Oppositiedier voert overlevingsstrijd op het pluche

Een stemmentrekker voor de ChristenUnie, maar als staatssecretaris ligt Tineke Huizinga onder vuur. „Ze blijft zichzelf, maar dat is misschien ook wel haar probleem bij het besturen.”

Haar ogen beginnen te spreken, haar handen te bewegen. „Schan-da-lig” zegt Tineke Huizinga met enig gevoel voor dramatiek als Andries Knevel haar mening vraagt over de geplande vertoning van de pornoklassieker Deep Throat op een van de publieke kanalen.

Huizinga zit vooral in de tv-uitzending om over de ov-chipkaart te praten, net zoals ze zich de komende weken als staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat met de problemen op dit dossier zal moeten bezig houden. Een nieuw spoeddebat over de kaart dreigt, terwijl het antwoord op een vorig spoeddebat in de Tweede Kamer nog onderweg is. Een dezer dagen zal zij haar beloofde aanvalsplan voor de kaart moeten presenteren.

Tineke Huizinga-Heringa (48) van de ChristenUnie (CU) maakte in haar eerste jaar als staatssecretaris pijnlijk hard kennis met de politieke verantwoordelijkheid die bij haar nieuwe ambt hoort. Of het nu ging om taxi’s, om de aanbesteding van het openbaar vervoer of om de invoering van een opvolger van de strippenkaart.

Eerst waren er technische problemen met de poortjes van de ov-chipkaart en kregen reizigers verkeerde tarieven in rekening gebracht in de gebieden waar met de kaart geëxperimenteerd wordt. Daarna kraakten hackers het systeem en vervolgens bleken vervoersbedrijven te veel gegevens van klanten te lang te bewaren. De Tweede Kamer eiste vorige maand dat Huizinga ingreep. Dat is niet zo makkelijk, want de bewindsvrouw heeft formeel alleen wat te zeggen over de afschaffing van de strippenkaart. De provincies, gemeenten en (private) vervoersbedrijven gaan over de nieuwe ov-chipkaart, over de technologie en over de tarieven.

Maar Huizinga was in de gevarenzone terechtgekomen, veel Kamerleden zwermden ’s avonds tijdens het spoeddebat op het Binnenhof rond – om te kunnen stemmen bij een eventuele motie van wantrouwen. De Kamer eiste regie en Huizinga zegde een „aanvalsplan” toe. Zij heeft recht op nog een kans, klonk het in de plenaire zaal. De vertrouwensvraag werd niet gesteld, maar haar ruimte om fouten te maken is in de politieke werkelijkheid van Den Haag zichtbaar geslonken.

Wie is de vrouw die in haar vorige leven als parlementariër de ChristenUnie een socialer profiel gaf, die zich ontpopte als een van de grootste tegenstanders van Rita Verdonks asielbeleid en die nu als staatssecretaris water, taxi’s en openbaar vervoer bestiert?

Tineke Heringa werd geboren in het Friese dorp Dantumadeel en groeide op in Amersfoort. Haar vader was directeur van een lagere school, haar moeder onderwijzeres. Haar drie broers en twee zussen doorliepen allen het gymnasium en rondden een universitaire opleiding af. Tineke niet. Tijdens haar studie rechten in Utrecht ontmoette ze Ruurd Huizinga, zes jaar ouder dan zij. 1982 is een roerig jaar. Ze besluit haar studie af te breken, treedt in het huwelijk en verhuist naar Heerenveen, waar haar man in het bedrijf van zijn familie aan de slag gaat. Haar vader overlijdt hetzelfde jaar op 57-jarige leeftijd.

Het geloof is altijd belangrijk geweest voor haar. „God heeft onze zoon geschapen”, schrijft ze in die tijd op het geboortekaartje van haar oudste zoon. Hij wordt geboren op een zondag, Eerste Kerstdag. Er volgen nog twee dochters. Bij de Nederlands gereformeerde kerk van Heerenveen valt Huizinga snel op als lid van de gemeente. „Ze was een jonge moeder die zich direct profileerde”, weet toenmalig predikant Kor Muller. „Huizinga is een intellectuele vrouw, geemancipeerd en heeft duidelijke meningen. Dat zijn mensen van wie je wat kunt verwachten.”

