Cubaanse leger goed beloond voor loyaliteit

Het Cubaanse leger werd gisteren, bij de verkiezing van een nieuwe Staatsraad, beloond voor zijn trouw aan de partij. Nr. 2 in Cuba werd niet de voorstander van hervormingen.

Met de verkiezing van Raúl Castro tot president koos het communistische parlement in Cuba gisteren ogenschijnlijk voor continuïteit. Met twee andere benoemingen – op machtsfuncties net onder Raúl – gaf het echter een gemengd signaal af. Een orthodoxe communist werd de nieuwe Nr. 2 , terwijl een militaire zakenman een van de vijf vicepresidenten werd.

De keuze voor Raúl als voorzitter van de Staatsraad was algemeen verwacht. Veel verrassender was dat vicepresident en partij-ideoloog José Ramon Machado (77) gepromoveerd werd tot eerste vicepresident. Hoewel een jaar ouder dan de nieuwe president, is hij nu Raúls officiële plaatsvervanger.

Met Machado’s benoeming passeerde de partij bovendien Carlos Lage. Hij introduceerde al in de crisisjaren negentig meer marktwerking op Cuba. Omdat Raúl het afgelopen anderhalf jaar als interim-president enkele malen hintte dat nieuwe ‘structurele hervormingen’ nodig zijn, werd Lage door velen getipt als nieuwe Nr. 2.

Doordat Machado in de raad een plek doorschoof, kwam zijn plek van vicepresident vrij. En op die plaats benoemde de top nu juist iemand wiens functie de verpersoonlijking is van de hervormingen die Raúl zou voorstaan.

Deze generaal Julio Casas Regueiro is onderminister van Defensie, maar vooral is hij het hoofd van de Grupo de Administración Empresarial SA, op Cuba beter bekend als Gaesa. Dit conglomeraat heeft naar schatting 60 procent van de economie in handen, vooral via grote belangen in het toerisme. Haar reisorganisatie Gaviota (Zeemeeuw) runt, zo berichtte The Wall Street Journal in 2006, bijvoorbeeld zeker een vijfde van het totale aantal hotelkamers op het eiland, vooral in het luxere segment. Ook is zij verantwoordelijk voor alle binnenlandse vluchten, waarvoor oude Russische legervliegtuigen zijn omgebouwd tot passagierstoestellen. Gaviota verhuurt verder auto’s, bestiert restaurants en heeft een dolfinarium waar met dieren kan worden gezwommen.

Het conglomeraat wordt bestuurd vanuit het ministerie van Defensie en staat sterk onder invloed van Raúl, die sinds 1959 hoogste baas op dat departement is. Onderdirecteur van de holding is kolonel Luis Alberto Rodríguez, Raúl Castro’s schoonzoon.

Met de benoeming van Julio Casas heeft Raúl nu twee collega-generaals als vicepresidenten. De ander is Abelardo Colomé Ibarra (68), die sinds 1989 het ministerie van Binnenlandse Zaken leidt – een machtig departement omdat het over de staatsveiligheidsdienst gaat. Gisteren werden bovendien nog twee generaals nieuw in de Staatsraad opgenomen.

Dissidenten op het eiland spreken al jaren graag van „een langzame militaire staatsgreep” – een geleidelijke coup die Raúl inzette, toen na het wegvallen van miljardensteun uit Moskou in Cuba een diepe economische crisis uitbrak. Er ontstonden zulke voedseltekorten dat straatkatten de pan ingingen. Tienduizenden vluchtten op vlotten en bootjes naar Miami.

Een bekende grap werd het raadseltje: „Wat zijn de drie grootste tekortkomingen van de revolutie? Ontbijt, lunch en avondeten.” Beter dan Fidel begreep Raúl deze kritiek. Niet zozeer het verdedigen van de revolutie in binnen- en buitenland was nu cruciaal; het grootste gevaar was dat de Cubanen uit honger in verzet zouden komen. In 1993 verkondigde Raúl „dat bonen belangrijker zijn dan kanonnen”, een uitspraak die hij meermaals herhaalde en die zijn handelsmerk werd.

Cuba onderhield begin jaren 90 nog een leger van zeker 200.000 militairen – opgetuigd door Moskou en in de jaren 70 en 80 van Vietnam en Ethiopië tot Nicaragua en Angola ingezet om linkse verzetsbewegingen te steunen. Maar zonder Russische steun, bleek het grote leger een niet te dragen last. „Wat is het grootste land ter wereld? Cuba: de hoofdstad is Moskou, het leger vecht in Afrika en de bevolking woont in Miami”, luidde een ander raadseltje uit die tijd.

Raúl besloot tot een forse afslanking van het leger. In ruil hiervoor kreeg de legertop grote belangen in het toerisme en de landbouw gegund. De productiviteit en efficiëntie in die sectoren kwam dit ten goede. Maar vooral bleef de legertop bleef loyaal aan de partij. Hetgeen gisteren werd beloond.