Museum toont ‘mediageneraal’ De Gaulle

Het net geopende museum voor Charles de Gaulle toont ook de nationale geschiedenis. Met beelden en geluidsfragmenten, niet met objecten. „Hij wilde niet voortbestaan in relikwieën.”

Hoe maakt een modern Europees land zijn geschiedenis invoelbaar? Nederland heeft zijn plan voor een Nationaal Historisch Museum. Frankrijk heeft vanaf vandaag een nieuw ijkpunt van gemoderniseerd nationaal verleden: een „onzichtbaar monument” voor Charles de Gaulle, de grand homme van de Franse twintigste eeuw, leider van de Vrije Fransen in de Tweede Wereldoorlog en stichter van het huidige staatsbestel, de Vijfde Republiek.

Onzichtbaar? Ja, aan het Historial Charles de Gaulle, gisteren geïnaugureerd door president Sarkozy, moet je denken voordat je het kunt zien. Ankerpunt is een van de meest in het oog springende monumenten van Parijs: de gouden koepel van Les Invalides, glanzend aan de Seine. Maar die is al ‘van’ keizer Napoleon. Zijn tombe in Les Invalides is sinds jaar en dag een van de drukst bezochte toeristische attracties in Parijs.

Ter ere van De Gaulle is de koepel nu ondergronds gespiegeld, onder de Cour d’Honneur van Les Invalides. In de omgekeerde koepel hebben de architecten Alain Moatti en Henri Rivière een filmzaal gemaakt – niet van blinkend goud, maar van intiem hout. Er draait op vijf schermen permanent een film van 25 minuten over het leven van De Gaulle.

Alain Moatti noemt de zaal „het hart” van het Historial, dat in totaal 2.500 vierkante meter beslaat. In de hele expositie is geen enkel historisch object te vinden. Alleen maar filmbeelden, radiofragmenten, muren die met driedimensionale beelden de ‘sfeer’ van een historische periode geven. Als het geluid, het licht en de camera’s uit zijn, bestaat het monument voor De Gaulle niet meer. Het verleden kan hier aan en uit.

Het Historial Charles de Gaulle speelt met de continuïteit in het nationale verleden. Neem de locatie. De Gaulle is in Les Invalides opgenomen in een illuster rijtje – behalve Napoleon wordt in het paleis ook Lodewijk XIV geëerd, in een vleugel die na een renovatie later dit jaar heropend wordt.

Koning, keizer en president in één paleis, toegankelijk met één toegangsbiljet – zo komt er eenheid in het nationale verleden. Voor het eerst is ook de recente geschiedenis van de Franse staat – tot 1969 – in een museum opgenomen, inclusief omstreden episodes als de Algerijnse dekolonisatie en de mei-opstand van 1968.

Maar de herdenking gaat niet meer gepaard met gebruikelijke pogingen om de held tastbaar te maken door expositie van intieme attributen. De Gaulle’s halve tijdgenoot Winston Churchill wordt in Londen nog tot leven geroepen door zijn veldbed, noodtelefoon en andere resten uit oorlogstijd.

De Gaulle is de eerste historische held die louter uit beeld en geluid bestaat. „Hij wilde niet voortbestaan in relikwieën”, vertelt Sharon Elbaz, de conservator van het Historial. De Gaulles echtgenote Yvonne deed na zijn overlijden bijna alle uniformen en prullaria weg – niet via een veiling, zoals onlangs president Mitterrands weduwe Danielle, maar gewoon bij de oude kleren.

Toevalligerwijs bevindt het enige reliek dat De Gaulle wel heeft achtergelaten – de jas die hij droeg bij de bevrijding van Parijs in 1944 – zich al in Les Invalides. Maar wie eraan wil ruiken, moet bij de afdeling souvenirs van het Musée de l’Armée zijn. „Het zegt de jongeren niets”, meent Sharon Elbaz. En het botste met de gedachte in de expositie. Alles is gericht op „ruimtelijke historische beleving”, vertelt Elbaz. „Je kijkt hier niet naar de geschiedenis, je loopt erin rond.”

Chronologie is bijvoorbeeld afhankelijk van de wandelroute. De bezoeker wordt geleid door een infrarood-gestuurde koptelefoon. Als je dicht bij een foto of film komt, klinkt het commentaar.

De expositie beslaat twintig uur beeld en geluid, die steeds verschillend wordt gepresenteerd. Archiefbeelden zijn integraal – je kijkt op die manier ook naar de geschiedenis van radio en tv. De muurbeelden, die de sfeer van een periode weergeven, blijven decor. Ze komen en gaan en blijven soms vaag. „Zoals de historische context in onze herinnering”, legt Elbaz uit. „Ze is er, maar op de achtergrond, een beetje afwezig.”

Omgekeerd is het beeld glashelder als je kijkt naar historici die hun visie op De Gaulle en zijn tijd toelichten. De confrontatie tussen kijker en historicus is nu direct: je ziet jezelf in de spiegel waarin ook de historicus verschijnt. Meerstemmige duiding moet hagiografie voorkomen. Zo legt de linkse dekolonisatie-expert Benjamin Stora uit welke ingewikkelde relatie De Gaulle met Algerije had. En historicus Michel Winock noemt de manier waarop De Gaulle in 1958 aan de macht kwam „dubieus”: als het parlement niet onder druk had gestaan van een militaire staatsgreep, was De Gaulle waarschijnlijk niet te hulp geroepen.

Voor Elbaz is het niet van belang of De Gaulle zelf zijn audiovisuele sporen misschien ook liever had opgeruimd. „De Gaulle wás een mediageneraal”, zegt hij. Met beeldvorming ging hij strategisch om. Tijdens zijn radiotoespraken in de Tweede Wereldoorlog praatte hij Frankrijk van het collaborerende Vichy-regime weg. In 1954 publiceerde hij zijn memoires als opmaat voor een terugkeer in de politiek. Als president introduceerde De Gaulle persconferenties en in 1965 profiteerde hij als eerste van de televisie voor zijn verkiezingscampagne.

Ruim 35 jaar na zijn dood draait het herdenkingscircus De Gaulle op volle toeren. Op internet is De Gaulle integraal ontsloten via degaulle.ina.fr. Zijn huis in het Oost-Franse Colombey-les-Deux-Eglises is een bedevaartsoort geworden voor politieke leiders die kracht willen uitstralen. President Sarkozy ging er kort voor en kort na zijn verkiezing heen. De Libische leider Gadaffi kon er tijdens zijn bezoek aan Frankrijk onlangs met moeite worden weggehouden. Deze zomer wordt in Colombey een Mémorial Charles de Gaulle geopend. Anders dan in het het Historial gaat het hier om het persoonlijke leven van De Gaulle – ook weer zonder enig ‘object’.