Traag boeken maken

Grafisch ontwerper Irma Boom maakte een catalogus voor het MoMA, het museum in New York dat volgend jaar een tentoonstelling aan haar boeken zal wijden. ‘Ik houd van grote gebaren.’

Paginacijfers – Irma Boom kan er van wakker liggen. Vele tientallen door haar gemaakte boeken zijn om hun bijzondere uiterlijk bekroond, maar nog steeds kan de 47-jarige ontwerpster zich het hoofd breken over een detail als de paginering. Met een zucht: „Paginacijfers zijn een groot probleem. Voor het lezen van een boek heb je ze niet nodig, moeten ze onzichtbaar zijn. Pas als je iets op wilt zoeken in het boek, moet je ze kunnen vinden.”

Standaardoplossingen voor deze paradox bestaan volgens Boom niet. In het ruim tweeduizend pagina’s dikke Think Book van SHV, het bedrijf van wijlen Paul Fentener van Vlissingen, liet ze de nummering achterwege: „Dat boek is als een ontdekkingsreis. Je wilt iets specifieks zoeken, maar je vindt misschien iets veel interessanters.”

In een andere dikke turf, het boek Bouillon, waarin op 375 rechterpagina’s steeds hetzelfde gedicht van Robert Frost, ‘The road not taken’, staat afgedrukt, maakte ze de paginacijfers juist prominent. De herhaling van het gedicht dient namelijk een specifiek doel, zegt de ontwerpster: door het herhaaldelijk lezen doorgrond je het gedicht.

Het is duidelijk, Irma Boom maakt geen standaardboeken, ze is ‘geen ontwerpmachine’. „Mijn boeken zijn heel specifiek. Dát boek, díe vorm, voor dát onderwerp.”

En dus is elk door haar ontworpen boek een wereld op zichzelf. Want wat voor de paginacijfers geldt, geldt ook voor de papierkeuze, het formaat, de snede: vanzelfsprekendheden zijn er niet, elke inhoud stelt zijn eigen eisen.

In de ruim twee decennia dat zij als ontwerper actief is, heeft haar manier van werken onder meer geleid tot een boek over water, gedrukt op koffiefilterpapier, een reeks bij elkaar horende boeken die met magneten aan elkaar vastzitten, een boek over jagen waarvan de snede na het openscheuren van de pagina’s van knalgroen naar bloedrood verloopt, een boek over buffels met een omslag van schuurpapier, een boek waarvan het binnenwerk op ingenieuze wijze is geperforeerd, een kookboek met vetvlekken op het omslag, een snede waarop onder een bepaalde lichtval een gedicht te lezen valt, combinaties van bijzondere papiersoorten, lichtgevende en thermische inkten – deze pagina is te klein om alle ideeën in de 250 kunstboeken die zij vormgaf op te sommen.

Haar talent om lezers op steeds nieuwe, bij de inhoud van het boek passende wijzen te verleiden, is niet onopgemerkt gebleven. Drukkers en uitgevers dreef zij met haar experimenten en vasthoudendheid soms tot wanhoop, maar waardering was er ook volop. Ze heeft een portfolio met vele internationale opdrachtgevers, is een veelgevraagd gastdocent en haar werk is vaak geprezen. Zo was Boom zeven jaar geleden de jongste winnaar ooit van de Gutenbergprijs, dé oeuvreprijs voor mensen die het boekenvak vooruit hebben geholpen. En op de Leiziger Buchmesse werd vorig jaar Weaving as metaphor, haar boek over de Amerikaanse textielkunstenares Sheila Hicks, tot ‘schönstes Buch aller Welt’ uitgeroepen.

Die laatste bekroning trok de aandacht van The Museum of Modern Art in New York. Het museum verwierf voor de permanente collectie vijftig door Boom ontworpen boeken, postzegels, telefoonkaarten en affiches. Bovendien zegde het museum haar voor volgend jaar een overzichtstentoonstelling toe en kreeg zij een uitnodiging om een catalogus te ontwerpen. Over dat verzoek hoefde Boom niet lang na te denken: „Een catalogus voor het MoMA? Dat is een wens die ik al koester sinds ik in 1991 mijn eigen bureau ben begonnen.”

