Op kousevoeten in het speelparadijs

Nederland telt bijna 100 speelhallen voor kinderen, waar ze geen last van het weer hebben. „Als het bijzondere gewoon wordt, wordt een kind blasé.”

Richard Roffel rent op zijn sokken achter zijn dochter van drie aan. Met een wilde blik in de ogen scheurt ze onder een klimnet door, langs fel gekleurde plastic buizen naar een reusachtige glijbaan. Deze installatie (ballenbak, glijbanen, trampolines) is geschikt voor kinderen van vier tot twaalf jaar. Maar de Roffels zijn er niet weg te slaan. In de winter komen ze om de week bij Bambini, in een oude zwembadhal in Vlissingen. Roffel: „Waarom zou je het hele weekeinde thuis blijven?”

Het binnenspeelparadijs heeft Nederland veroverd. Van Hoorn tot Heerlen, van Drempt tot Delft – 99 zijn er nu. In de krokusvakantie, die vandaag is begonnen, zullen honderdduizenden kinderen de enorme speelhallen (tot 3.000 vierkante meter) bezoeken. Terwijl muziek uit de luidsprekers klinkt, kunnen ze eindeloos springen, klimmen en klauteren zonder last te hebben van het weer. Of van een betonnen grond. Of van auto’s. Of hondenpoep. Of enge mannen. Of hangjongeren.

Tegen betaling en onder begeleiding van volwassenen, dat wel. De toegang per kind kost meestal 6,50 euro, voor volwassenen niets of weinig. Er is altijd snoep te koop, limonade, koffie, chips, en patat. Eigen boterhammen of drankjes mag men niet gebruiken.

Zo’n hal ademt vermaak. Er zijn levensgrote legoblokken, kinderbioscoopjes met zitzakken, lachspiegels, clownshoofden. De schoenen moeten uit waardoor het op drukke middagen naar zweetvoeten ruikt.

Een voorziening als Bambini is een vooruitgang, vindt Adrienne Harskamp uit Vlissingen. „Vroeger hadden we dit niet.” Haar dochter kan er urenlang spelen, terwijl zij met vriendinnen kletst aan een koffietafel. Ze onderneemt veel met haar dochter. Ze gaan naar het zwembad, hier naartoe of naar een spelletjeshal. Thuis zijn is ook gezellig, vindt Harskamp, maar haar dochter (7) is enig kind en mist dus gezelschap van kinderen. Voor de deur spelen kan niet, want het verkeer raast voorbij. „Daarom doen we veel.”

Sommige gezinnen ziet Mart Kreft week in week uit. Hij is eigenaar van een van de grootste speelparadijzen van Europa: Ballorig in Zoetermeer. Het is bij hem schoon en betrouwbaar en daarom blijven ze komen, zegt hij. Met slecht weer telt hij 15.000 kinderen in een week. Ofwel 97.500 euro. Kinderfeestjes worden er ook gegeven: op een gemiddelde woensdagmiddag (vrij voor basisscholieren) wel twintig. „De mensen willen geen troep thuis en dus doen ze het hier.”

Het valt Kreft op dat moderne ouders er veel op uittrekken met hun kinderen, naar speelparadijzen, pretparken en dierentuinen, maar dat ze eigenlijk weinig met hen doen. „Ze besteden alles uit. Wij stimuleren dan ook dat de ouders zélf met hun kinderen in de ballenbak springen. En dus niet met een boekje ergens gaan zitten. Ik zeg weleens: ‘Welkom. De kinderen mogen gaan zitten lezen. De ouders moeten klimmen’.”

Kinderen die elke week worden vermaakt, krijgen niet de kans zich te ontwikkelen. Dat zegt biopsycholoog en publicist Martine Delfos. „Als het bijzondere gewoon wordt, dan wordt een kind blasé. Dan heeft het steeds nieuwe prikkels en spanning nodig om zich te vermaken. Terwijl het belangrijk is dat een kind met weinig genoegen leert nemen en leert doseren. Later zal hij zélf zijn verveling te boven moeten komen. Zichzelf moeten vermaken. Ik denk dat ouders die elk weekend iets leuks met de kinderen doen, zelf in hun jeugd ook al te veel zijn vermaakt. Ze willen altijd iets meemaken en doen dat nu met hun kinderen.”

De moderne samenleving selecteert langzame emoties uit, vindt Delfos. „Alles moet flitsen. Het is de sms versus de post. Verliefdheid is een snelle emotie, liefde en tederheid langzaam. Als ouder moet je het bij uitstek hebben van langzame emoties: een kind opvoeden is blokje voor blokje stapelen. Elke keer weer naar dat verhaal over de hamster luisteren.”

Bovendien ontwikkelen kinderen zich juist het beste als ze zichzelf vermaken, zegt Delfos. „Als je niets hoeft te creëren omdat het er allemaal is, dan gebruik je je talenten niet. Je kunt ze beter elke dag buiten laten spelen of thuis. Dan gaan ze steeds betere zandtaarten bakken. Steeds mooiere tekeningen maken. Steeds andere insecten zoeken.”

Ouders denken dat als hun kind schaterlacht – omdat het vermaakt wordt – dat altijd goed is, zegt Delfos. „Als een kind stil zit zich te concentreren op iets, is dat óók goed.” Maar dat vraagt meer van ouders. „Ze moeten steeds reageren als een kind gefrustreerd raakt omdat iets niet lukt. En beter opletten voor de veiligheid dan in de beschermde omgeving van het speelparadijs.”

En dat brengt Delfos op een ander bezwaar van het veelvuldig op stap gaan: „Het gemak dat je kind onder de pannen is – je eigen belang dus – weegt blijkbaar zwaarder dan de kwaliteit van wat het kind doet. Net als wanneer ouders hun kind voor de televisie zetten om de handen vrij te hebben.”

Jantje Beton, die ijvert voor speelplekken buiten, ziet ook dat speelparadijzen oprukken. „Als kinderen dat leuk vinden, prima”, zegt Froukje Hajer, hoofd Programma’s van Jantje Beton. „Maar ze moeten niet gezien worden als vervanging voor speeltuinen buiten. Daar moeten gemeenten in investeren.” Ten eerste kunnen veel ouders het speelparadijs niet betalen. „Voor de ouders die dat wel kunnen, geldt dat ze steeds sterker de vrije tijd van kinderen invullen. Wij willen juist dat er in alle woonbuurten speelplekken zijn waar kinderen gratis, onbevangen en zonder ouderlijk toezicht samen kunnen spelen.”

Moeder Adrienne Harskamp denkt er vaak over na. Dat ze misschien minder met haar dochter zou moeten ondermen, meer „los zou moeten laten”. En dat het bijzondere – een betaald uitje waar kinderen vermaakt worden – steeds gewoner wordt. „Toch speelt ze hier wel zélf. Ik vind dat de televisie meer afstompt dan dit.”