De ware beroemdheid heeft geen achternaam

Echt beroemd ben je pas als iedereen genoeg heeft aan je voornaam.

Je moet dan natuurlijk geen Jan heten, want daar is geen beginnen aan. Hadden mijn ouders me maar Joran genoemd! Dan had ik in een Arubaanse nachtclub alleen maar een dronken Amerikaanse studente hoeven te ontmoeten, en had ik alles in eigen hand gehouden.

Gelezen dat het Openbare Ministerie op het Benedenwindse eiland aanvankelijk nog geen bewijs zag in het door Peter R. de Vries en diens drugsdealende matennaaier Patrick v.d. E. aangeleverde materiaal? „We hebben hooguit het wegmaken van een lijk”, was de conclusie van hoofdofficier Hans Mos in Oranjestad, toen hij vier autoritten had gezien. „Daar kan ik die jongen waarschijnlijk niet eens voor arresteren.”

Toen besloot onze misdaadverslaggever een beslissend laatste ritje te organiseren, waarin de verdachte onder invloed van nòg tien stickies aan Patrick moest bekennen dat Natalee misschien nog niet dood was toen hij zich van haar lichaam wilde ontdoen.

„Je doet maar”, had de behoedzame Mos gewaarschuwd, „als je ons er maar helemaal buiten houdt. Anders gaan we voor gaas.”

Kleine knoeiers onder mekaar.

In de Volkskrant stond zaterdag in geuren en kleuren beschreven hoe alles op het laatste moment nog bijna in het honderd was gelopen, omdat SBS de superuitzending al had aangekondigd toen de gehuurde Range Rover teruggebracht en zelfs verkocht bleek, zodat Patrick moest liegen dat de oude auto nieuwe velgen nodig had, en Joran in de nieuwe steeds achterdochtiger dreigde te worden.

Eind goed al goed. Weliswaar begonnen Jeroen Pauw en Paul Witteman als boezemvrienden eindelijk een beetje te twijfelen aan hun held, maar Peter R. werd intussen in de Verenigde Staten niet alleen door Larry King en Oprah Winfrey, maar ook door Good Morning America gefêteerd als crimefighter van de eenentwintigste eeuw.

Peter R. Niet Peter. Hij heeft z’n best gedaan, en in een land waar alle media als het er op aan komt niet van SBS zijn te onderscheiden, zou dat op zichzelf misschien ook geen wereldprestatie zijn geweest. En als ik op een zaterdagmiddag in een drukke winkelstraat elke voorbijganger zou aanspreken over ‘Peter’ zouden ze allemaal vragen: „Peter wie?”. Altijd zal die R er bij moeten.

Afgezien van de voormalige netmanager Ton van Dijk, die zich door zijn ondergeschikten ‘Ton F’ laat noemen, heb je nog een andere bekende televisiefiguur die naar voornaamroem streefde: Andries Knevel. Bij de aanvang van het seizoen 2006-2007 begon hij een wekelijkse serie gesprekken ‘met bekende Nederlanders uit de wereld van politiek, bedrijfsleven, media en religie’. Dat programma noemde hij Andries. Na zeven politici vond zelfs de EO het welletjes. De wereld van bedrijfsleven, media en religie zouden door Andries onbesproken blijven. Andries moest terug in z’n achternaam.

Is Ruud ooit doorgebroken? Nee. Je hoorde mensen weleens spreken van ‘onze Ruud’, maar dat waren alleen leden van het CDA, en van vóór hij secretaresses van Vluchtelingenhulp joviaal begon aan te raken. ‘Onze Ruud’ is net zoiets gebleven als ‘ome Joop’: partijgebonden. Al had Uyl bij nog tien andere gelegenheden het Oranjehuis gered (het zou me trouwens niet verbazen als onder het Northrop-rapport nog eens bijlages over een aantal andere vliegtuigbouwers worden gevonden) – met dat enkele kabinet van ’m was hij toch nooit een Joop van ons allemaal geworden.

Beatrix en Ayaan – dat zijn eigenlijk, mét Joran, de enige reëel bestaande schepsels die bij hun voornaam leven. En uiteraard Pim Fortuyn, die je onder het volk nog weleens liefkozend, en met terugwerkende kracht ‘Pimmetje’ hoort noemen. Dan ben je natuurlijk wel heel beroemd geworden. Maar dat had z’n prijs. Dan ben je wel heel beroemd geweest.

Jan Blokker

Lees alle columns van Jan Blokker op nrcnext.nl/blokker