Joop en Johan

De hele week was er alleen nog Johan Cruijff en Joop den Uyl. Relicten. Dominees. Volbloedamateurs in geloof, hoop en liefde. Maar om nou te zeggen dat zij de kleur en klank van deze tijd zijn? Hun hoogtijdagen waren toch zwart-wit. Hun mystiek was dat ook.

Ze hebben veel gemeen, Joop en Johan. Nooit kwam een einde aan een zin. Ze spraken binnentaal, de taal der zuchten ook. Een beetje gregoriaans gorgelen, zoiets. En, eens op hoogte, het geluid van opgevoerde brommers. De gedachten dansten dan mee in de schouders. Een surplace kenden ze niet. Aan hun taal te horen: mannen met weinig tijd.

Gek genoeg vertederden ze vooral de minst geletterden onder ons. Mannen en vrouwen zonder mystieke ervaring. Die zelfs de illusies van rauwkost niet kennen. La Hollande profonde, tussen soap en porno, zeg maar. In die wereld zijn Joop en Johan altijd onschendbaar gebleven. Ook nog verliteratuurd.

Aan het leven van Den Uyl valt weinig toe te voegen, toch niet meer dan een Pruisische anekdote. Cruijff daarentegen gaat zich, na jaren van Tibetaanse verinnerlijking, weer mengen in het gemeen. Als een soort crisismanager nog wel. Hij moet dus nu uit zijn fluistercampagnes treden, de grijze zone van het stoken verlaten, man en paard noemen, duidelijk zijn.

Mens worden tussen krabbelaars.

Een zware opdracht voor een hemellichaam. Er ontstaat dan toch iets van ordinaire macht; tackles en afrekeningen worden zichtbaar. Nonchalance zal worden ingeruild voor tekenen van afkeer, rancune en andere menselijke zwaktes. En dan blijft er van een flou artistique niet veel meer over.

Waarom Cruijff zich nog aan een ontmaskering van renegaten wil blootstellen, is een raadsel. Hij noemt het liefde voor Ajax, op zijn minst medeleven met de door wanbeleid zo geplaagde ledenraad. Het klinkt mij iets te erelid-achtig in de oren, iets te Wiegeliaans. Dat Johan wel eens liefdevol kan zijn, weten zijn vrouw en kinderen als geen ander. Maar veel verder dan het eigen nest reikt ontferming niet. Toch niet zonder envelopje.

De grote charme van Cruijff was zijn eeuwige chagrijn. Nooit was iets helemaal goed, nooit was er vrede. Die banbliksem is hij nu kwijt. De ‘regent op afstand’, met carte blanche, zal wat buiginkjes moeten maken.

Zijn liefde voor Ajax mag dan langs het mes gaan, in de grote opruiming komt hij menselijk zeer tegen. Verdriet. Vernedering. IJdelheid. Die tedere chaos van ingewanden krijgt hij niet weggepoetst zonder palaver, zonder balsem, zonder knieval. Het wordt voor deze vreemdeling hoe dan ook: onderhandelen.

Het treurigste van het hele Ajax-feuilleton is nog dat iedereen nu in de waan is gaan leven dat je een roemrijke club kunt helpen met bezweringen. Laat dan, voor minder geld, prinses Irene tegen betonpalen praten. Of zoek een grasdeskundige van gene zijde. Er zit geen enkele ratio in de benoeming van Johan Cruijff tot redder van het vaderland.

Want zo is het wel gepresenteerd: het gaat niet alleen om Ajax, het gaat om koninklijk erfgoed. Hadden ze dat niet eerder kunnen weten, bij Ajax? De heren Fontein, Jaakke en Van Geel hebben een regnum verkwanseld aan populisme, niet aan erfgoed. Ze kregen er ook de tijd niet voor, in de hitsigheid van vijftigduizend schoonmoeders die één voor één bespoten moesten worden. Desnoods door oude Spanjaarden.

Wat Guus Hiddink c.s. orakelen is waar: de ruimte om aan Johan Cruijff te twijfelen, is er niet. De hel zullen altijd de anderen zijn. Maar wie kan, nog een beetje normaal, met zoveel luxe leven? Amsterdam is: tegenspraak. Dat geldt niet meer voor Ajax. Cruijff en tegenspraak? Hebben wij, Ajacieden, dat dan nog gekend sinds het Romeinse imperium?

De volksclub is geen volksclub meer. Die illusie was al afgesneden bij de beursgang. Nu al helemaal bij de institutionele proclamatie van een heilige. Ik blijf zeggen: liever een beursgang dan een éénpersoonsstaat. Liever milde chaos dan georkestreerd exhibitionisme van een onsterfelijke.

Ajax heeft zichzelf een crisis aangepraat. Zo slecht vergaat het de club niet, als je alles op een rijtje zet. Ik vind PSV nog steeds armoediger, Feyenoord nog steeds meer een brandweerkazerne van triomf.

Het probleem is dat Ajax zo graag van Europa wil zijn. En van Brazilië. En van China. Nou, dat zal niet lukken met Johan Cruijff. Onder zijn bewind zal Ajax juist provincialiseren. Natuurlijk komt Kaká er in de Arena niet meer in. Epigonen, ja! Uit de Veluwe.