‘Wellicht zijn uitvinders kritischer geworden’

Nederlanders vroegen vorig jaar minder octrooien aan. Dat komt deels door de gewijzigde strategie van Philips. Maar er is meer aan de hand. Wordt Nederland minder innovatief?

Nederland telt steeds minder uitvinders. Gisteren werd bekend dat het aantal internationale octrooiaanvragen vanuit Nederland vorig jaar het laagste punt bereikte in vijf jaar. In 2003 stond Nederland nog op de zesde plaats van de wereldranglijst die internationaal patentbureau Wipo elk jaar maakt: goed voor bijna 4 procent van het totaal. Inmiddels staan Zuid-Korea en China boven Nederland en komen Zwitserland en Zweden in de buurt. De 4.186 aanvragen van Nederland zijn nog goed voor 2,7 procent van het totaal.

Hoe kan dat? Een blik op de ranglijst van grootste Nederlandse aanvragers die de Wipo (World Intellectual Property Organization) heeft gemaakt, laat zien dat het probleem niet alleen bij de ‘grootaanvragers’ ligt. Het aantal registraties door patentkampioen Philips nam weliswaar enorm af: een woordvoerster legt uit dat het bedrijf zich minder is gaan richten op consumentenelektronica, een octrooi-intensieve industrie, en meer op verlichting en medische apparatuur. Maar dat wordt deels gecompenseerd door een toename bij andere grootaanvragers en universiteiten, die in 2007 een flinke stijging lieten zien. Uit de cijfers blijkt dat het totaal aantal patentregistraties door de top-100 vorig jaar daalde met 3,8 procent tot 3.360, terwijl het voor Nederland als geheel daalde met 7,8 procent. Het lijkt erop dat dus vooral het aantal particulieren en kleine aanvragers dat de gang naar het internationaal patentbureau maakte, is afgenomen.

Dat wordt ondersteund door gegevens van Octrooicentrum Nederland. Bij de Wipo komen bedrijven terecht die werken voor de wereldmarkt en die hun uitvinding ook willen beschermen in Azië of de VS. Als Nederland genoeg is, gaan ze naar Octrooicentrum Nederland. Directeur Guus Broesterhuizen vertelt dat het aantal patentaanvragen bij hem vorig jaar nog drastischer daalde dan bij de Wipo. De cijfers zijn nog niet openbaar, maar Broesterhuizen zegt dat het „meer dan 10 procent lager” ligt dan in 2006. Een verklaring heeft hij niet.

Zou Nederland minder innovatief worden? Broesterhuizen vindt het te vroeg om te spreken van een trend. In de laatste maanden van 2007 zag hij het aantal aanvragen ook weer stijgen. Bovendien zegt het aantal aanvragen niets over het aantal patenten dat nieuw en innovatief genoeg is om te worden toegekend. „Het kan zijn dat mensen wat kritischer naar hun uitvindingen kijken”, zegt Broesterhuizen. „Als het zo zou zijn dat men minder prut-octrooien aanvraagt, is iedereen daar blij om.” Al zou het wel gek zijn als dat alleen in Nederland gebeurt. Verder valt innovatiekracht niet altijd af te lezen aan het aantal octrooien. Navigatiebedrijf Tomtom, in innovatiekringen consequent als lichtend voorbeeld aangehaald, vroeg vóór 2006 helemaal geen octrooien aan. Chipmachinebouwer ASML, dat het op een na grootste onderzoeksbudget in Nederland heeft, haalt de top-15 niet.

De afname is wel in lijn met het gebrek aan resultaat dat het Innovatieplatform – ingesteld om innovatie te stimuleren – signaleert. Gisteren presenteerde zij haar eerste evaluatie van het actieplan uit 2006. Verreweg de meeste punten lopen niet op schema. Zo liep het percentage van de omzet van de industrie dat uit innovatie komt sinds 2006 terug van 21 tot 14 procent. In de dienstensector daalde dit percentage van 9 tot 5. En het deel van het bruto binnenlands product dat wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling bleef steken op 1 procent, terwijl dat vóór 2016 zou moeten verdubbelen.

Over de daling in octrooien laat een woordvoerster van het platform weten dat dit nog geen trend hoeft te zijn. Maar het platform „heeft er wel zorgen over”.