‘Je moet een waardige jonge vrouw zijn’

‘We staan wel bekend als de Mormonen, maar eigenlijk heet onze kerk de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Joseph Smith is de stichter. Hij was op een dag gaan bidden in het bos omdat hij niet wist bij welke kerk hij zich zou aansluiten. Hij kreeg de boodschap dat hij een nieuwe kerk moest oprichten, maar eerst moest hij gouden platen zien te vinden waarop de geschiedenis stond van de gelovigen die de evangelisten volgden naar Amerika. Toen hij de platen vond, heeft hij ze vertaald, dat is Het Boek van Mormon. De geboden die erin staan behoren wij na te leven en toe te passen. Dat geldt ook voor de geboden in de Bijbel en De Leer en Verbonden die we daarnaast lezen.

Ik ben opgegroeid in een niet-gelovig gezin. Toch heb ik altijd wel geloofd dat God bestaat, maar ik deed er verder niets aan. Toen ik elf was vroeg een vriendinnetje op de basisschool een keer of ik mee wilde naar de kerk. Ik wist dat zij Mormoons was maar ik had geen idee wat dat inhield en een bezoek aan de kerk trok me niet erg aan. De kerk stelde ik me voor als saai en heilig en ik dacht dat iedereen in het zwart gekleed was. Maar ik ging mee omdat ik geen nee durfde te zeggen.

De ontvangst was heel warm. Iedereen was vrolijk en vond het leuk dat ik kwam kijken. De kinderen die er waren vond ik aardig en ik mocht met hen onder andere de zondagsschool bijwonen en de kapeldienst waar we van het Avondmaal namen. Het was een vriendelijke sfeer. Ik merkte dat ik er een heel verkeerd beeld van had gehad, dus toen mijn vriendin kort daarna vroeg of ik nog eens mee wilde zei ik direct ‘ja’ en die keer meende ik het wel.

In het begin deed ik rustig aan en ging ik eens in de maand mee naar de kerk. Maar toen mijn moeder een jaar later darmkanker kreeg en steeds zieker werd, begon ik vaker te gaan. Ik had behoefte erover te praten met mensen daar en ik begon te bidden. Ik was heel bang haar kwijt te raken: de artsen hadden weinig hoop dat ze zou genezen. Ze moest geopereerd worden en iedere dag bad ik hetzelfde: ‘mag het beter gaan dan ze verwachten’. Een vriendin van mijn moeder was bij de operatie en vertelde ons naderhand: ‘Het is beter gegaan dan ze verwachtten’. Het was een herhaling van het zinnetje dat ik steeds had gebeden – dat was voor mij een getuigenis dat God had geluisterd en mij antwoord gaf. In die tijd had ik het ook moeilijk met het feit dat mijn ouders een paar jaar eerder waren gescheiden en ik merkte dat ik steun had aan het evangelie.

Ik wilde er meer over leren en daarom begon ik vaker de Schriften te lezen. Toen ik veertien was, wilde ik gedoopt worden, pas dan ben je lid van de kerk en hoor je er echt bij. Voor die tijd ben je een onderzoeker. Bij de doop krijg je de zegening en de gave van de Heilige Geest. Die leidt je op je pad en helpt je de juiste keuzes te maken. Wat ik mooi vind is dat je als je gedoopt bent een tempelhuwelijk kunt sluiten waardoor je voor eeuwig met je gezin bij elkaar blijft, ook in het hiernamaals. De gezins- en familieband is voor de Mormonen heel belangrijk.

Mijn vader had er geen bezwaar tegen als ik me liet dopen, maar mijn moeder vond me te jong. Ze wilde dat ik er eerst nog een paar jaar over na zou denken. Als ik zestien was en nog steeds die wens had mocht het, zei ze. Het was niet dat ze hoopte dat ik intussen van gedachten zou veranderen, ze wilde zeker weten dat ik dan nog steeds achter de beloftes stond die je bij je doop moet doen: je mag niet drinken, niet roken, geen seks hebben voor het huwelijk. Ik heb gewacht en al die tijd werd het verlangen om me te laten dopen alleen maar groter.

Een paar maanden geleden ben ik zestien geworden en zo snel mogelijk daarna heb ik me laten dopen. Het was iets ongelooflijks; van tevoren stond ik te trillen van de zenuwen. Mijn ouders waren er en ook mijn broertje en mijn oudere zus die anders nooit naar de kerk gaan. Tijdens de onderdompeling ging ik koppie-onder in het doopvont. Naderhand huilden mijn moeder en ik van geluk; zij was heel blij voor mij omdat ze wist hoe lang ik ernaar had uitgekeken. Het wachten was me soms lang gevallen maar achteraf ben ik er dankbaar voor omdat ik er nu heel bewust voor heb gekozen.

