Huiswerk het huis uit

Op school moeten pubers zelfstandig werken, maar dat kunnen ze lang niet allemaal. Huiswerk is een ramp. Ouders kopen massaal hulp in.

‘Onze zoon deed zijn huiswerk met een stripboek onder zijn schoolboeken, de radio aan, en een gameboy binnen handbereik. Op een goed moment hebben we zijn kamer helemaal prikkelarm gemaakt. Hij had alleen nog maar een stoel, een bureau en een bed. Het leek wel een gevangenis. Maar het hielp niets.”

Marjolein de Neef, die zelf huiswerkbegeleiding geeft aan autistische kinderen, en haar man werden wanhopig. Het tweede middelbare school-jaar van hun zoon was één grote ellende. Soms haalde hij negens en tienen, soms kwam hij met enen en tweeën thuis. Als hij het al vertelde. Want stiekem gedrag en een sfeer van wantrouwen slopen het huis binnen. Tot de ouders besloten hun zoon naar huiswerkbegeleiding te sturen. Dat was de beste beslissing ooit.

„Vroeger was het een statussymbool, het huiswerkinstituut. Tegenwoordig is het een normaal patroon: kinderen gaan naar school, naar de sportclub en naar huiswerkbegeleiding.” Vincent van Dijk is woordvoerder van Huiswerkbegeleiding.nl, de overkoepelende organisatie die zicht houdt op de particuliere instituten in Nederland. Het zijn er inmiddels zo’n zevenhonderd, variërend van eenpitters die in een paar vakken les geven, tot professionele organisaties met vakdocenten en psychologen. Per kind kunnen de kosten oplopen tot een paar duizend euro per jaar.

Van Dijk: „Wat we merken, is dat kinderen zich thuis niet goed meer kunnen concentreren. Veertig procent van de ouders in Nederland overweegt hun kind naar huiswerkbegeleiding te sturen. En waar vraag is, is aanbod. Alleen al deze week hebben we vier nieuwe instituten aangemeld op onze website. Vroeger ging je het leger in voor wat discipline, nu naar huiswerkcursus.”

De bedoeling is dat een kind op huiswerkcursus in een aantal maanden leert weer zelfstandig aan de slag te gaan, ook al zijn er kinderen die hun hele schoolcarrière op een instituut zitten.

De zoon van Marjolein de Neef heeft drie dagen per week van half vier tot half zeven deskundige begeleiding. Hij leert werken en plannen. Volgens haar zit hij veel lekkerder in zijn vel. „Als hij nu een onvoldoende heeft, is het geen ramp; er staan zoveel goede cijfers tegenover. Vroeger zat hij altijd in de stress over zijn schoolwerk. Hij deed weliswaar niks, maar was er toch voortdurend mee bezig. Nu heeft hij tijd over voor sport en leuke dingen.”

Zeven jaar geleden haakte bedrijfseconoom Joris Blankers (33) aan bij twee vrienden, de broers Yvo (anglist) en Reinier (natuurkundige) Richaers, die samen een huiswerkschool waren gestart. „Met ons drieën hebben we alfa, bèta en gamma in huis, en een driedubbele passie voor onderwijs.”

Ze zetten de eerste Studiekring op, nu hebben ze er eenendertig, verspreid over de ‘brede Randstad’. Bij de Studiekring is alle expertise aanwezig, van orthopedagoog en remedial teacher tot vakdocenten. Drie tot vijf dagen per week kunnen leerlingen van alle niveaus er na schooltijd terecht. Bij de één wordt er gewerkt aan de motivatie, bij de ander aan leerproblemen veroorzaakt door een beperking, en bij een derde aan het wegwerken van achterstanden.

Examentraining kan ook. „Het nieuwe leren, waarbij veel verantwoordelijkheid wordt gelegd bij de leerlingen zelf, gaat uit van een intrinsieke motivatie om te leren. Maar bij een puber gaat die vlieger vaak niet op. Als een leerling zich bij ons aanmeldt, moet hij zich committeren. Anders werkt het niet. Ook nemen we contact op met de mentor van school, om erachter te komen waar de kennishiaten of de problemen zitten. We leren de kinderen een systeem dat past bij hun werkhouding.

„Maar voorop staat dat leren niet iets is dat je even tussendoor doet. Daarnaast gaat het om technische aspecten van kennis verwerven: voor een toets moet je drie keer oefenen. Heb je er die week vijf, dan moet het kind vijftien keer oefenen en dat allemaal inplannen. Elke week schrijven we een verslag dat ook toegankelijk is voor de mentor van school.”

