Vitaliteit en ontroering

Rabbijn Awraham Soetendorp (1943) nam deze week afscheid van de Liberaal Joodse Gemeente in Den Haag. Hij is gehuwd met Sira van IJssel. Ze hebben twee dochters en zes kleinkinderen. ‘Eén zinderende vreugde.’

Donderdag 14 februari

Ik kom mezelf regelmatig tegen in deze week van terugblikken en vooruitzien. Zo ook in dit dagboek waarin ik de jonge rebbe ontmoet die tijdens de Jom Kipoer oorlog in 1973 het Hollands Dagboek schreef, de weerslag van een onstuimige tocht en, van demonstraties en ontmoetingen, zoals met de Daila Lama, het begin van een intense vriendschap.

Vanochtend schrijf ik mijn laatste officiële e-mail aan mijn gemeenteleden, met als laatste woorden: ‘We blijven elkaar vasthouden.’

Later een vergadering over de restyling van het blad Levend Joods Geloof, nu in zijn 54e jaar. Ferme, grote onverschrokken letters, de rug van progressief jodendom gerecht.

Op weg naar een ontmoeting met Corinne en Pien in het kantoor van Dag van Respect, rijd ik langs de synagoge aan de Jacob Soetendorpstraat, die wij eind oktober hebben verlaten. Mijn hart krimpt ineen wanneer ik het groengele stalen monster, de muren zie verpulveren. Nog even heel tussen het puin, de Hebreeuwse woorden Lech besjalom – ga in vrede – boven de uitvaartruimte, eens een laatste wens voor diegenen die hier in eerbied werden uitgedragen, nu resten van een stenen wanhoop.

Ik vecht tegen de associaties. Dit is geen oorlog, maar een paradoxaal teken van hoop. Een paar honderd meter verder komt spoedig het grootste sjoelgebouw van Nederland.

In mijn afscheidswoorden, bij de laatste dienst in deze sjoel:

Zulk een nieuwbouw

geeft glans aan Tsion

verhaast Masjiach’s schreden.

De werkbespreking over de Dag van Respect geeft houvast. Er is alle reden om aan te nemen, dat we dit jaar op 13 november veel meer dan

1000 scholen zullen bereiken, naast basisscholen, PABO’s en voortgezet onderwijs.

De steekproef geeft ontembaar enthousiasme aan, als de subsidiegelden maar snel zijn gegarandeerd. Een zee van meeslepende activiteit.

Met Bastiaan van Green Cross bespreek ik plannen voor een Earth Dialogue in Rotterdam in 2009.

Ontmoet mijn zusje, Lea Rivka, die voor mijn afscheid uit Israël is gekomen, met een doos foto’s uit ons verleden.

In Hilversum een lang interview bij de Joodse Omroep over de balans tussen verdriet en hoop in het joodse bewustzijn.

Vrijdag

Langzaam opgestaan, met het zwaar weeïg gevoel van de naderende sjabbat. Loomheid maakt zich van mij meester, als een droom van moeizaam voortbewegen.

Ik luister naar mijn laatste radio dagboek waarin ik spreek over mijn pastorale ontmoeting met een vrouw wier grootouders zelfmoord hebben gepleegd op mei 1940, na een laatste poging om per boot te ontkomen. De lange schaduw van de oorlog.

Ik schrijf aantekeningen, voor mijn predikaties, die zich nog moeten ordenen naar aanleiding van de te lezen afdeling van de week, Tetsawe, over de zuivere olie voor het eeuwig licht, de kleren van de priesters, de verdere bouw van de tabernakel. Niet de duivel, maar God is in de detail.

Het gaat niet om de vraag bestaat God maar is God in ons midden of niet.

Sira en ik lopen, de 320 stappen van huis naar sjoel, groeten de bewakers bij de ingang, sjabbat sjalom – nu al tranen. We worden verrast door een prachtige fotoreportage, 40 jaar rabbinaat gevat in claire obscure, zonder baard, met baard, lang onstuimig haar, veel dansen.

Sira’s landschapsschilderijen hangen prachtig in de bovenzaal. De dienst met een brok in de keel. Ken, onze voorzanger zingt de sterren van de hemel.

De woorden verlangzamen in mijn toespraak, mijn hart wijd open met paradoxen verdriet en blijheid, dankbaarheid en spijt.

Sjabbat

De stampvolle sjoel baadt in het licht. Vandaag zijn de rituelen in deze gewone dienst, ware gebaren van liefde, het dragen en het kussen van de Tora het staan voor de open arke.

In mijn gebed voor vrede houd ik met beide handen het visioen vast van Israëlische en Palestijnse kinderen die onbevreesd met grenspalen spelen.

De toespraak:

Vanaf het eerste moment dat ik deze sjoel binnenkwam voelde ik de aanwezigheid van God, de sjechina.

Hoe we samen het eeuwige licht weer hebben aangestoken, van joodse identiteit en brandend hebben gehouden:

De gemeente, mijn familieleden, collega’s, „het meeste heb ik geleerd van mijn leerlingen,” mijn geliefde Sira, de dapperste van ons tweeën die toen onze kinderen bedreigd werden zei: „wij zijn één keer ondergedoken, wij zullen nooit meer onderduiken”. Onze kinderen en kleinkinderen, ons grote wonder.

Aan het eind van de dienst word ik door de voorzitter Frank Cohn gezegend.

De avond die ons bereid wordt door de gemeente is ongelofelijk. Ballet, muziek, cabaret, montage van foto’s die in elkaar overgaan – van peuter tot de man die ik nu ben.