Het werd de catalogus bij Design and the elastic mind, een tentoonstelling over de wisselwerking tussen vormgeving en moderne techniek, die morgen in New York opengaat. Zoals altijd eiste de ontwerpster dat zij bij alle besprekingen over het boek aanwezig mocht zijn. „Ik moet alles weten, alles lezen, weten waarover het boek gaat. Alleen als redactielid, als mede-auteur in feite, kan ik het boek maken dat men van mij verwacht: een specifiek boek.”

Volgens Boom verschijnen er te veel boeken met te weinig content en zonder echte aanleiding. „Boekwinkels kunnen mij een depressief gevoel geven. Ik zie zoveel overbodige boeken.”

Ze werkt aan een boek over haar eigen werk, dat gaat over het maken van boeken en de betekenis van het boek in het internettijdperk. „Iedereen wil tegenwoordig een boek, iets zwart op wit. Maar veel mensen realiseren zich niet dat boeken maken een traag proces is. Een substantieel boek, een boek dat méér is dan een verzameling plaatjes, dat vergt tijd. Zo’n boek vereist een gezamenlijke intentie van alle betrokken partijen: uitgever, auteur, ontwerper, fotograaf of illustrator, drukker en binder. Wie snel een boek wil, kan beter internet als podium gebruiken. Daar kan je fouten herstellen en aanvullingen doen.”

Ja, zegt ze, de catalogus voor het MoMA is een ‘echte Irma Boom’ geworden. Uiteraard geen obligaat koffietafelboek, die háát ze. Boeken zijn om te lezen, zegt de ontwerpster, niet om goede sier mee te maken.

Net als veel van haar boeken heeft Design and the elastic mind een opvallend breed formaat. „Ik houd van boeken die iets lomps hebben. Een boek moet er niet te perfect uitzien, maar wel perfect zijn in z’n bedoelingen. Ik houd van grote gebaren. Foto’s hoeven van mij bijvoorbeeld niet in superkwaliteit op glanzend papier. Een grove korrel maakt niet uit, het idee moet overkomen.”

De tentoonstelling in het MoMA toont hoe moderne techniek het leven kan verbeteren. De snede met nanotechnologie bewerken, bleek voor de Chinese producenten onhaalbaar. Wat wel lukte, en sterk bijdraagt aan de futuristische uitstraling van het boek, is dat alle essays in het boek ook met ultraviolette lak in een minuscule letter (corps 3) over de omslagillustratie heen zijn gedrukt.

Dat Boom vaak letterlijk de grenzen van de boekdrukkunst verkent, geldt ook voor de MoMA-catalogus. De boven- en onderzijde van het boek heeft ze na het binden laten bewerken met een frasemachine. De mesjes lieten een regelmatig patroon van insnijdingen achter. Bijkomend effect van deze bewerking is dat elke pagina bij het omslaan met een knappend geluid opengaat en er al lezend heel fijne snippertjes papier uit het boek vallen.

De rugsnede van de catalogus is niet zoals gebruikelijk nagesneden. De zes katernen steken daardoor als zes heuvelruggen uit. Snel doorbladeren van het boek lukt daardoor niet: steeds als de duim bij het hoogste punt van een katern is, stoot hij naar het volgende katern. „Hopelijk verhoogt dat de nieuwsgierigheid”, zegt Boom.

En de paginacijfers in de tentoonstellingscatalogus? Lachend slaat de ontwerper het boek open: de cijfers zijn gezet in een klein corps en staan in de rug van het boek. „Wanneer je ze nodig hebt, vind je ze eenvoudig.”

De afdeling bijzondere collecties van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam heeft de ‘Irma Boom collectie’. Die is op aanvraag in te zien.