Bekenden omschrijven haar als trouw, oprecht en met een allergie voor botheid. Juist door haar combinatie van felheid, vastberadenheid en maatschappelijke betrokkenheid werd ze in Heerenveen gevraagd voor allerlei functies. Van scriba (soort secretaris) in de kerkenraad tot lijsttrekker van de ChristenUnie, van lid van een schoolbestuur tot juridisch adviseur van asielzoekers. Ooit was ze actief voor Youth for Christ en voor Open Doors, een beweging die opkomt voor onderdrukte christenen.

Huizinga is pas 34 als medio jaren negentig ook haar moeder overlijdt. In dezelfde periode gaat haar jongste dochter voor het eerst naar school en slaat Huizinga haar vleugels uit. Zij wordt actief als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk. „Het leek iemand die na het krijgen van kinderen wel iets zinnigs wilde doen”, herinnert toenmalig teamleider Heleen van der Werff zich. „Ze kwam als een bedeesd dametje binnen en zou asielzoekers juridisch gaan bijstaan in hun procedures. Toen vroeg ik me af of zij met haar stemmetje wel weerwoord kon bieden aan de harde advocaten van de tegenpartij. Maar achteraf bleek zij heel goed te weten wat zij deed en heeft zij zich in de praktijk bewezen.”

Huizinga is van de inhoud, zegt Van der Werff: goed in de dossiers, een zorgvuldig werkende kracht. „Op die manier redde ze het. Zij zou nooit zomaar een advocaat van de tegenpartij bellen zonder het dossier goed te kennen.”

Zo verschijnt ze op de radar van de lokale politiek. De Reformatorische Politieke Federatie (RPF) en het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) fuseren tot de ChristenUnie, waardoor in sommige gemeenten eerder kans op een zetel ontstaat. Huizinga past naadloos in het ‘wittevlekkenplan’ van de nieuwe partij: in welke gemeenten kan de partij nu wel kansrijk aan de verkiezingen meedoen? „We konden in Heerenveen geen lijsttrekker vinden, terwijl we daar kans op een zetel maakten”, herinnert Piet Adema zich, gedeputeerde namens de GPV in Friesland die de regio afstruint. Hij wordt geattendeerd op een zekere Tineke Huizinga. Machtsdenken is haar niet vreemd. Adema: „Als zij politiek actief zou worden waarom dan niet bij het CDA. Die partij heeft toch een bredere basis, wierp zij op.” Huizinga herinnert het zich anders: moet je in Heerenveen wel met een tweede christelijke partij aan de verkiezingen meedoen? Kan je niet beter de krachten bundelen? De bezoekers wijzen op de breedte van het CDA. „Daar zitten ook moslims in de fractie. Dat is een keuze die de ChristenUnie natuurlijk niet zou maken. Bij het CDA kun je minder authentiek christen zijn”, zegt Adema.

Huizinga heeft een week bedenktijd nodig. Ze wordt de eerste vooraanstaande ChristenUnie-politicus die niet uit een van de twee bloedgroepen komt. „Bij een partij met zo’n flitsende naam horen bescheiden mensen die wijzen naar een grote God”, schrijft ze in haar column in Handschrift, het huisorgaan van de partij. Vier jaar lang leidt ze een eenmansfractie in Heerenveen. Daarna volgt de landelijke politiek. Huizinga is een stemmentrekker. De eerste keer door een actie uit het gewest Utrecht om voor de eerste vrouw op de lijst te stemmen. Daarna doet ze het op eigen kracht. Tot tweemaal toe houdt ze een ChristenUnie-coryfee uit de Tweede Kamer. In 2002 debuteert ze met voorkeursstemmen in het parlement ten koste van Eimert van Middelkoop, de huidige minister van Defensie. In 2003 is voormalig RPF-lijsttrekker Leen van Dijke het slachtoffer van de eerste vrouw van de ChristenUnie.

Huizinga behoort binnen haar partij tot de vooruitstrevende tak. Voor haar geen taboe op condooms, homostellen of vrouwelijke predikanten. Ze is gek op de Britse humor van John Cleese in Fawlty Towers. Ze heeft een brede muzikale voorliefde, van Händel tot Gershwin, van Loof de Koning (gezang 460) tot de eigentijdse muziek van Spinvis. Ze bewondert Nelson Mandela. Ze is dol op de Waddeneilanden, vooral op het autoluwe Vlieland en Schiermonnikoog.

