Kans op beweging in Cyprus

De nieuwe Cyprische president is de communist Dimítris Christófias. Onder zijn bewind wordt hervatting verwacht van de onderhandelingen met de Turks-Cyprische zijde.

Dimítris Christófias (62), leider van de communistische AKEL, is gisteren gekozen tot president van Cyprus als opvolger van Tassos Papadópoulos, die de zondag tevoren al was uitgeschakeld. Met ruim 53 procent van de stemmen versloeg bij zijn rivaal Jannis Kasoulídis, kandidaat van het conservatieve Democratisch Verbond (DYSY). Beiden hadden aangekondigd, dat ze daags na een overwinning naar de Turks-Cyprische leider Mehmed Ali Talat zouden stappen voor nieuwe onderhandelingen, zodat vooraf al duidelijk was dat er weer beweging zou komen in de impasse-Cyprus. Dat was iets waarvoor Papadópoulos de boot steeds afhield.

Christófias staat vanouds bekend als iemand die streeft naar goede betrekkingen met de Turks-Cyprioten. Gisteren zei hij na het bekend worden van zijn overwinning „een hand van vriendschap uit te strekken naar het Turks-Cyprische volk en zijn leiderschap”.

Bij de presidentsverkiezingen van 2003 sloot hij zich echter aan bij Papadópoulos’ verwerping van het herenigingsplan van Kofi Annan, dat bij referendum met 76 procent door de Grieks-Cyprioten werd weggestemd. De Turks-Cyprioten aanvaardden het. De DYSY steunde toen dit plan.

Door het verrassend wegvallen van de anti-Turkse factor Papadópoulos kreeg de verkiezingsstrijd van afgelopen week weer iets van het vroegere element rechts tegen communistisch. De twee grote partijen staan sinds mensenheugenis lijnrecht tegenover elkaar en het hele eiland, inclusief de voetvalverenigingen, was opgedeeld in DYSY en het AKEL-kamp. Dat laatste bestreek naast arbeiders en boeren ook grote delen van de bourgeoisie, onder wie veel kleine winkeliers.

De K van de in 1941 opgerichte AKEL staat overigens voor Cyprus, niet voor communistisch. Maar de partij was altijd op Moskou gericht en vereert nu Poetin, niet in de laatste plaats na diens recente waarschuwing inzake een parallel Kosovo-Turks Cyprus. Anders dan de Griekse zusterpartij verdedigde de AKEL de oriëntatie op de EU, maar niet de toetreding tot de Eurozone in januari. Christófias, die vloeiend Russisch spreekt, is zeker geen Europese figuur zoals Kasoulídis.

Tekenend voor het wederopleven van een anticommunistische galm in de campagne was de, wellicht averechts uitgevallen, oproep van aartsbisschop Chrisóstomos, vooral niet op Christófias te stemmen teneinde religie en taal te redden. „Ik ben met mijn hele familie gelovig en praktiserend christen”, was de reactie van Christófias, die tijdens zijn campagne geen nadruk legde op zijn commmunistische wortels maar zich presenteerde als een „progressieve socialist”.

De nieuwe president, van eenvoudige komaf, is binnen zijn partij komen bovendrijven op gezag van de ‘permanente’ partijleider Ezekías Papaioánnou. Toen die Christófias’ geboortedorp Díkomo (nu onder Turkse bezetting) in 1968 aandeed mocht de jonge communist een welkomstoespraak houden in het café van zijn vader, die indruk maakte op Papaioánnou. Het jaar daarop vertrok de jonge Dimítris voor een vijfjarige studie geschiedenis naar Moskou. Na terugkeer klom hij snel op in de partijhiërarchie en in 1987 benoemde de grijze partijleider hem tot zijn opvolger. In 1996 trotseerde hij een vrij zware hartaanval. De laatste vijf jaar was hij als parlementsvoorzitter de tweede man van de Republiek.