Optimisme en cynisme na vertrek van Fidel

Veel oudere Cubanen zullen de gisteren opgestapte Fidel Castro missen. De benoeming van zijn broer Raúl tot president zal, is hun verwachting, niet tot grote veranderingen leiden.

Raúl Castro gisteren tijdens de zitting van Nationale Volksvergadering in Havana waar hij werd gekozen als nieuwe president van Cuba. Foto Reuters REFILE - CORRECTING POOL BYLINE Raul Castro, who has been running Cuba since his brother Fidel was sidelined by illness 19 months ago, gestures during a meeting of the National Assembly in Havana Feruary 24, 2008. Cuba's National Assembly met on Sunday to name a successor to Fidel Castro REUTERS/Prensa Latina/Pool (CUBA) V-teken REUTERS

Soms was de stem van Raúl Castro, via krakende televisies, gisterenmiddag even hoorbaar in de straten van Havana. Maar tot veel opwinding leidde zijn benoemingstoespraak niet. Het afscheid van de ‘grote bevrijder’ van Cuba, Fidel Castro, veroorzaakte ook geen emotionele taferelen.

„Het lag in de lijn der verwachtingen en Fidel is nog steeds niet echt weg”, zegt de 69-jarige Jorge, die in Vedado woont, een wijk in Havana. Voor de televisie zitten, om te kijken wie de nieuwe president van Cuba zou worden, heeft hij dan ook niet gedaan vandaag. Hij zegt: „De revolutie is nog steeds springlevend.”

Het parlement van Cuba koos gisteren Raúl Castro als opvolger van zijn broer Fidel, die bijna een halve eeuw aan de macht was. Vooral voor de oudere generatie Cubanen betekent de machtswisseling een einde van een tijdperk.

De gepensioneerde Jorge is een grote fan van Fidel Castro, aan wie „niemand kan tippen”. Hij zegt ook dat Raúl, een goed leider zal zijn. Fidel zal hij missen. Want hij is toch degene geweest die destijds het eiland heeft bevrijd van de dictator. „En niemand kan zo intelligent praten als Fidel. Ik luister graag naar zijn speeches.”

Toch denkt Jorge, die bijklust in een opleidingscentrum voor werknemers in de toerismesector, dat Cuba een andere toekomst tegemoet gaat. Het kan alleen maar beter worden, zegt hij, zonder een greintje ironie. „De communistische revolutie gaat door, terwijl Fidel op de achtergrond meekijkt.”

Op de Malecón, de boulevard van Havana, praat Sonía, een 50-jarige huisvrouw eveneens met lof over Fidel Castro. Een Cuba zonder hem is bijna ondenkbaar. Altijd is hij aanwezig geweest in de maatschappij. „Aan alles komt een einde. Hij heeft bijna vijftig jaar het land geleid, dus is het wellicht goed dat er nu andere mensen opstaan om in zijn voetsporen te treden.”

Voorzichtig formuleert ze haar verwachtingen voor de toekomst. Eigenlijk hoopt ze dat de jonge garde een grotere stem krijgt in de regering. Misschien is Cuba ook wel toe aan ‘bescheiden’ hervormingen, zegt Sonia voorzichtig. En die hervormingen zullen vooral mogelijk worden als jongere politieke leiders inspraak krijgen.

Zelf zou Sonía ook een keertje naar het buitenland willen reizen, iets wat nu verboden is. Maar vooral zou zij economische hervormingen verwelkomen. „Cuba is een arm land en mensen hebben weinig perspectieven. Je wilt toch dat je kinderen goede banen kunnen krijgen, dat ze zich kunnen ontwikkelen. Daar heb je een iets dynamischere economie voor nodig.”

In eerdere toespraken heeft Raúl al aangeven dat de economie, vooral die van de landbouwsector, moet worden gerevitaliseerd – Cuba is een grote importeur van voeding uit de VS als gevolg van de tegenvallende landbouwproductie. Of dat op korte termijn ook wordt gerealiseerd, is de vraag.

De 72-jarige Julio is sceptisch. Hij klaagt over de hoge voeding prijzen in het land en zijn lage pensioen. In een van de straten van het historisch centrum van Havana probeert hij geld bij te verdienen als parkeerwachter. „Ik moet wel, anders loop ik de laatste week van de maand rond met een lege maag”, zegt Julio. In zijn leven werkte de zeventiger als schoenpoetser, parkeerwachter en gids voor toeristen.

Toen hij een twintiger was, en Castro net de macht had overgenomen in Cuba, hoopte hij nog dat zijn land een bruisende toekomst tegemoet zou gaan. Maar die hoop is inmiddels vervlogen. „Wat ik u vertel over Cuba is geen kritiek, maar de realiteit.”

En dan gaat Julio los, over alles wat mis is met de Cubaanse maatschappij. Er zou corruptie zijn. Prostitutie is een groot probleem. De prijzen van goederen en van dienstverlening zijn te hoog. „In Cuba zitten mensen vast, omdat ze kritisch zijn over het bewind. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn geweest van de revolutie?”

Als hij praat over de periode van de dictator Batista, die door Castro werd verdreven, klinkt het bijna nostalgisch. Volgens Julio was het leven toen tenminste betaalbaar, was er concurrentie in winkels en restaurants. „Je kon dingen goedkoper op de kop tikken. Dat is nu onmogelijk. Ik verwacht ook niet dat Raúl straks met economische hervormingen komt, waardoor onze levensstandaard omhoog zal gaan.”