‘Meisje van de nacht’ slaat zich overal doorheen

Lornah Kiplagat (33) reist de hele wereld rond om hard te lopen. Altijd al wilde ze de beste van de wereld worden. Een Nederlandse van Keniaanse afkomst met een missie: loop en geniet.

Morgen start ze in Puerto Rico, om er zo hard mogelijk 10 kilometer te lopen, donderdag start ze in Dubai om er een halve marathon, 21 kilometer, te lopen. Dan gaat ze naar Ierland, om fysiotherapie te ondergaan. Vervolgens naar Kenia om er op haar eigen hooggelegen oefencentrum te trainen. Dan in april door naar Istanbul, om er wéér hard te lopen. Én om er de olympische limiet te halen. Want wil Lornah Kiplagat op de Olympische Spelen de zo vurig verlangde gouden medaille op de 10 kilometer behalen, dan moet ze zich eerst nog kwalificeren.

De sms-berichten uit Puerto Rico zijn hoopgevend. ‘28 graden’, ‘vorm uitstekend’, en ‘persoonlijk record moet kunnen’. Sneller dus dan 30,32. Niemand zal haar in de weg lopen om morgen de World’s Best 10K weer te winnen én mogelijk bij een wereldrecord 100.000 dollar te verdienen. ‘Veel concurrentie: heel goed’, zegt het sms’je.

Vorige week was ze even in Nederland, het land waarvan ze sinds drie jaar een paspoort heeft. Dat was ter gelegenheid van de presentatie van haar autobiografie Lornah Kiplagat – het meisje van de nacht, geschreven door Marco Knippen. Het eerste exemplaar was voor premier Balkenende, die haar als een rolmodel prees. Vier dagen later zat ze aan voor een signeersessie bij een winkel in haar woonplaats Groet. Ruim honderd mensen kwamen om Lornah te zien stralen. Want wat ze ook doet, en waar ze ook komt, Lornah straalt. Een dag later was ze al weer weg, via New York naar Puerto Rico.

De autobiografie van Kiplagat gaat over talent en doorzettingsvermogen. Over een Keniaanse vrouw die al als dochter van een boer plannen had om iets bijzonders van het leven te maken. De inleiding van haar boek: ‘Ik ben met niets begonnen – dus als ik aan het einde van mijn leven niets overhoud, dan heb ik niets verloren.’

Juist nu in Kenia mensen elkaar naar het leven staan, zijn de herinneringen die Kiplagat ophaalt over haar jeugd lezenswaardig. Hoe vredig de wereld toen was in haar dorp, hoe zij, haar broer en vele zusjes moesten werken, en al vroeg van hun vader leerden dat ze zich niet moest laten kisten.

In 2002 trouwde ze in het Noord-Hollandse Groet met Pieter Langerhorst, ook haar trainer en manager. Hoewel ze goed Nederlands praat doet Langerhorst meestal het woord. Overal in de wereld neemt hij de telefoon op om te verhalen over zijn vrouw. Ook in Kenia, waar ze in Iten het High Altitude Training Centre drijven. Dan weerklinken op de achtergrond schoten van geweren, afgevuurd door opstandelingen. En vertelt hij over huizen in hun dorp die in brand zijn gestoken.

Het is nu stil in het kamp. Langerhorst heeft alle boekingen van hardlopers moeten annuleren. Niet dat het in Iten zo gevaarlijk is. „De mensen helpen elkaar, van welke stam ze ook zijn. Maar als er een negatief reisadvies is, moet je de tent sluiten.”

Kiplagat doet er liever geen uitspraken over. „Maar ik heb er in januari en februari kunnen trainen zoveel ik wilde. Ik had weg kunnen gaan. Maar waarom? De mensen die we kennen zijn vertrouwd.” Van een verstoorde voorbereiding op de Spelen wil ze niets weten. „Ik heb er gewoon kunnen trainen.” Waarop haar man aanvult: „Als je ’s morgens vroeg om vijf uur gaat trainen, ziet niemand je. Dan trainen we ook nog samen met andere Keniaanse lopers. Van welke stam ook.”

Ze hebben ellende gezien. In hun dorp en wanneer ze, geëscorteerd door politie, terug naar de vredige wereld gingen. Lijken langs de wegen die grijs waren van de as. Verbrande dorpen.

Ze maken zich zorgen over hun plannen. Onder auspiciën van hun foundation moest dit voorjaar een school op het kamp worden geopend voor zeshonderd kinderen, die er kunnen hardlopen en studeren. Dat komt er nu niet van. Het kamp is leeg en de school en het internaat voor leerlingen en leraren staan in de steigers. Langerhorst is optimistisch: „Geduld. Het komt goed. De onderlinge haat tussen de stammen valt erg mee. Het zijn jongeren die zich willen laten gelden. Het heeft niets met politieke opstand te maken.”

Kiplagat lacht tijdens het gesprek, zeker als ze verkeerde Nederlandse woorden uitspreekt. Als ze voor een camera staat, legt ze haar boek op haar hoofd. „Ik geniet van mijn leven, omdat ik doe wat ik wil doen. Blessures of ellende in mijn land, ik sla me er doorheen. Het komt altijd goed.”

Waarom heet ze ook al weer ‘het meisje van de nacht’? Omdat ze in haar jonge jaren hardliep als iedereen sliep. Want een meisje dat rende in een legging was een hoer. Maar Lornah wilde gewoon ’s werelds beste hardloopster worden.

Lornah Kiplagat – Het meisje van de nacht. Auteur: Marco Knippen. Uitgever: Conserve.