem volgde. Johan Cruijff komt even adviseren bij de Amsterdamse voetbalclub annex beursgenoteerde onderneming AFC Ajax NV. Wat Cruijff precies komt doen en voor hoelang is onduidelijk, maar wel staat vast dat de huidige bondscoach, Marco van Basten, een contract voor vier jaar bij Ajax zal tekenen, ingaande 1 juli 2008.

Acht dagen geleden presenteerde een commissie onder voorzitterschap van oud-bestuurslid Uri Coronel na maanden van onderzoek naar het beleid van de afgelopen tien jaar, haar rapport Ajax, de weg naar winst. Nog geen week later werd een van de opvallende aanbevelingen in dit rapport door de clubleiding genegeerd. „Onwenselijk is een situatie”, schreef de commissie, „waarbij de hoofdtrainer geheel naar eigen goeddunken zijn eigen staf meeneemt en aanstelt.” Welnu, niet alleen Van Basten verhuist van de KNVB naar Ajax, ook zijn assistenten John van ’t Schip en Rob Witschge. Weliswaar was Ajax al met Van Basten in overleg voordat Cruijff op een dinsdagavond besloot maar eens bij de ledenraad langs te gaan om zijn diensten aan te bieden, maar veelzeggend was toch vooral diens achteloze mededeling daarna dat hij het rapport-Coronel niet had gelezen. En waarom zou hij? Waar Cruijff komt, gelden Cruijffs regels.

En ze zullen Ajax wellicht vooruit helpen. Dat is dan prettig voor deze club, maar of het ook een zaak van nationaal (voetbal)belang is, is een tweede. Als Ajax wint, verliest een ander.

Wie de precaire financiële situaties bij clubs als ADO Den Haag en Vitesse uit Arnhem beziet, beseft dat er in het Nederlandse voetbal meer aan de hand is dan tegenvallende resultaten in de Arena. Nationaal en vooral internationaal worden de verschillen tussen rijke en arme clubs steeds groter. Grote clubs in het buitenland zijn in handen van Russische, Amerikaanse, Thaise en andere miljardairs. In Nederland is AZ een volle dochter van de DSB-bank. Het mag zich gelukkig prijzen dat directeur Scheringa verliefd is op de club en moet maar hopen dat een kredietcrisis van Amerikaanse proporties Alkmaar en Zaanstreek bespaard blijft. Als ADO wordt gered, is dat vooral te danken aan een zakenman die geld in de club steekt in ruil voor invloed.

Van een level playing field is in de voetbalsport allang geen sprake meer. De ene club wordt rijk dankzij tycoons en tv-gelden, de ander niet. De beste spelers spelen bij de clubs waar ze het meeste kunnen verdienen. In het buitenland dus, en als het niet anders kan bij een van de drie of vier topclubs in Nederland. Voetbalclubs moeten zakelijk worden geleid, maar ze zijn geen deel van een ‘gewone’ bedrijfstak. Ze kunnen niet zonder concurrentie: zonder tegenstander is er geen werk. Internationaal en nationaal zou er meer moeten worden nagedacht over systemen van verevening en andere maatregelen die tot interessantere competities leiden.

Dit alles in de wetenschap dat als alle clubs financieel gezond en perfect georganiseerd zijn, er in de eredivisie nog steeds zeker één degradeert en een ander kampioen wordt. Gelukkig maar.