Max (15) wil naar het CIOS, de academie voor lichamelijke opvoeding. Hij sleept zich door het vmbo. „Ik ben elke keer maar net over gegaan. Dat gaf wel stress en gezeik. Dan wilde ik gaan sporten en dan zeiden mijn ouders: nee Max, pech gehad, eerst je huiswerk. Sinds twee maanden zit ik op Smart Studie. Dat was wel wennen. Je kunt niet na school lekker tv-kijken of zo. Maar mijn cijfers vertonen een stijgende lijn. Kijk, gezelligheid is iets wat ze willen vermijden daar. Als je even achterover leunt is het: kom op Max, effe doorzetten. Ze zijn zéér streng, maar wel aardig. Ik vind het okay. Als ik dit eerder had gedaan, had ik misschien wel havo kunnen doen.”

Janine Mulder heeft jarenlang aan huis middelbare scholieren begeleid. Ze is orthopedagoog en begonnen met bijlessen toen een moeder op de school van haar kinderen hulp vroeg voor haar zoon. Via mond-tot-mondreclame volgden er snel meer kinderen, van vmbo’ers tot gymnasiasten. Ze heeft maar één cliënt de wacht aangezegd. „Dat kind was puur uit gemakzucht door de ouders bij mij gedumpt. Ik moest het maar uitzoeken met hem. Dat is een houding waar geen huiswerkbegeleiding tegenop kan.”

Is ingekochte huiswerkbegeleiding niet altijd afschuiven? Mulder: „Absoluut niet. Welwillende ouders doen enorm hun best, maar krijgen soms als resultaat een volledig verziekte sfeer in huis en praten met hun kind alleen nog over school. Zo’n bokkige puber weet heus wel dat de ouders het goed bedoelen, maar ze kunnen niet uit de conflictspiraal komen.”

Met Mulder hebben ze niet zo’n relatie. „Dus stellen ze zich beleefd op en werken mee. Als ze thuiskomen, is het schoolgedeelte van hun bestaan afgesloten. De grote stressfactor blijft buiten de deur. Dan kan het aan tafel weer ergens anders over gaan.”

Mulder denkt dat huiswerkbegeleiding over meer gaat dan alleen huiswerk maken en naar een diploma toewerken. „Sommige pubers zijn volstrekt structuurloos. Dat ze hun agenda niet kunnen beheren is maar een klein detail van de grote chaos in hun hoofd. De geschreven taal in een agenda zegt ze helemaal niets. Hun hersens maken in deze periode van hun leven totaal andere clicks. Ze zijn vaak intens onzeker, depressief in de populaire versie van het woord – dus niet ziek – en niet in staat verband te leggen tussen eigen inbreng en succes.

„Zelfs het verband tussen eigen inbreng en gewoon plezier hebben, zien ze even niet. Wat je ze moet bieden, is een succeservaring die ze zelf hebben veroorzaakt. Het gaat om inslijpen en dat kost tijd. Je moet uitzoeken wat het beste werkt voor dat ene kind. Je brengt ze een aanpak bij waarmee ze zelf iets kunnen. Straffen helpt nooit, zeuren ook niet.”

„Veel kinderen denken of weten dat van hen wordt verwacht dat ze op alle vlakken goed scoren. Dat vind ik onzin. Het is zaak dat je zo goed mogelijk scoort in de vakken waarin je goed bent, want dan kun je mindere resultaten in de vakken die je niet liggen compenseren en slaag je uiteindelijk toch. Alleen dat al lucht de kinderen vaak op.”

Er is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de manier waarop puberhersens werken. Er blijkt van alles aan de hand, wat nogal eens als excuus wordt aangegrepen. De puber is tijdelijk wezensvreemd, de hersens functioneren niet naar behoren, hij is, het is wetenschappelijk bewezen, niet voor rede vatbaar. Dus eigenlijk kan een puber er niks aan doen dat het slecht gaat op school. En de ouders al helemaal niet.

Dat is wat al te gemakkelijk, vindt psycholoog en psychotherapeut Barbara van den Broeke. „Dat verhaal met die prefrontale cortex klopt. Dat deel van de hersenen waarmee we redeneren, plannen en selecteren, begint pas na de puberteit echt te werken, dat is aangetoond. Maar dat neemt niet weg dat er veel dingen zijn die pubers al wel goed kunnen. Leren bijvoorbeeld – als het kind dat althans op zijn eigen niveau mag doen. Je kind zielig vinden en alles dus maar laten zitten, helpt in elk geval niet.”

Wel zijn er andere zaken die niet bepaald meehelpen. „In mijn praktijk zie ik soms dat ouders te weinig tijd hebben. Dat verbaast mij wel eens, want er wordt in ons land relatief weinig dubbel gewerkt, laat staan door beiden fulltime. Hoe dan ook hebben sommige gezinnen simpelweg een te vol programma, ook de kinderen. De weinige tijd die ze met elkaar doorbrengen moet vooral gezellig zijn, dus in conflicten over uitgaan en schoolresultaten hebben ze dan geen zin. Er zijn ook ouders die de opvoeding stelselmatig hebben laten zitten. Wat je dan krijgt is een verwende baby van zeventien in de derde klas die niet met teleurstelling kan omgaan en geen enkele vorm van discipline kent. Toch zijn de verwachtingen torenhoog en staan de kinderen onder druk. De prinsjes en prinsesjes moeten wél excelleren.’ Uitbesteden lost dan praktische problemen op. Valt de huiswerkbegeleiding zo in het rijtje werkster, administrateur, tuinman? Van den Broeke: „Ik raad gezinnen met serieuze problemen aan huiswerkbegeleiding in te huren, als ze het geld hebben. Want dat scheelt dan in ieder geval alweer tien keer schreeuwen per dag.”

