Meneer Verbruggen, wat is er zo moeilijk?

Popiejopie opmerkingen van zomaar een zwemtrainer. Dat was de reactie van Hein Verbruggen, voorzitter van de coördinatiecommissie voor de Olympische Spelen in Peking, op de opmerking van zwemtrainer Jacco Verhaeren dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) de situatie rond de mensenrechten in China bagatelliseert, én de sporters aan hun lot overlaat in hun kritiek op China.

De kwalificatie ‘zomaar een zwemtrainer’ voor iemand die Nederlandse zwemmers naar zes olympische titels heeft begeleid in een zeer mondiale sportdisciplines, ach ja. Iedereen heeft het recht op zijn mening. Maar de terechte kritiek op schendingen van de mensenrechten afdoen als popiejopie-gedoe, wat moet je daar mee? Wat bezielt iemand om een belangrijke discussie op dat niveau te voeren?

Verbruggen is een van de belangrijkste verantwoordelijken voor het toekennen van de Spelen aan Peking. Als voorzitter van de beoordelingscommissie gaf hij de stad een uitstekend rapport. Historisch is zijn opmerking dat het met de luchtkwaliteit in Peking zo slecht niet kon zijn, te oordelen naar het groene gras langs de weg. Terwijl iedereen die een beetje oplette, had kunnen zien dat Chinese arbeiders de dag voordien druk in de weer waren geweest met verf en kwast, om het gras een ‘natuurlijk’ kleurtje te geven. Dat is minder erg dan executies, maar het is toch een beetje als een wielrenner die verboden middelen gebruikt. Daar weet Verbruggen alles van.

Verbruggen wil niets weten van kritiek op China. Terwijl hij bij de toekenning van de Spelen aan Peking de eerste was om te roepen dat de Spelen zouden bijdragen aan een betere situatie in het land. Ook dat was een politieke uitspraak. Maar als een gerespecteerd trainer er op wijst dat er van die belofte weinig tot niets terecht is gekomen, dan mag het plots niet meer. Vreemd. Dus is de vraag nogmaals op zijn plaats: meneer Verbruggen, wat is er zo moeilijk aan het veroordelen van executies?

Dirk Vandenberghe