Brieven, die als uit de hemel neerdwarrelen met authentieke teksten van gemeenteleden voorgelezen door kinderen van joodse les, intens, liefdevol.

De ontlading, met hora dansen tot in de nacht, met Sira, het meisje met de verlegen rok om haar dunne enkels, op wie ik nog hopeloos verliefd ben, met elkaar, zonder ophouden. Vitaliteit en ontroering.

Zondag

Nagenieten bladerend in het kunstig vervaardigde logboek, dat de gemeente mij geschonken heeft, met bijdragen van alle leden. ’s Middags inkopen doen in het verkooppunt voor kosjere artikelen dat vorige week door mijn schoonzoon Arik geopend is, in de sjoel van de orthodox joodse gemeente. Wonderlijk.

Ik heb altijd getracht bruggen te bouwen, zeker ook binnen de joodse gemeenschap tussen orthodox en liberaal.

Die eenheidsgemeente is er nooit van gekomen. Maar in mijn eigen familie in de gronden van mijn bestaan is het gelukt.

’s Avonds zitten wij met kinderen en kleinkinderen rondom de grote tafel. Eén zinderende vreugde.

Maandag

Gebeden in de ochtend. Het gedeelte uit de Torah gaat over de halve shekel, die iedereen moest geven. Waarom een halve? Omdat jouw andere helft in de ander is. Slechts in de relatie word ik compleet.

Gesprekken over het in een boek vastleggen van het symposium, dat volgende week gehouden wordt: ‘morele keuzen voor het behoud van een bedreigde planeet.’

In de namiddag vergadering van de commissie van Worldconnectors, onder leiding van Naema Tahir, “verbinding van beschavingen.

Overwogen wordt om de term ‘diaspora’ te keizen als thema voor internationale bijeenkomsten. Ik geef een schets van het begrip vanuit de joodse beleving: wanneer we ons veilig voelen in onze identiteit is er geen conflict tussen burgerschap van het land van vestiging en het land van herkomst.

’s Avonds een gesprek met Jack over de Stichting Jewish Institute for Human Values, die de motor is en zal zijn voor mijn activiteiten.

Dinsdag

De Raad van Kerken bevestigt de bijeenkomst volgende week in Zelhem, waar ik samen met Imam Ilyasi, de vredesvechter uit India, spreker op het Symposium, zal spreken.

’s Middags met Sira naar mijn schoonmoeder in het liefdevolle verzorgingshuis Beth Sjalom. Ik geef haar stukjes zachte taart; vasthouden, kusjes, de enige taal die nog rest.

Soms flikkeren haar ogen op en maken woorden weer verbinding. Wij hebben grote bewondering voor de verzorgers die de waardigheid van de mensen, met al hun kreten en onmacht, bewaken.

In de avond is de band met de gemeente intens voelbaar in het gesprek met een paar bestuursleden over hoe het verder moet in de komende maanden, wanneer mijn opvolger er nog niet kan zijn.

Woensdag

In de statige werkkamer van Phil Muysson van uitgeverij BZZtoh wordt gesleuteld aan een intentie.

Een dichtbundel en een boek met werktitel ‘Hoop’. Ik verheug me op het schrijven. Daarvoor is ook het afscheid bedoeld.

Angelo uit Soedan vertelt mij in een café aan het Plein over het onderwijs in Duba dat hij met steun van PLAN organiseert terwijl 52 stammen elkaar belagen. In de stad en omgeving wonen ongeveer 16 miljoen mensen, 30% van de kinderen gaat naar school. In 2015 moet ook daar volgens de millennium doelstellingen ieder kind onderwijs volgen.

Ik breng hem in contact met George Weiss van La Benevolencia, onze organisatie die de laatste jaren populaire soapopera’s over verzoening tussen bevolkingsgroepen op de radio uitzendt in Rwanda. Wellicht ook van toepassing in Soedan.

In Nieuwpoort neem ik actief deel aan een evaluatie bijeenkomst van de Worldconnectors. Deze alliantie, met deelnemers uit de politiek, het bedrijfsleven en civil society, werkt onder leiding van de bevlogen Ruud Lubbers, die mij als twin brother feliciteert.

’s Avonds een bespreking over het symposium om details te bespreken. Het is een geweldig geschenk deze bewogen blik op de toekomst.

Een visioen van vrede en recht, die zoals, Katherine Marshall, die een van de panelleden zal zijn, zegt: gerealiseerd zal worden met hart en verstand, met handen en voeten.

Donderdag 21 februari

Weer als rebbe thuis bij een rouwende familie. Ik neem deel aan een uitzending van ‘Het gesprek’ en laat mij verleiden tot het declameren van een monoloog uit Orestes van Euripides, een rol die ik speelde in 1961. Altijd liefde voor toneel en literatuur.

Den Uyl wordt ten tonele gevoerd als redder van de monarchie. Ik was 15 toen mijn vader onze huiskamer binnenkwam met de woorden: vandaag heb ik de toekomstige premier van Nederland ontmoet. Den Uyl was toen nog niet eens wethouder.

Op weg naar huis bel ik Henk Beereboom, mijn vriend door al deze jaren, voormalig politiek adviseur van Joop den Uyl: ‘Vergeet niet, den Uyl moge de monarchie gered hebben, Stemerdink en Vredeling hebben Israël gered’.

Het is middernacht. Vlak voor mijn eerste ambtloze sjabbat. Heb ik de gemeente ingeruild voor een naïeve droom om vrede de wereld in te slepen? En toch… ik geloof met een volstrekt geloof in de vrede tussen Israëli's en Palestijnen, onwrikbaar.