In de koelkast ligt een psalmenboek

In Zuidelijk Afrika is de oogst eindelijk weer eens goed, maar kunnen de armen hun voedsel niet betalen. Zij lijden zwaar onder de exploderende prijzen op de internationale markten voor grondstoffen.

Het is niet altijd schrapen geweest in het huis van de Sentjes. De koelkast in de achterkamer van deze mijnwerkersfamilie in het bergkoninkrijkje Lesotho, midden in Zuid-Afrika, is een manshoge souvenir uit betere tijden. De koelkast zit al maanden op slot. Grootvader Thamae Sentje gaat op zoek naar de sleutel. In het vriesvak ligt alleen een waterfles op temperatuur en een psalmenboekje van de methodistenkerk. De hoop op betere tijden moet goed geconserveerd worden.

De wereldwijde explosieve stijging van de voedselprijzen is niet aan de Sentjes voorbijgegaan. Vlees of melk heeft grootmoeder Makenuoe al tijden niet kunnen kopen. De prijsstijgingen van de andere waar in de afgelopen twaalf maanden rekent ze zo voor je uit. Maïs, voor de pap, ruim 30 procent duurder. Zonnebloemolie is dubbel zo duur als in vorig jaar februari. Bloem heeft nog nooit zoveel gekost en kost nu ook twee keer zoveel als in 2007. De prijzen stijgen zo hard dat ze voortaan halve porties koopt bij de buurtsuper, in de hoop daarmee haar drie kinderen, de vier kleinkinderen en haar gehandicapte man tot het eind van de maand tevreden te houden. „Het jongste kleinkind hebben we al van school gehaald.”

De explosieve, wereldwijde prijsstijging van veel grondstoffen, niet het minst van voedsel, leidt tot woede onder de drie miljard inwoners die moeten rondkomen van minder dan (nominaal) 2 dollar per dag. In Mozambique, hier niet ver vandaan, vielen twee weken geleden doden en gewonden tijdens rellen over de stijging van de brood- en rijstprijzen, en almaar duurder wordende Afrikaanse taxibusritten. In Guinee, Mauritanië, Senegal en Marokko werd eerder al een veldslag geleverd met de oproerpolitie. In Oezbekistan en Jemen gingen kopers en verkopers de straat op. Er waren sojaboonprotesten in Indonesië, en tortillarellen in Mexico. Het geweld was vaak kort, hevig en zeer lokaal. Maar in een platte wereld kent de paniek over de ‘agflatie’, inflatie van agrarische producten, geen grenzen.

In Lesotho ging niemand de straat op. Dat zit niet in de aard van de Basotho, zeggen ze hier. Maar de prijzenhausse had niet op een slechter moment kunnen komen voor de 1,8 miljoen bewoners van dit ministaatje. 2007 was een rampjaar. Door aanhoudende droogte kwam er zo weinig van het land, dat de regering in juli de noodtoestand moest afkondigen. Een kwart van de bevolking leunt nu op voedselhulp. Hoe prachtig groen de bergen hier ook mogen zijn, het land is nauwelijks bebouwbaar. Meer dan 70 procent van het voedsel in Lesotho moet worden geïmporteerd. Dat maakt het land extra kwetsbaar in tijden van mondiale prijzengekte.

De Sentjes voelen dat. Over het haar van hun kinderen hangt de rode gloed van honger. De kleinkinderen groeien aanzienlijk trager dan haar nu volwassen kinderen vroeger deden, vertelt grootmoeder. Groeistoornissen zijn de beste indicator voor voedselgebrek. Meer dan de helft van de kinderen in Lesotho lijdt eraan, ze behoren tot de kleinste kinderen ter wereld.

Grootvader Thamae Sentje (58) werkte zoals de meeste Basotho mannen in de goudmijnen in de Vrijstaat in Zuid-Afrika. Tot hij doof werd, door een ondergrondse explosie en last kreeg van stoflongen. De Zuid-Afrikanen stuurden hem naar huis met een bonus van 200 euro. Deze familie leeft al decennia van contant geld, niet van het land zoals families verderop in het hooggebergte. Het enige inkomen dat de familie heeft is de 50 euro per maand van de huur van een paar huisjes die grootvader bouwde toen hij nog werk had. De opbrengst gaat bijna helemaal op aan voedsel.

