‘Royal Academy vergoeilijkt diefstal’

Kunstliefhebbers mogen dan wel razend enthousiast zijn over de tentoonstelling From Russia: French and Russian Master Paintings 1870-1925 From Moscow and St. Petersburg in de Royal Academy of Arts. Feit blijft dat zowel de Britse regering als de Royal Academy zich nu medeschuldig maken aan het vergoelijken van diefstal van privébezit. Dit schrijft The New York Times.

De tentoonstelling van 130 schilderijen van meesters als Picasso, Monet, Corot en Matisse, is mogelijk gemaakt door een Britse spoedwet die de schilderijen voor inbeslagname moet behoeden. Wanneer andere landen deze gedragswijze zouden volgen en immuniteit voor inbeslagname wettelijk garanderen om Russische kunstwerken te kunnen tonen, zullen de gevolgen veel schadelijker zijn dan we nu vermoeden.

Er staat namelijk meer op het spel dan alleen de schilderijen die tijdelijk in de Royal Academy hangen. In Rusland bevinden zich nog een groot aantal kunstschatten die tijdens de Sovjetbezetting van enkele Europese landen tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dat is de reden dat de Russische autoriteiten zulke extreme maatregelen hebben geëist om de schilderijen in Groot-Brittannië te beschermen. Alleen al de mogelijkheid van een teruggave zou de doos van Pandora kunnen openen. Experts schatten de waarde van de in Rusland aanwezige gestolen kunstwerken op ruim 9 miljard euro.

Tussen 1945 en 1948 werden treinladingen door de Duitsers gestolen kunstwerken buitgemaakt door de Sovjettroepen in gebieden die op de Duitsers waren veroverd.

Er zijn mensen die menen dat de knieval van Groot-Brittannië aan de Sovjet Unie de enige manier is om de gestolen kunst aan het licht te brengen, maar regeringen die schaamteloze regelingen sluiten en musea die winst maken met de exposities, vergoelijken de diefstal.