In 2002, het eerste jaar in de Kamer, maakt ze deel uit van de zware parlementaire enquêtecommissie Srebrenica. Voorzitter Bert Bakker (D66) werkt acht maanden intensief met haar samen. „Zij heeft een verlegen uitstraling, het uiterlijk van een jonge vrouw die net komt kijken, maar dat is slechts schijn. Ze is heel vasthoudend, en kan een grote verbetenheid aan de dag leggen.”

Huizinga blijkt bedreven in het verhoren van getuigen. „Juist bij de mannetjesputters, de militairen met een snor zetten we haar in. Wij kregen in het begin als commissie wel kritiek, in de zin van: wat stellen jullie aarzelend vragen. Maar dat was juist tactiek.”

Huizinga past in de traditie van kleine christelijke partijen die vaak inhoudelijk sterke Kamerleden leveren. Bij de formatie in Beetsterzwaag zit ze niet aan de onderhandelingstafel. Partijleider André Rouvoet neemt de nummer twee van de kieslijst, Arie Slob, mee. Huizinga, die bij de laatste verkiezingen meer stemmen kreeg dan Slob, lijkt een voor de hand liggende fractievoorzitter.

Het debuut van Huizinga in het vierde kabinet van Balkenende is er niet een om van te dromen. Na een halfjaar neemt ze een besluit dat lijnrecht indruist tegen het standpunt waarvan ze de Kamer eerst probeerde te overtuigen. Ze draait de verplichte aanbesteding van het stadsvervoer terug. Vlak daarvoor had ze als verse staatssecretaris gezegd „het niet te kunnen maken” om die verplichting te schrappen. Het zou nadelig zijn voor de grote steden en oneerlijk voor de regio’s waarvoor de verplichting wel bleef gelden. En er bestond ook nog iets van „bestuurlijke betrouwbaarheid”. Terugdraaien zou afbreuk doen aan de betrouwbaarheid van de overheid met de daarbij behorende juridische risico’s. Maar een motie, met een nipte Kamermeerderheid, laat de bewindsvrouw noodgedwongen 180 graden draaien. Ze vindt het niet democratisch om die motie naast zich neer te leggen. Daar had ze zich juist zo aan geërgerd bij Rita Verdonk die dat wel deed.

Volgens Tweede Kamerlid Emile Roemer (SP) pakt Huizinga sindsdien niet door. „Dit onderwerp hangt maar in de lucht. Dat is niet handig, je ziet de onrust ontstaan.” En met onrust omgaan is niet haar sterkste kant, meent Paul de Krom van de VVD. „Ze wacht veel te lang als er ophef is. Dan is ze onzichtbaar, onhoorbaar. En ondertussen brengen de media het ene na het andere verhaal. Als ze dan onder grote druk in beweging komt, is er al zoveel onnodige schade aangericht.”

Ophef was er ook bij de taxi’s. Huizinga stelde de invoering van nieuwe tarieven een paar keer uit, waarbij ze de taxiwereld eenmaal vals beschuldigde. Ze bood haar excuses aan. Ze zette de Kamer volgens de oppositie ook op het verkeerde been. Niet moedwillig en het zou om details gaan, maar volgens Roemer is het tekenend voor een gebrek aan controle. „Als je de leiding niet hebt, overkomt je dat. Een krachtig bestuurder laat dat niet gebeuren. Maar Huizinga staat niet boven de materie.”

De Krom: „Huizinga weifelt, ze is afwachtend. Ze bijt niet op de juiste momenten door. Ze weet niet wat haar voor ogen staat en ze leunt te veel op haar ambtenaren. Dat leidt af en toe tot pijnlijke stiltes in de debatten. Ze is een zwak bestuurder.”

Met de invoering van de nieuwe taxitarieven kwam het uiteindelijk goed. Bakker noemt Huizinga een authentieke politica. „Mensen gaan vaak rollen spelen in de politiek, gaan zich overdreven ambtelijk opstellen of overdreven populistisch. Tineke blijft zichzelf, dat is misschien ook wel haar probleem bij het besturen van zo’n moeilijk departement als Verkeer en Waterstaat. Tineke zit op een vervelend dossier waar haar hart niet ligt. Als je moreel bevlogen bent, wat moet je dan met taxi’s en de ov-chipkaart?” Adema: „Ze is een oppositiedier, zeker op zaken die haar na aan het hart liggen.”

Wat deed ze het afgelopen jaar volgens haar critici wél goed? „Ik denk dat ze het meeste op heeft met de binnenvaart”, zegt Roemer van de SP. „Dan treedt ze zelfverzekerder op, met meer passie.”