Nederlanders voelen de hoge voedselprijzen evengoed aan de kassa van de supermarkt, maar Nederlanders spenderen gemiddeld minder dan een tiende deel van hun salaris aan voedsel. In Lesotho en 35 andere landen in het armste deel van de wereld gaat gemiddeld meer dan de helft van het salaris op aan voedsel. De Voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) waarschuwt voor blijvende sociale en politieke onrust in die landen.

Het voedseltekort in lagelonenlanden nam het afgelopen jaar met gemiddeld 25 procent toe. Maar ontwikkelingslanden zouden ook kunnen profiteren. De Verenigde Staten zijn nog altijd ’s werelds grootste exporteur van landbouwproducten, maar worden op de voet gevolgd door landen in het zuiden van de wereld: Argentinië, Chili, India, Indonesië, Botswana en Zuid-Afrika. Zij spelen in de mondiale voedselketen de rol van voedselverschaffers.

Wie van Johannesburg naar Lesotho rijdt, passeert urenlang kilometerslange velden met maïs, graan, en zonnebloemen (olie). Zuid-Afrika doorstond jarenlang internationaal isolement tijdens de apartheid met twee vingers in de neus. Als het over voedsel ging, kon Zuid-Afrika prima voor zichzelf zorgen, en ook voor buurlanden als Lesotho. Toch steeg ook in Zuid-Afrika de tarweprijs deze week tot een nieuwe recordhoogte: 4.000 rand (348 euro) voor een ton, meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2007. Dat is zowel het gevolg van falend lokaal beleid als van een belangrijke mondiale verschuiving.

Terwijl de voedselprijzen wereldwijd explosief stijgen, is er nog nooit zoveel voedsel geproduceerd. Vorig jaar een record, volgens de International Grain Council. Maar de wereld at ook nog nooit zoveel, dankzij de succesvolle opkomst van twee ooit straatarme landen: China en India zijn verantwoordelijk voor die verschuiving. Niet omdat de Chinezen en Indiërs meer graanproducten gingen eten, integendeel, maar vlees. Volgens The Economist verdubbelde in ontwikkelingslanden de vraag naar vlees in de afgelopen 25 jaar. Voor de productie van een kilo varkensvlees heb je drie kilo graan nodig, en voor die van een kilo rundvlees ruim acht kilo graan.

Het recordaanbod van graan had zelfs groter kunnen zijn (en dus beter aan de vraag kunnen voldoen) als niet El Nino en ‘Al Gore’ hadden toegeslagen. Zuidelijk Afrika, de voedselschuur, beleefde jaren van grote droogte. Onderzoekers houden een warmer wordende Indische Oceaan verantwoordelijk. Tegelijkertijd schakelden in het hoge noorden van de wereld onder druk van het debat over klimaatverandering talloze boeren over op de productie van biobrandstof. In de VS wordt nu eenderde van de maïsproductie gebruikt voor de productie van ethanol. De productie van biobrandstof blijkt volgens een rapport van de VN niet alleen het broeikaseffect te verhogen, maar is ook verantwoordelijk voor de voedselcrisis. Biobrandstof, zegt de speciale VN-rapporteur voor voedsel, „is een misdaad tegen de menselijkheid”.

Dit jaar moest Zuid-Afrika voor het eerst in zijn geschiedenis 40 procent van de benodigde tarwe importeren, de import komt vooral uit Argentinië en de VS. Tien jaar geleden exporteerde het land tarwe. Argentinië is nu met de export naar Zuid-Afrika gestopt. Het heeft het graan zelf hard nodig. Dat doet de prijzen in Zuid-Afrika harder stijgen.

„Deze regering heeft nooit gevochten voor de boerenstand, zoals in Europa gebeurt. Wij zijn de laatste op het lijstje van zorgen”, zegt Nico Hwakins van de belangenorganisatie Grain South Africa. De Zuid-Afrikaanse regering is druk bezig het land te herverdelen onder de tienduizenden zwarte families die door kolonialisme en apartheid van hun land verdreven werden. Ook al zijn juist keuterboeren helemaal niet bestand tegen de klappen van de wereldeconomie. „Bovendien hadden we makkelijk aan de gevolgen van de eveneens hoge brandstofprijzen kunnen ontsnappen als we hadden geïnvesteerd in het spoor”, klaagt Hawkins. „Tien jaar geleden vervoerden we 80 procent van alle granen over het spoor, nu nog eenderde wegens de onbetrouwbaarheid. Het is nu zelfs minder duur om tarwe uit de VS naar Johannesburg te vliegen, dan vanuit Kaapstad over de weg te vervoeren.”