Wat ook niet helpt is het Studiehuis. Van den Broeke: „Dat is een drama. De eerste lichting vwo-ers met Studiehuis heeft inmiddels eindexamen gedaan. Ze presteerden lager dan hun voorgangers.” Dat was te verwachten, vindt Van den Broeke. „Het is overigens interessant dat meisjes het tegenwoordig beter doen op het vwo dan jongens.” Hoe dat komt, moet nog worden onderzocht. Van de kinderen op huiswerkbegeleiding is ruim zeventig procent jongen.

Voor Alexandra Faber kwam de huiswerkbegeleiding als een geschenk uit de hemel. Haar zoon ging met een Citoscore van 549 (550 is het maximum) naar het tweetalige vwo. Een ambitieus kind dat er echt zin in had, maar hij haalde slechte cijfers. „Mijn man en ik begrepen er niets van. Wij zijn allebei fluitend door de middelbare school gekomen. We gingen hem overhoren en achter de vodden zitten. Aan het eind van de brugklas mocht hij alleen over naar 2 havo. We gingen hem nog harder achter de broek aanzitten. Dat leidde tot ruzie. Ik wilde besteedde er dagelijks uren aan. Twee maanden voor de zomervakantie kregen we te horen dat hij alleen over kon naar de derde van het vmbo. Toen ben ik gaan zoeken op internet. De site van de Studiekring sprak me erg aan. Toen hij daar begon, had hij nog zes weken te gaan en stond hij er dramatisch voor, maar hij kon alsnog over naar 3 havo. En nu gaat het uitstekend. Had ik dit maar in de brugklas gedaan, dat had veel tranen gescheeld. Het is echt niet leuk als je een drie haalt voor wiskunde terwijl je vader wiskundige is. Nu krijgen we een sms: ‘Een acht voor Engels!’ De sfeer is er enorm op vooruit gegaan. Het kost wel wat – 239 euro per maand voor drie dagen per week plus een paar tientjes voor het begeleiden van de planning op de overige twee dagen.”

Vincent van Dijk van Huiswerkbegeleiding.nl wil de ‘branche professionaliseren’. „Nu kan iedereen zich huiswerkinstituut noemen. Er zouden op zijn minst regels moeten zijn waaraan voldaan moet worden, zodat ouders weten dat ze waar voor hun geld krijgen. Bovendien willen wij met één stem kunnen spreken, ook tegenover de politiek. Al vindt het ministerie van onderwijs dat huiswerkbegeleiding niet nodig zou moeten zijn of in elk geval niet onder zijn verantwoordelijkheid valt, willen wij wel een gesprekspartner zijn. Voordat Den Haag gaat bepalen wat een huiswerkinstituut is, willen we dat zelf doen. ”

Jasper van Dijk, SP-lid van de Tweede Kamer: „Dat de vraag naar huiswerkbegeleiding zo groeit, verbaast mij niets. Het publieke onderwijs faalt, dus zien ouders zich gedwongen extra onderwijs, want dat is huiswerkbegeleiding in feite, buiten school in te kopen. Door de onderwijsvernieuwingen, de lerarentekorten en de ophokplicht ofwel de urennorm, komen de zonder twijfel welwillende leerkrachten niet meer toe aan het geven van goed onderwijs. Maar niet iedereen kan huiswerkbegeleiding betalen, dus deze groei is voor mij niet acceptabel.”

Toch ligt het niet altijd aan de politiek, soms zijn het de omstandigheden. Estrella Waleson van het Montessori Lyceum Amsterdam volgt sinds enige tijd Blokken na de bel, een naschoolse huiswerkbegeleiding die twee maal per week op school zelf wordt gegeven door de eigen docenten. „Ik begon met gymnasiumadvies, ben dit jaar blijven zitten en probeer nu vwo te halen. Ik heb gewoon nooit thuis huiswerk gemaakt. Nou ja, misschien één keer. Er is geen rust. Te veel mensen in een te kleine ruimte, en dan geeft mijn moeder ook nog vijf dagen per week zangles aan huis. Op de begeleiding ben ik geconcentreerd bezig. Als je voor je uit staart, vraagt een leraar: wat is er? Als je opstaat, zeggen ze dat je al naar de wc bent geweest. Jammer dat het niet vijf dagen per week is. Want ik wil wel mijn vwo-diploma halen.”