Een vergeten Oscarwinnaar

Afgelopen nacht werden in de VS voor de 80ste keer de Oscars voor onder andere beste regie, acteur, actrice en bijrol uitgereikt. Herman Rosse was in 1930 de eerste Nederlander die een Oscar kreeg.

Het in ontvangst nemen van een beeldje bij de Oscaruitreiking in Los Angeles is voor de filmwereld de ultieme waardering voor artistieke en/of technische hoogstandjes. Sinds The Academy of Motion Picture Arts and Sciences deze Academy Award in 1928 in het leven riep, won ook een handjevol Nederlanders, onder wie Bert Haanstra (Glas, 1958), Fons Rademakers (De aanslag, 1986), Marleen Gorris (Antonia, 1995) en Mike van Diem (Karakter, 1997) het beeldje.

In kleine kring is bekend dat Herman Rosse (1887-1965) in 1930 de eerste Nederlandse Oscarwinnaar was. Hij ontving die onderscheiding voor zijn kostuum- en decorontwerpen (art direction) in de film King of Jazz.

Hoe kwam deze Nederlandse ontwerper in de Amerikaanse filmwereld terecht? Rosses loopbaan begon al op betrekkelijk jonge leeftijd. In 1911, 24 jaar oud, raakte hij betrokken bij de bouw van het Haagse Vredespaleis. Hij had toen al diploma’s op zak van een aantal gerenommeerde instituten zoals The South Kensington School of Art in Londen en van Stanford University in Californië. In het Vredespaleis legde hij zich toe op het interieur. Een medewerkster vertelt dat Rosse de wandversieringen, plafondschilderingen, de tegelpanelen langs de wanden in de gangen, enkele reliëfs in goudblad en bijna alle glas-in-loodramen heeft ontworpen.

In 1915, na zijn Haagse werk, maakte Rosse interieurontwerpen voor het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in San Francisco. In 1935 (Brussel) en 1939 (New York) zou hij dit herhalen.

Tijdens zijn studie in Californië had Rosse zijn hart verpand aan Amerika. Na voltooiing van zijn werk in Den Haag vertrok hij naar de Verenigde Staten, waar hij design doceerde aan de University of California en The Art Institute of Chicago. Ook richtte Rosse in de jaren twintig de invloedrijke American Designer’s Gallery op. Tijdens de eerste tentoonstelling van deze organisatie baarde hij opzien met een volledig in ijzer uitgevoerde eetkamer, tegenwoordig te bewonderen in The Metropolitan Museum of Art in New York.

Van 1933 tot 1946 was Rosse hoogleraar decoratieve kunst in Delft waarna hij zich definitief in de Verenigde Staten vestigde. Verder ontwierp Rosse meer dan 200 decors voor films en toneelstukken.

In de jaren dertig trok hij de aandacht met zijn werk voor horrorfilms als Dracula, Frankenstein en Murders in the Rue Morgue.

Maar de muziekfilm King of Jazz, een van de eerste gesproken films in kleur, was zijn meesterwerk. De soundtrack van de film, werd gespeeld door het populaire orkest van Paul Whiteman.

Om de juiste kleuren op het doek te krijgen moest Rosse al zijn creativiteit uit de kast halen: de technicolortechniek stond nog in de kinderschoenen. Vooral de kleur blauw bleek een probleem. Rosse loste dit na langdurige proeven op door een grijze en zilverkleurige achtergrond te gebruiken in combinatie met filters. Hierdoor werd een blauwe kleur gesuggereerd.

En op de set verscheen Bing Crosby, onder politiebegeleiding. Crosby had dronken achter het stuur gezeten en een ongeluk gehad. Hij moest 60 dagen de cel in maar werd dagelijks naar de set gereden om zijn rol te spelen. Op 5 november 1930 ontving Rosse voor zijn technische hoogstandje en zijn vooruitstrevende decorontwerpen een Oscar. De winnaars werden via een groot scherm toegesproken door de stokoude uitvinder van o.a. de fonograaf (voorloper van de grammofoon), Thomas Edison.

Het beeldje in 1930 voor decorontwerper Herman Rosse blijft in het licht van de prijzenregen van afgelopen jaren een minuscuul Nederlands stofje in de geschiedenis van de Oscars.