Op de weelderige landerijen in de provincie Vrijstaat hebben de boeren dit jaar aanzienlijk meer hoop op een gunstige oogst dan vorig jaar. Hier produceren ze voornamelijk maïs, het belangrijkste voedsel in dit deel van de wereld. Na de aanhoudende droogte van de afgelopen vijf jaar kwamen dit seizoen de regens op tijd en in overvloed. „We halen dit jaar waarschijnlijk tien keer zoveel van het land als vorig jaar”, zegt de rondbuikige boer Ewert du Preez aan zijn keukentafel. Maar de kosten voor hem stegen ook explosief. De benzineprijzen net zo hard als in de rest van de wereld. Kunstmest werd 40 procent duurder.

Boeren lijden bovendien onder stroomonderbrekingen, nu de Zuid-Afrikaanse elektriciteitsverschaffer Eskom niet aan een kwart van de vraag kan voldoen, maar de stroomrekening wel met 40 procent verhoogt. En bovendien verloor de rand de afgelopen twee maanden bijna 20 procent in waarde tegenover de euro. „De voedselprijzen stijgen, maar wij als producenten profiteren niet. Iemand in de lange productielijn tussen mij en de consument bedondert de boel”, zegt boer Du Preez.

Dat is ook voor de rechter bewezen. De grootste broodfabrikant in Zuid-Afrika, Tiger Brands, moest vorige maand bijna 10 miljoen euro schadevergoeding betalen wegens kartelvorming. De grote broodfabrikanten zouden de prijs kunstmatig hoog hebben gehouden, waarbij ze de prijsstijgingen in de rest van de wereld als dekmantel gebruikten. Twee weken geleden werden ook de Zuid-Afrikaanse melkfabrikanten voor de rechter gedaagd wegens verdacht hoge prijzen.

In Lesotho dwingt de prijzengekte hulporganisaties tot improvisatie. De kosten van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP) stegen de afgelopen vijf jaar met bijna 50 procent en zullen met nog eens 30 procent stijgen in de komende twee jaar. Het WFP koopt nu de meeste maïs in de regio, waar de vooruitzichten goed zijn voor dit jaar. Zelfs het notoir hongerige Malawi zal de regio dankzij goede regens eind vorig jaar kunnen voeden met zijn overschotten.

De slachtoffers van de overstromingen in het zuiden van Mozambique worden gevoed met maïs uit het noorden. Maar de winst van de relatief goede maïsoogst wordt tenietgedaan door de hoge brandstofkosten voor de trucks die de voedselzakken door Afrika moeten rijden.

Die problemen komen net op het moment dat het WFP samen met andere hulporganisaties had besloten voedselhulp aan landen als Lesotho terug te schroeven, en in plaats daarvan geld uit te delen om de lokale economie te steunen. „Het is nogal arrogant van de donoren om de slachtoffers van een voedselcrisis voor te schrijven wat ze moeten eten. Wij geven ze de mogelijkheid om zelf te kiezen”, zegt een eigenzinnige Junus David van hulporganisatie Worldvision, tijdens een lunch in de hoofdstad Maseru.

In september berekenden de hulporganisaties dat ze 69 rand (bijna 7 euro) per persoon moesten uitdelen, waarmee de Basotho een voorgeschreven hoeveelheid bonen, maïs en kookolie konden kopen. In december kostte datzelfde voedselmandje 80 rand. En volgens de laatste berekeningen moet het budget nu nog eens 16 procent omhoog. „Dit is werken met een jojo”, zegt zijn collega Thabani Maphosa van Worldvision. „Hulporganisaties voelen dit als heel Afrika. Klimaatverandering, droogte, onvoorspelbaar weer, explosieve prijsstijgingen. We zitten in het midden van een storm, een perfect storm, die niet zomaar overwaait.”