Het geloof van Balkenende

En weer debatteerde het parlement over een geloofskwestie. Ditmaal niet over de overtuigingen en praktijken van immigranten, maar over het geloof der mannenbroeders. Meer in het bijzonder dat van de premier. In een zondags tv-programma zei hij: „Zonder geloof kun je niet functioneren.” Dat was een persoonlijke geloofsbelijdenis.

Mag een premier uitkomen voor zijn geloof? Het sociaal-democratische Kamerlid Jeroen Dijsselbloem vindt kennelijk van niet, want die stelde een paar chagrijnige vragen. Was de uitspraak van Balkenende kabinetsbeleid? Heeft het kabinet misschien een voorkeur voor gelovigen? Bij nader inzien was dit een wraakneming. Wouter Bos had gezegd de voorkeur te geven aan de Democratische presidentskandidaat Obama en had van Balkenende te horen gekregen dat het kabinet geen voorkeur heeft in deze. Een jij-bak dus, die van Dijsselbloem, maar hij beriep zich wel op een staatsrechtelijk beginsel: de scheiding van kerk en staat.

Wie scheiding van kerk en staat uitlegt als ontkoppeling van overtuiging en politiek maakt van dit beginsel een karikatuur. Er is een groot verschil tussen staatsrecht en politieke cultuur. Het staatsrecht is, zoals het een fundament betaamt, nogal onwrikbaar. De opvattingen en gedragingen die samen de politieke cultuur uitmaken, zijn onderhevig aan de grillen van de tijdgeest. En de heersende politieke cultuur is religie niet goed gezind.

Waarom zouden politici niet openhartig mogen zijn over hun levensovertuiging? Een commentator in Trouw memoreerde terecht dat Dijsselbloem staat voor een partijtraditie die veel ruimte liet voor de persoonlijke levensovertuiging van de leden. De PvdA van het eerste uur wilde de scherpe culturele en religieuze scheidslijnen in het verzuilde Nederland doorbreken en mensen met verschillende achtergronden verenigen op een progressief programma.

In de jaren zestig ontstond een anti-religieus sentiment als reactie op het samengaan van christelijke moraal en machtspolitiek. Sindsdien zijn de kerken verzwakt en is in de samenleving het verzet tegen religie verstomd. Zo niet in de politiek. Het anti-religieuze sentiment is overgeslagen van de vanouds antiklerikale liberalen naar de PvdA. Wilders’ anti-islamitische tirades zijn grotendeels xenofobie, maar ook de uiterste consequentie van een politieke cultuur waarin alle overtuigingen legitiem zijn, behalve de religieuze.

Deze rubriek geeft wekelijks antwoord op vragen over verschillende religies.