De meeste kinderen die met hun ouders mee naar de kerk gaan laten zich dopen als ze acht jaar zijn. Voor die tijd heb je geen zonden. Ik heb niet gezondigd, maar ik doe wel zondige dingetjes als roddelen. Nu ik gedoopt ben voel ik me sterker. Je bent bijvoorbeeld in een situatie waarin je drank of een sigaret krijgt aangeboden, dat kan best verleidelijk zijn, maar ik voel me sterk genoeg om te weigeren. Ik weet ook niet wat ik mis omdat ik nog nooit heb gedronken of gerookt. Het lijkt me veel lastiger als je dat wel al hebt gedaan en er dan opeens mee moet stoppen.

Ik voel me niet in een uitzonderingspositie, hoewel ik op feestjes vaak de enige ben die een Fantaatje neemt. Al mijn vrienden drinken en roken als ze uitgaan. Ik veroordeel dat niet, maar ik zie dat het ook fout kan lopen. We hadden een keer een schoolfeest waar een meisje zich een alcoholvergiftiging had gedronken. Mijn ouders hoeven zich geen zorgen te maken dat ik ergens dronken in de goot lig of met een jongen naar bed ga. We praten er thuis niet veel over dat ik Mormoons ben geworden, maar ik weet dat ze mijn keus respecteren, net als mijn vrienden op school.

Binnen de kerk heb ik ook veel vrienden. Je ontmoet leden door heel Nederland omdat er regelmatig regionale of landelijke activiteiten zijn, zoals dansavonden, sportdagen en kamp, speciaal voor kinderen van twaalf tot achttien jaar. Meisjes in die leeftijd heten jonge vrouwen en jongens jonge mannen. Daarna kom je bij de jovo’s: de jonge volwassenen. Jongens vanaf negentien jaar doen zendingswerk: ze worden voor twee jaar ergens in de wereld uitgezonden om mensen over het evangelie te vertellen. Voor meisjes is het moederschap een zending, maar als je geen moeder wordt is dat geen probleem. Als vrouw kun je leerkracht zijn in de zondagsschool of secretaresse. In het presidium van de kerk zitten alleen mannen.

Van je veertiende tot je achttiende ga je naar seminarie. Omdat het om half zeven ’s ochtends begint sta ik doordeweeks om half zes op en fiets naar de kerk. Tot kwart over zeven lezen we met elkaar in de Schriften, dit jaar behandelen we het Oude Testament. Sommigen die door hun ouders gehaald en gebracht worden komen daar in hun pyjama: als ze de eerste twee uur op school vrij hebben gaan ze na seminarie weer slapen. Ik ga altijd eerst even naar huis en dan naar school. Ik ben dan echt wakker en de eerste uren neem je daardoor de stof op school beter op. ’s Avonds moet ik wel op tijd naar bed, anders houd ik het niet vol.

Vasten is niet verplicht, maar ik sla één keer per maand twee maaltijden over: op zaterdagavond en het ontbijt op zondag zodat ik ’s middags weer kan eten. Ik doe dat voor mezelf omdat ik er positieve kracht uit put. Ik vind het geen streng geloof. Er zijn wel veel richtlijnen, maar die zijn er om het jou gemakkelijker te maken en je te beschermen: als je niet met je vriendje in bed gaat liggen kom je niet zo gauw in de verleiding seks met hem te hebben.

Ik merk dat we niet zo’n goede naam hebben. In cartoonprogramma’s wordt de Mormoonse kerk weleens belachelijk gemaakt en mensen die er weinig van weten denken soms dat het een sekte is. Of ze hebben het idee dat mannen meerdere vrouwen mogen hebben. Dat is niet zo. Vroeger wist ik niet veel van het geloof, toen vond ik het moeilijk en eng om erover te praten. Nu vertel ik erover als anderen ernaar vragen en soms merk je dat ze er dan minder negatief over gaan denken.

Liefde en naastenliefde zijn belangrijk. Wij geven bijvoorbeeld één tiende van ons inkomen of zakgeld aan de kerk en daarvan worden hulppakketten gemaakt. Na de overstroming in New Orleans waren onze pakketten daar het eerst.

Ik heb het in de kerk erg naar mijn zin. Als ik van seminarie kom voel ik me blij. Soms kan ik er een week niet naartoe en dan merk ik dat ik minder stevig in mijn schoenen sta. Ik voel me onzekerder. Er wordt op school bijvoorbeeld veel gevloekt en soms floep ik er dan ook een scheldwoord uit hoewel ik het niet wil. Je moet toch het voorbeeld zijn van een waardige jonge vrouw.

Ik probeer zo goed mogelijk te leven. Dit geloof helpt me in de puberteit de juiste keuzes te maken, al blijf je zelf verantwoordelijk voor je daden.”

Noor Hellmann