Dag van de strijdkrachten

Gisteren  vierde Rusland een nationale feestdag: de Dag van de Verdedigers van het Vaderland. In de Sovjet-Unie heette die de Dag van het Rode Leger. De bedoeling is dat alle militairen eens in het zonnetje worden gezet. Dat mag ook wel, want een soldaat is in Rusland een van de slechtst betaalde rijksambtenaren. Een kennis van mij is kolonel en hij klaagt er altijd over dat hij minder verdient dan een metrobestuurder. Bovendien  schijn je in het leger aan barbaarse ontgroeningsrituelen te worden onderworpen, waarbij jaarlijks behoorlijk wat rekruten het leven laten. 

Gistermiddag mocht het leger zich in het centrum van Moskou nog even van zijn beste kant laten zien. Enkele duizenden soldaten waren opgetrommeld om een paar honderd betogers te omsingelen, die op het Poesjkinplein en het Majakovskiplein verkiezingsbijeenkomsten van respectievelijk de nationalistische presidentskandidaat Vladimir  Zjirinovski en diens communistische tegenstander  Zjoeganov bijwoonden. Vooral bij de communisten was het een fraai schouwspel, omdat van de driehonderd bejaarde Zjoeganov-aanhangers er tientallen in uniformen van het  voormalige Rode Leger waren komen opdagen. Ze begroetten elkaar enthousiast en even was het weer als vanouds gezellig, met die rode vaandels die boven hun hoofden wapperden. De jonge militairen die met hun kogelvrije vesten aan en knuppels in de hand de orde moesten handhaven, moeten zich toch wel even overbodig hebben gevoeld bij het zien van zoveel ouderwetse vaderlandsliefde.’s Avonds werden de troepen door president Poetin uitgebreid bedankt voor hun inzet. Poetin sprak hen tijdens een show in het Kremlin toe met zinnen als: ,,We zijn weer terug op het internationale toneel” en ,,Jullie zijn de verdedigers van de grenzen van het vaderland”.  Medvedev zat er ook bij, maar die was nog een beetje onwennig met al die rinkelende medailles om zich heen. Hij heeft tenslotte anders dan Poetin geen militaire achtergrond. Het vaderlandslievende zit er tegenwoordig sowieso weer goed in bij veel Russen. Geef ze eens ongelijk, na al die jaren van minderwaardigheidsgevoelens onder Jeltsin. Een Servische vriend van mij, die in Moskou piano studeert aan het beroemde Gnessin-instituut, een soort topconservatorium, maakte het afgelopen week voor het eerst mee, tijdens zijn eerste college maatschappelijke veiligheid. Nadat de professor zijn studenten had aangeraden nooit losse appels in hun zakken te stoppen als ze de roltrap van de metro opgingen, omdat een oud vrouwtje erover zou kunnen struikelen als die appels uit hun zakken zouden vallen, begon het serieuze deel van het programma. Eerst volgde er een tirade tegen de Verenigde Staten: ,,Dat land is in verval en wij zijn in opkomst. En omdat ze dat niet kunnen hebben zitten ze ons dwars”, brieste de hooggeleerde tegen zijn gehoor. En daarna riep hij zijn studenten op toch vooral veel kinderen te verwekken, omdat Rusland soldaten nodig heeft om zijn grenzen te kunnen verdedigen tegen binnenvallende vijanden. Mijn Servische vriend wist niet wat hij hoorde. Gelukkig keken zijn Russische klasgenoten ook op van de hooggeleerde taal. Ze vergaven het hun docent, omdat hij al tegen de zeventig liep en ongetwijfeld docent marxisme-leninisme was in Sovjet-Unie. ,,Het enige vervelende is wel dat we binnenkort tentamen moeten doen in dit vak”, zei mijn Servische vriend. ,,Alles wat hij heeft gezegd moeten we dan serieus als waarheid verkondigen.” Vervolgens trok hij zich terug achter onze vleugel, om een sonate van Beethoven in te studeren.