IOC doof voor kritiek zwemcoach Verhaeren

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) lijkt ongevoelig voor de kritiek van zwemtrainer Jacco Verhaeren. Afgaande op de reacties van de Nederlandse IOC-leden Hein Verbruggen en Els van Breda Vriesman hoeft niet te worden gerekend op een openlijke veroordeling van China voor het schenden van mensenrechten, waartoe Verhaeren het IOC met het oog op de Spelen in Peking had opgeroepen.

Verbruggen, die voorzitter is van de coördinatiecommissie en namens het IOC toezicht houdt op de organisatie van de Spelen, heeft besloten niet langer te reageren op „een typisch Nederlandse discussie”. En Van Breda Vriesman, die deel uitmaakte van de commissie die de kandidaatssteden voor ‘2008’ beoordeelde, zegt dat „het IOC niet verantwoordelijk is voor het verbeteren van de mensenrechten”. Verhaeren had niet anders verwacht en is niet bereid tot een inschikkelijke houding. „Want het IOC kan zich niet afzijdig houden met de opvatting dat de Olympische Spelen geen politiek toneel zijn.”

De trainer en tevens technisch directeur van de zwembond (KNZB) verweet zaterdag het IOC in een interview met NRC Handelsblad zich steeds meer te distantiëren van de politieke discussie over de misstanden in China. Hij riep het IOC op zich sterker te maken voor de mensenrechten, mede om de sporters tegen de toenemende kritiek te beschermen. Verhaerens hartekreet leidde tot veel reacties, vooral van de media.

Hoewel Verhaeren beseft dat andersdenkenden minder snel de telefoon grijpen, voelde hij zich gesterkt door de talrijke steunbetuigingen. Het deed hem vooral goed dat China-kenner en oud-tafeltennisster Bettine Vriesekoop zijn oproep aan het IOC telefonisch vanuit Peking steunde in de radio-uitzending van Met het Oog op Morgen. Verhaeren: „Zij vertelde dat de mensenrechtensituatie nog schrijnender is dan ik dacht.”

IOC-lid Van Breda Vriesman wil dat geloven, maar vindt dat de veranderingen in China van binnenuit gerealiseerd moeten worden. „En daar kunnen de Spelen een bijdrage aan leveren. Het heeft geen zin om het tijdens de Spelen met China over mensenrechten te hebben. Het moet benoemd worden, maar via de geëigende kanalen. Ja, dan denk ik aan stille diplomatie. Ik hecht eraan dat de discussie zuiver wordt gevoerd en niet in de zin dat het IOC meer aan mensenrechten moet doen, want dat is nooit beloofd.”

Volgens Verhaeren zijn de sporters en coaches niet gebaat bij diplomatie. „Wij hebben openlijk steun van het IOC nodig, omdat wij worden aangesproken op de situatie in China.”