Als er een oorlog komt, kan het zo omslaan

Sinds 1988 is het aantal ingediende asielverzoeken niet zo laag geweest.

Dat komt vooral door de verbeterende situatie in de landen van herkomst.

„Politici moeten niet de pretentie heben dat ze met beleid de aantallen asielzoekers kunnen bepalen”, zegt Teun van Os van den Abeelen. Als voorzitter van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) adviseert hij de regering. „Verdonk of Albayrak, het maakt nauwelijks wat uit. De instroom van nieuwe asielzoekers laat zich niet door nationaal beleid bepalen.”

„Ik geloof zeker niet dat het Nederlandse beleid in de afgelopen jaren een rol heeft gespeeld bij de daling”, zegt ook onderzoeker Arno Sprangers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). „De aantallen asielzoekers zijn in bijna heel Europa gedaald.” En hoogleraar migratierecht Kees Groenendijk aan de Radboud Universiteit in Nijmegen zegt: „In België en vooral in Duitsland is het aantal nieuwe asielzoekers nog sterker gedaald dan in Nederland, en die landen hebben niet eens hun beleid verscherpt.”

De deskundigen ergeren zich aan de reacties van Haagse politici op de cijfers van het CBS vorige week over de dalende instroom van nieuwe asielzoekers. Vorig jaar vroegen 9.760 mensen asiel aan in Nederland. De instroom is sinds 1988 nog nooit zo laag geweest. ‘Rechts’ moet zijn ‘paniekzaaiende’ woorden intrekken, zeiden Kamerleden van linkse fracties. Die hadden in de hitte van de verkiezingsstrijd geroepen dat Nederland zou worden overspoeld door asielzoekers als gevolg van een generaal pardon. ‘Links’ juicht te vroeg, reageerde onder andere Kamerlid Henk Kamp (VVD). Het generaal pardon kan alsnog een aanzuigende werking hebben, denkt hij.

Sinds 2001 geldt in Nederland het als streng omschreven nieuwe asielbeleid dat nog is opgesteld onder toenmalig staatssecretaris Job Cohen. Sindsdien kunnen asielzoekers voor slechts één soort verblijfsstatus in aanmerking komen. Dit om eindeloos doorprocederen tegen te gaan en de beslistermijn op een aanvraag te verkorten. Ook dit heeft volgens Arno Sprangers van het CBS geen verandering teweeggebracht. „Het percentage asielzoekers dat uiteindelijk mag blijven is ook na 2001 niet veranderd, dat is nog steeds één op de drie”, zegt Sprangers.

In bijna alle lidstaten zijn de aantallen asielzoekers gedaald. In de afgelopen vijf jaar is het aantal nieuwe aanvragen gehalveerd.

Hoe komt dat? De daling is een gevolg van een complex van factoren, zeggen deskundigen. De situatie in de herkomstlanden noemen ze de meest doorslaggevende factor. De crisis op de Balkan, ooit een van de grootste leveranciers van asielzoekers, is voorbij. De situatie in landen als Irak en Afghanistan is verbeterd. Ook bemoeilijken Europese landen met strenge grenscontroles het vluchten naar Europa, zegt hoogleraar Groenendijk.

Asielzoekers baseren hun eindbestemming zelden op nationaal beleid, zeggen de deskundigen. Ook uit een studie van de Europese Commissie wordt duidelijk dat asielzoekers eerder kiezen voor een land waarmee ze al een band hebben. Zo kiezen veel asielzoekers voor de Europese landen die in het verleden hun vaderland hebben gekoloniseerd. Of ze gaan naar een land waarvan ze de taal spreken. „Soms zijn ze gewoon afhankelijk van de smokkelroute van mensenhandelaren”, vertelt Groenendijk. Ook is de aanwezigheid van een gemeenschap uit het eigen herkomstland een reden om een bepaald land te kiezen.

De daling kan plotseling omslaan, menen deskundigen. Mocht de situatie in het Midden-Oosten verder escaleren, dan komen automatisch meer asielzoekers naar Europa – en dus naar Nederland, zeggen ze.

ACVZ-voorzitter Van Os van den Abeelen: „Mensen in het Midden-Oosten hebben meer geld, zijn daardoor mobieler. In Kenia is de situatie weliswaar ook geëscaleerd, maar daar merken we weinig van. Die mensen zijn zo arm dat ze de sprong naar Europa niet kunnen maken.”