Kat & hond

Karel Knip

Zeker 14.000 jaar leeft de hond nu al in en rond de woning van de mens. Genetische analyse heeft aangetoond dat het concept ‘hond’ (een hondachtige die geen wolf meer is) zelfs al wel 35.000 jaar bestaat. De kat arriveerde veel later in menselijke omgeving. In 2004 schreef Science dat er op Cyprus al 9.500 jaar geleden katten door mensen werden gehouden maar later is dat weer herroepen. Aangenomen wordt dat de domesticatie toch pas zo'n 4.000 jaar geleden begon. Kattengeneraties lossen elkaar veel langzamer af dan hondengeneraties (de hond leeft maar kort) en zo komt het dat de kattendomesticatie eigenlijk nog maar halverwege is. Die van de hond is klaar.

Het verschil heeft consequenties voor de menselijke waardering en interpretatie van de geluiden die de dieren maken. Op 17 januari werd in deze krant een artikel in Animal Cognition van de Hongaar Molnár c.s. beschreven. Men had een computer geleerd onderscheid te maken tussen allerlei soorten geblaf dat werd voortgebracht door herders van het Hongaarse Mudi-ras en de gunstige resultaten beloofden veel voor de toekomst. Akoestische gegevens uit allerlei gedragsstudies konden voortaan automatisch worden gesorteerd.

Eerder, in 2005, publiceerde Molnár met Pongrácz in de Journal of Comparative Psychology (JCP, vol.119, nr. 2) de resultaten van onderzoek naar de wat gewonere menselijke analyse van hondengeblaf. Dezelfde honden en dezelfde geluiden, want ze stonden op band. Negentien Mudi’s waren in zes verschillende blaf-opwekkende situaties gebracht: een vreemde nadert het erf, confrontatie met agressieve indringer, volkomen in de steek gelaten, uitgaan!, spelen! en: pak de bal! In de eerste drie gevallen was de hondenbezitter zelf niet aanwezig, in de laatste drie was hij juist actief.

De geregistreerde geluiden werden beluisterd door 36 proefpersonen waaronder Mudi-bezitters, gewone hondenbezitters en mensen die helemaal geen hond hadden. Ze moesten zeggen welk geblaf bij welke situatie hoorde en een oordeel geven over de bijpassende hondenemotie (woede, wanhoop, vrolijkheid). Na de nodige statistische toverij komen Pongrácz en Molnár tot de conclusie dat mensen hondengeblaf goed begrijpen. Zelfs mensen die zelf niet met honden samenleven. Het omgekeerde geldt trouwens ook: honden doorzien zelfs de gebaren en lichaamshoudingen van mensen. Het klinkt allemaal niet zo verrassend, maar dat is juist omdat we volkomen gewend zijn aan iets dat au fond bijzonder is.

Maar nu de kat. Een onderzoeksgroep van Cornell University geleid door Nicholas Nicastro deed een vergelijkbaar onderzoek aan de geluiden van twaalf niet nader omschreven huiskatten. 33 studenten, waaronder kattenliefhebbers en kattenhaters, gaven een oordeel over geïsoleerde en gecombineerde ‘meows’ of ‘miaows’. Ook de twaalf katten werden in verschillende situaties gebracht, maar natuurlijk andere dan die van de hond want de kat zegt geen boe of bah als een vreemde het erf op komt. De kattensituaties waren: ik krijg eten, ik word veel te hard geborsteld, de deur is dicht en ik wil erin, wat is de baas toch lief (kopjes geven) en ze hebben me ijskoud achtergelaten in een vreemde omgeving (namelijk de auto van Nicastro). De resultaten staan in de JCP (2003, vol. 117, nr. 1).

De statistiek wist er geen helderheid in te brengen. Eigenlijk komt het erop neer dat de meeste mensen het gemiauw van een kat niet begrijpen als niet tegelijk de kat zichtbaar is. Het gemiauw lijkt betekenisloos. Dat was een lelijke tegenvaller voor Nicastro die weliswaar wetenschapper is maar in de eerste plaats kattenvriend. En tòch is er iets vreemds aan de hand, dacht hij. In het onderlinge contact miauwen katten nauwelijks. Huiskatten die verwilderen miauwen steeds minder. En de meeste echte wilde katachtigen (leeuwen, tijgers, panters) miauwen praktisch helemaal niet, zoals trouwen ook veel wilde hondachtigen minder blaffen dan de hond (Hier schemert de unifying theory die al dit onderzoek gaande houdt: het blaffen en miauwen zou in de domesticatie versterkt worden omdat andere communicatiemiddelen te kort schieten. De mens is onvoldoende ontvankelijk voor de lichaamstaal.)

Nicastro gooide het over een andere boeg en liet een groep student behalve naar de huiskatten ook nog luisteren naar het geregistreerde gemiauw van echt wilde katten (uit Afrika) die in kooien zaten. Opnieuw konden de studenten er geen touw aan vast knopen, maar een ding sprong eruit: het gemiauw van huiskatten werd veel plezieriger gevonden. Vriendelijker. Liever. (JCP, 2004, vol 118, nr.3)

Dat is het dus, denkt Nicastro, de hond blaft om iets duidelijk te maken, maar de kat miauwt slechts om de mens te vriend te houden. De prehistorische mens was veel minder afhankelijk van de kat dan van de hond en kon de kat zó de laan uitsturen. Daar moest de kat iets tegenover plaatsen: lief gemiauw. Het is niet voor niets dat dit op het geluid van een baby lijkt.

Waar het om gaat, lezer, is dat de amateuronderzoeker zelf ook nog wel wat theorieën kan bedenken. Of nee, waar het eigenlijk om gaat is het ontroerende artikel dat een dezer dagen verschijnt in de Applied Animal Behaviour Science. De Israelische onderzoekers Feuerstein en Terkel onderzochten de omgang tussen honden en katten die samen onder hetzelfde dak verblijven. Het blijkt dat vriendschap eerder regel dan uitzondering is. En dat kan alleen, stellen de auteurs, als er geen misverstanden bestaan tussen de twee diersoorten. Nauwgezette observatie leerde dat zij elkaars lichaamstaal dan ook uitstekend begrijpen. Zelfs lichaamstaal die bij beide soorten een tegenovergestelde betekenis heeft zoals kwispelen, wegkijken en op de rug liggen. Uit pure goeiigheid gaat de hond zover de lichaamstaal van de kat over te nemen. Van lieverlee gebruikt hij bij de begroeting de typisch kattige ‘nose-to-nose greeting’ waar hij bij een hond liever het lijf had besnuffeld ‘from the back to the front’. Na al hun wetenschappelijkheid komen Feuerstein en Terkel met een opmerkelijke conclusie, de conclusie dat de kwaliteit van het leven van een alleenstaande kat die dreigt te vereenzamen aanzienlijk kan worden verbeterd door ook een hond in het gezin op te nemen. Dan kan de kat zijn verhaal kwijt.