Ploeteren met de geiten

De Lycian Way is de eerste lange afstand wandelroute in Turkije. Ruim 500 kilometer door grillige natuur en een historisch landschap. De kamerverhuursters langs de route willen ‘mama’ genoemd worden.

De Lycian Way begint op een plek aan de Zuidwestkust van Turkije waar de meeste wandelaars zich niet thuis voelen. Dit gebied rond Ölü Deniz, beter bekend als Little England, is een typische Mediterrane kuststrook die de laatste jaren overspoeld wordt door goedkoop massatoerisme. Café’s tonen Engels voetbal. Restaurants serveren naast de onvermijdelijke kebabs Fish & Chips, alles uiteraard voorzien van een flinke sloot gravy.

Al bij de eerste, pittige, klim van de Lycian Way begint een ander Turkije. Vanaf 750 meter hoogte vervloeit Ölü Deniz met een landschap dat de komende 509 kilometer domineert: een grillige kustlijn, hier en daar doorbroken door afgelegen verlaten strandjes. In de verte drijven groene eilanden in de turquoise Middellandse Zee. Op steile beboste hellingen grazen geiten en ploeteren boeren en paarden op stenige grond.

In het voorjaar hangt overal de geur van verse oregano, dennen en jasmijn. Bijen snellen af en aan naar de honderden korven die langs het pad in rijen liggen. De velden staan vol met zoete kamille en klaprozen. Een constante zeebries verkoelt het wandelen, maar de voorjaarszon brandt al ongenadig.

De Lycian Way is de eerste lange afstand wandelroute in Turkije. De Engelse loopfanaat Kate Clow (60) zette acht jaar geleden het pad uit. Naar eigen zeggen is ze van jongs af aan geïnteresseerd in oude paden en de sporen die ze na hebben gelaten in het landschap. Voor het uitzetten van de Lycian Way baseerde ze zich op oude Griekse geschriften over handelsroutes die naar Lycië en verder zuidwaarts liepen. Zo wist ze ongeveer hoe de paden gingen.

Goede, moderne kaarten van de route ontbreken. Clow: „De Turken lijken nog een broertje dood te hebben aan wandelen, want dat was iets van hun arme ouders. Een moderne Turk pakt voor alles de auto.” Met hulp van de plaatselijke bevolking, een heimelijk verkregen militaire stafkaart en vooral veel trial and error puzzelde Clow de route in elkaar.

Het resultaat is bijzonder. Het pad voert over imposante bergen zoals Baba Dag (vadertje berg) en Mount Olympos. Die vragen veel van het navigatietalent en het uithoudingsvermogen van de wandelaar. Zo loop je in het voorjaar nog door de sneeuw. Ook snijdt de route door vruchtbare dalen en brengt hij wandelaars langs stranden en over hoge kliffen met spectaculair uitzicht.

De weg kronkelt dwars door eeuwen geschiedenis. Door land waar de Grieken tot honderd jaar geleden woonden, alvorens ze door Atatürk werden verdreven. De Lycian Way komt in de buurt van Kaya: een verlaten Grieks dorp, omdat de Turken dachten dat het vervloekt was. De stenen huizen en publieke gebouwen staan relatief ongeschonden overeind en ademen een griezelige verlatenheid. De weg gaat verder terug in de tijd, langs veel oudere Griekse steden als Xanthos, Patara en Myra (St. Nicolaas). De dorpjes en stadjes in de buurt zijn bespikkeld met standbeelden ter meerdere glorie van Atatürk, de vader des vaderlands. De route eindigt bij de hypermoderne resorts aan de rand van Antalya.

Het contrast met het archaïsche Turkije dat men onderweg doorkruist is enorm. Neem Kirma, het eerste dorp op de route. De ‘hoofdweg’ is een brij van modder en steen. Tussen de huizen sjokt een oude vrouw met een lange waterslang over haar schouder. Vanaf het terras achter een woning zwaait een lunchend gezin gastvrij naar de vreemdelingen. Een tweede oude vrouw bakt op een ronde hete steen gölzeme, pannenkoekjes met platte Turkse peterselie. Een winkel ontbreekt, evenals andere basisvoorzieningen. Deze mensen zorgen nog voor zichzelf.

