Hollandse onmacht

Leg het rapport-Dijsselbloem over de afbraak van het onderwijs naast het rapport-Coronel over de afbraak van Ajax en je hebt de tijdgeest te pakken. Kijk maar, de boodschap is hetzelfde: weg met de hoogmoed van bestuurders die het te hoog in hun bol hebben en met hun ambities en ideetjes onherstelbare schade hebben aangericht. Weg met de machtspelletjes van autocraten die te ver zijn afgedreven van waar het eigenlijk om gaat. More…Het maakt niet uit of je het hebt over het onderwijs of over het Amsterdamse voetbal, het onderliggende verwijt is hetzelfde: het zijn de bestuurders die de werkelijkheid op een fatale manier uit het oog hebben verloren. Uit ijdelheid, stompzinnigheid, arrogantie, koppigheid, elitaire zelfgenoegzaamheid of ideologische blindheid - vul het zelf maar in.

De oplossing lijkt te eenvoudig om waar te zijn: terug naar de basis. De macht moet terug in de handen van de mensen die er verstand van hebben. Leraren moeten weer lesgeven, voetballers moeten weer gewoon voetballen. De spoorwegen moeten weer gewoon treinen laten rijden. Alles in Nederland lijkt ten onder te gaan aan potsierlijke, veel te hoog gegrepen ambities. We moeten weer realistisch worden.

Realisme - zo gemakkelijk is dat niet. In Nederland waant namelijk iedereen zich een realist. Vóór de commissie-Dijsselbloem was er een commissie onder leiding van Stef Blok die moest uitmaken of de integratie van allochtonen nu wel of niet gelukt was. Toen het rapport verscheen en de conclusie luidde dat de integratie redelijk gelukt was, kwam er een stortvloed van kritiek: hoe kon je zoiets zeggen in een land waarin vrouwenbesnijdenis, tasjesroof en rabiate haat jegens het vrije Westen hoogtij vieren? Dat rapport wilde afrekenen met een misplaatst idee van maakbaarheid, afgedwongen door multiculturalisme. Maar bij verschijning werd het hardhandig geconfronteerd met een nieuw idee van maakbaarheid, wat tot uiting kwam in de eis van totale aanpassing. Die ideologische golf is inmiddels over Nederland heen gespoeld, ons achterlatend met de rancune-partij van Wilders en lachwekkende wetsvoorstellen als een boerkaverbod. Probleem is dat de Hollandse islamcritici en neocons zichzelf zien als realisten bij uitstek.

Het is een Hollandse neiging: wanneer we eenmaal weten hoe het zit, denken we de werkelijkheid ook naar onze hand te kunnen zetten. Jaren later volgt een heftige reactie tegen de eigen misvattingen. Dan is het tijd voor een commissie en een rapport. De komende jaren kunnen we dan ook heel wat van die nietsontziende rapporten verwachten, waarin hardhandig wordt afgerekend met te hoog gespannen verwachtingen, overambitieuze projecten en misplaatste eigenwaan. En niet alleen op het gebied van onderwijs, zorg, verkeer en ruimtelijke ordening.

De afgelopen week gaf onze minister van Defensie zo ongeveer als laatste op deze planeet toe dat er ernstige fouten zijn gemaakt bij de invasie van Irak. Dat de hele onderneming een geval van ernstige ideologische verdwazing is geweest, zei hij nog niet - maar eens zal toch openheid van zaken gegeven moeten worden. Hetzelfde is het geval met de huidige missie in Uruzgan, die zowel als militaire, vredes- en opbouwmissie een uitzichtloos debacle dreigt te worden. Daarom vind ik het een beetje jammer dat het grootste deel van de Hollandse intelligentsia zich de afgelopen week heeft overgegeven aan koket zelfbeklag over het gezichtsverlies van Nederland, omdat hun Franse tegenhangers een goedkope publiciteitsstunt uithaalden met Ayaan Hirsi Ali. (Arme Hirsi Ali, ze mag zich nu weliswaar een hedendaagse Voltaire noemen, maar ze is speelbal geworden van aandachttrekkers die haar gebruiken om hun eigen tanende reputatie op te vijzelen. Woorden kosten niks. Ondanks alle poeha en grootspraak, is er geen land dat Hirsi Ali meer bescherming biedt dan Nederland haar geeft; niet Denemarken, niet Frankrijk - en het land van de vrijheid, de VS, en het steenrijke American Enterprise Institute bieden haar zelfs helemaal niks.
Jammer, zei ik, want nu dreigt de zaak van de 23-jarige Afghaanse journalist Sayed Pervez Kambakhsh uit het zicht te verdwijnen. Die werd onlangs in het nieuwe, ‘bevrijde’ Afghanistan ter dood veroordeeld omdat hij door kritische teksten van het internet te downloaden de islam beledigd zou hebben, of de Profeet, daar wil ik vanaf zijn. Ik zou zeggen dat een dergelijk vonnis om niks een schril licht werpt op al de opbouwmissies van onze jongens. Wat doen we daar eigenlijk? Wat is ons einddoel? Wat heeft het voor zin een waterput te slaan, wanneer een 23-jarige jongen om niets ter dood veroordeeld wordt? Wat is dan precies het verschil tussen de regering-Karzai en de Talibaan? Dáár zou ik Freek de Jonge graag eens over horen.

Of laat eigenlijk maar.

De verklaring voor die steeds weer terugkerende cyclus van bevlogenheid, ontnuchtering en wrok, dat inmiddels overbekende ritueel van ontsporing, commissie en rapport? Ik zou zeggen dat Nederland zichzelf steeds weer voorbij loopt in een poging om mee te komen in de grote wereld. Politici, bestuurders, bedrijfsvoerders, opiniemakers allemaal worden ze geconfronteerd met zaken die eigenlijk te groot zijn voor hen om te bevatten. Dat schept grote onzekerheid - en niemand zo bevattelijk voor waan en luchtkasteel als de bestuurder die onzeker is. Dat, of men vlucht in procedures om buiten schot te blijven, dan kan je later - als je voor de commissie moet verschijnen - niets verweten worden. De bestuurlijke malaise, de grootspraak van managers, de onrealistische vernieuwingsdrift van politici: allemaal onmacht.

Het mooist wordt die onmacht verwoord door Jan Peter Balkenende, die in deze krant een evangelisch betoog, waarin hij opriep tot vernieuwingsdrift en nieuw elan, afsloot met woorden die alles zeggen: „We zijn doorgeschoten in onze procedures. [...] We moeten onze besluitvorming redden uit de greep van de verstarring. Ik kijk reikhalzend uit naar de ideeën van de commissie-Elverding die dit voorjaar met concrete adviezen komt.”