Fotoboek is meer dan mooie foto’s

tentoonstelling

Pages

Nederlands fotomuseum, Las Palmas Rotterdam. T/m 2 maart. info: www.nederlandsfotomuseum.nl ***

Bij een fotoboek draait het natuurlijk om de foto’s. Maar pas op, het is niet simpelweg een gebundelde verzameling afdrukken. Het is een boek, waarin de foto’s staan of vallen met de kwaliteit van de lithografie en vormgeving. En de kwaliteitsverschillen hierin zijn zichtbaar, op de tentoonstelling Pages in het Nederlands Fotomuseum, waar een nieuwe generatie Nederlandse fotoboeken wordt getoond. Want de boeken zijn professioneel uitgegeven of in eigen beheer. En helaas betekent dat laatste meestal: amateuristisch. Wat zich genadeloos wreekt.

Veel oma’s, vaders en een enkele hospita hebben de eer het onderwerp te zijn van de persoonlijke documenten die deze boeken zijn. Eigen beheer is vaak ook eigen familie, lijkt het wel. Petra Stavast brengt met Ramya een hommage aan haar hospita. Een mooi degelijk no-nonsens boek, zelf uitgegeven en vormgegeven door Nadine Bouwman. De foto’s staan aflopend op de rechterpagina, de linker is gewoon wit. Nauwelijks tekst. Dat biedt rust en ruimte voor een intieme inkijk in een bovenwoning met een kroonluchter aan het gestucte plafond en een volgeladen wasrek hangend over een deur. In dit decor beweegt zich de grijze shagrokende bewoonster, die we zien groeien in haar rol als model.

Maar eerlijk, echt professioneel uitgegeven boeken onderscheiden zich overduidelijk. Bijvoorbeeld China daily live van Reineke Otten, uitgegeven bij Veenman Publishers. Otten reisde zeven weken door Chinese metropolen en maakte 24.000 foto’s, later gecategoriseerd naar onderwerp: gevels, graffiti, plafonds met tl-buizen, gebouwen gevangen in restauratienetten en moeders met kroost. De lithografie is haarscherp, het papier zwaar en glanzend, de vormgeving helder en doordacht.

Dezelfde uitgeverij verzorgde ook het boek van Rob van Hoesel: Transitoland. Eveneens een registratie, maar dan van het niet bepaald tot de verbeelding sprekende onderwerp: Belgische autosnelwegen. Gebonden in een knalblauwe plastic omslag, gedrukt op net te dun, dus iets doorschijnend papier geeft het boek een fantastische razendsnelle, vluchtige blik op bruggen, viaducten, perspectivische wegmarkeringslijnen, en gepasseerde gebouwen. Dit boek ademt snelheid. De superstrakke typografie in fikse pikzwarte kapitalen past perfect bij de bleke (weinig kleur op de snelweg) registratie van het voorbije.

Ook het meest verrassende boek is bij Veenman uitgebracht: Koet van Semâ Bekirovic. Een knalkleurboekje in oblongformaat met aflopende foto’s van vervreemdende objecten: een plastic palmboompje met een stukje brood, een drijvend patatje, balpennen en filmnegatieven. Soms staan de vingers van degene die het vasthoudt er bij gefotografeerd. En dan is daar Koet: meneer meerkoet die al dit drijvende afval verzamelt om er vervolgens een imposant bouwwerk van te knutselen. Waar mevrouw meerkoet bovenop zit om vijf eieren uit te broeden. Een prachtig beeldverhaal tegen de zwarte achtergrond van een vieze sloot.

Toch sluit het een het ander niet uit. Theorie van de straat van Paulien Oltheten is een ingewikkeld geval. Haar foto’s zijn overbelicht, te rood soms echt onscherp. Maakt niet uit: deze fotograaf is conceptueel. Haar ideeën zijn scherp en origineel, de composities fantastisch. Het boek is door haarzelf vormgegeven en uitgbracht bij Nai Uitgevers. Het heeft het meest weg van een schetsboek, vol handgeschreven ideetjes en tekeningetjes. Ontzettend leuk, maar toch zou het zoveel meer baat hebben bij een betere papier- en drukkwaliteit. Te veel foto’s zijn te groezelig en vertonen een moirépatroon. Maar erger is dat het aandachtspunt van de foto’s over twee pagina’s gedrukt, te vaak in de vouw verdwijnt.

Gelukkig is er ook een in eigen beheer uitgebracht boekje dat volledig voldoet aan de hoge kwaliteit die gereproduceerde fotografie vereist. En aan de hoge vormgeefeisen voor een fotoboek. The day daddy died van Annelies Goedhart oogt als een dagboek en fungeert soms zelfs als reisgids. Taxi- en hotelinformatie staan vermeld naast perfect gereproduceerde oude foto’s. In het boek staat – voor een fotoboek – behoorlijk veel tekst, opgedeeld in verschillende kolombreedtes en lettergroottes, wat het stramien streng maar toch levendig maakt.

Goedhart heeft haar boek zelf vormgegeven, ze is naast fotograaf ook grafisch vormgever. Je zou kunnen concluderen dat dat toch wel de meest gunstige omstandigheid is voor een fotoboek, al dan niet uitgebracht in eigen beheer.