De schraalheid van het leven is het leitmotiv van de wandeling. Zo ook in Alinca. Het dorp is een verzameling huizen op een 800 meter hoge klif. Het ‘restaurant’ is een schuurtje waar een boerenfamilie – meerdere generaties vrouwen in pofbroeken – de lunch verzorgt. Keuze is er niet. Ze serveren gölzeme met dennenhoning, zoete tomaten en ayran, zoute yoghurt. De rekening toont verrassend genoeg een goed begrip van toeristische portemonnees, maar wordt met ontwapenende vriendelijkheid voorgeschoteld.

Het toerisme is hier pas kort geleden op gang gekomen. Op aandrang van Clow beginnen steeds meer bewoners, meestal vrouwen, een pension of restaurant. Verwacht niet veel. Een simpele, schone kamer. Een aantal paardedekens tegen de koude nachten. En het is eten wat de pot schaft. Maar dan krijg je een maal met verse producten van het dorp. De pensionhoudster zorgt voor je als een echte ‘mama’ en staat erop dat ze zo genoemd wordt. En waar pensions ontbreken, bieden gastvrije dorpelingen nog wel eens een kamer aan. Zo hier en daar zijn kleine winkeltjes geopend. Een dolmus, een taxibusje, is altijd dichtbij om je naar een wat grotere plaats te brengen. Een lift is ook eenvoudig geregeld. Koud, helder water is altijd voorradig in bronnetjes langs de route.

Tussen de dorpen deel je het land met louter herders en geiten. De paden zijn pittig en de wandelaar moet over een goede basisconditie beschikken. Op sommige punten, zeker in het voorjaar, zijn delen van de paden weggespoeld en moet je al klauterend een alternatieve route vinden. Er is inmiddels een goede kaart beschikbaar, waarmee je aardig uit de voeten kan.

De gebieden rond de oude opgravingen, zoals Xanthos en Patara, zijn wat meer toeristisch. In Patarra zijn andere toeristen echter goed te ontlopen vanwege het twaalf kilometer lange strand, dat zeer diep landinwaarts ligt. De ruïnes staan aan de rand van dit strand. Zeker in het vroege voorjaar kun je in je eentje plaatsnemen op de treden van het grote theater en luisteren naar het ruisen van de zee. Met een beetje fantasie klinkt het als applaus.

Zelfs het moderne en grote Antalya, waar de tocht na ongeveer vier weken eindigt, is in het voorjaar vrij rustig. In de lente is goed te zien hoe mooi de oude binnenstad eigenlijk is. De restaurants, hotels en café’s zijn blij met de eerste toeristen.

Voordeel is ook dat de wandelaar gedurende de hele tocht gebruik kan maken van de goede voorzieningen die bij het massatoerisme horen. De vluchten zijn frequent en goedkoop. Het vervoer langs de route is goed geregeld, waardoor het mogelijk is stukken af te snijden, of etappes te lopen. En met het prima gidsje van Clow komt er weinig voorbereiding aan te pas, waardoor de route prima last minute te regelen is. Dat is een groot voordeel. De rust, schoonheid en het gemak maken de Lycian Way tot attractie die herhaald bezoek vraagt.

Beste tijd om te gaan: maart, april, mei en september, oktober, november.

Boek: ‘The Lycian Way, Kate Clow’. Een handig boekje met uitgebreide en gedetailleerde beschrijvingen van de route en de voorzieningen. Veel wetenswaardigheden over het gebied en de geschiedenis.

Site: www.lycianway.com: overzichtelijke site van Clow met ook informatie over andere routes. Het is aan te raden om deze site te bekijken alvorens te gaan omdat er veel actuele informatie staat over de toestand van de wegen en over eventuele nieuwe pensions en voorzieningen.