Het vermogen laten varen

Met het financieren van zeeschepen kon in de VOC-tijd een fortuin worden verdiend, of verloren. Deze vorm van beleggen is weer springlevend

De VOC-mentaliteit waar premier Balkenende zo aan hecht, leeft nog volop. Zelfs in een authentieke navolging van de VOC: de Nederlandse scheeps-cv. Ook die biedt beleggers de kans als mede-eigenaar een zeeschip te exploiteren. Net als de bestuurders van de VOC, de Heeren XVII, mogen deze investeerders rekenen op sympathie en forse steun van de overheid.

In de 21ste eeuw bestaat die steun uit een ‘belastingvrijdom’ vastgelegd in de tonnageregeling. Nederland was in 1996 een van de eerste landen die deze verkapte belastingvrijstelling introduceerde. Al snel volgden onze buurlanden en de meeste andere maritieme naties. De tonnageregeling fixeert de exploitatiewinst van een zeeschip op een vast bedrag. „Voor een kustvaarder met een laadvermogen van 8.000 ton is die vaste fiscale jaarwinst 5.800 euro”, zo meldt Gijs van Nieuwkoop van rederij Carisbrooke Shipping.

Dat is bijna symbolisch omdat de werkelijke jaarwinst met zo’n schip kan oplopen tot meer dan 800.000 euro. Een beleggen neemt bijvoorbeeld voor 1 procent deel. Dan ontvangt hij 8.000 euro uit de winst. De fiscale gevolgen voor deze belegger hangen af van de keuzes die hij maakt. Vormt hij samen met anderen in een commanditaire vennootschap (cv) een besloten groep, dan wordt de belegger in box 1 van de inkomstenbelasting uitsluitend belast voor zijn aandeel van 1 procent in de fiscale winst van 5.800 euro, oftewel 58 euro. Dat kost hem dus hooguit enkele tientjes. De rest van die 8.000 euro winst is belastingvrij.

Edwin Heidema, fiscaal expert op het gebied van de tonnageregeling bij het Rotterdamse advieskantoor Deloitte kan nóg een voordeel noemen: „Normale beleggers betalen 1,2 procent vermogensrendementsheffing (box 3) over de waarde van hun belegging. Dat is hier niet het geval. Dit vergroot het rendement voor de belegger.”

Daarnaast bestaat er een andere beleggingsmogelijkheid. Dat is de open scheeps-cv. Die lijkt op een gewoon beleggingsfonds. In dat geval rekent de cv de fiscale winst zelf af tegen een tarief van 20 procent. De belegger krijgt alle uitkeringen belastingvrij uitgekeerd maar hij betaalt wel de 1,2 procent vermogensrendementsheffing.

De eersten die gezamenlijk in een rechtspersoon een schip exploiteerden, waren in 1602 de pioniers van de VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie). De scheeps-cv is een rechtstreekse opvolger van deze innovatieve financiering van zeeschepen. Het gaat om een rechtspersoon met commandieten (geldschieters) die niet méér kunnen verliezen dan hun inleg. Daarnaast zijn er beherende vennoten (bestuurders). In de besloten cv lijkt de belegger op een ondernemer; in de open cv op een aandeelhouder.

Na een wetswijziging in 2001 werd de tonnageregeling voor particuliere beleggers echt lucratief. Wie daar in een scheeps-cv van wil profiteren, moet eerst enkele belangrijke keuzes maken. Om te beginnen moet hij kiezen voor de open of besloten vorm. In dat laatste geval zit men tot het eind van de looptijd aan de belegging vast. Hij moet zich ook afvragen of hij zijn geld in één schip wil steken, in een groep van bijvoorbeeld vier schepen of in een cv die in een ‘winstdelingspool’ opereert. Dat heeft alles te maken met het afdekken van risico’s.

„Die liggen vooral in de sfeer van uitval, dus het stilliggen van het schip”, zegt reder Van Nieuwkoop. „Het is op het moment heel koud in China. Ze hebben daar al hun steenkool nu zelf nodig. Dus liggen er schepen voor het overzeese kolenvervoer werkeloos in Chinese havens.”

Zoiets moet niet al te vaak gebeuren want dat drukt het rendement. De scheeps-cv’s kunnen hun risico’s beperken door het schip voor jaren aan één stuk te verhuren (time charter). De opbrengst is dan bescheiden maar bestendig. Het alternatief is het onzeker maar profijtelijker inzetten van het schip op de plaatsen waar op dat moment de hoogste vrachttarieven worden betaald (spot market). Bij de keuze voor een scheeps-cv moet de belegger een visie hebben op de marktontwikkelingen. Investeert hij in gastankers, containerschepen of vrachtschepen met eigen kranen die primitieve Afrikaanse havens aan kunnen doen? Vooral dat soort keuzen bepalen het jaarlijkse rendement uit exploitatie dat in veel gevallen rond 5 tot 9 procent ligt.

De slagroom op de taart moet komen van de winst als het schip aan het einde van de looptijd wordt verkocht. Bij een goede markt voor tweedehands schepen kan het jaarrendement met terugwerkende kracht verviervoudigen; het kan evenzogoed wegsmelten. De verborgen premie van de tonnageregeling is dat ze ook de verkoopwinst afdekt. Die blijft dus onbelast.

Het lukt de scheeps-cv’s de laatste jaren de beloofde rendementen meer dan waar te maken. Maar de eerste jaren van deze eeuw waren slechte jaren. Ook de gestegen staalprijzen en een krapte in de bevrachtingsmarkt werken prima resultaten in de hand. En dat in een tijd waarin beleggers op de effectenbeurs weinig reden hebben om te juichen. Maar een wereldwijde recessie laat ook de exploitatie van zeeschepen niet ongemoeid.

Voor het plotseling wegvallen van de tonnageregeling hoeft de belegger niet te vrezen. Voor de meeste cv’s heeft de Belastingdienst de tonnageregeling gedurende de looptijd van de cv gegarandeerd. De belegger moet dit wel nagaan voordat hij in een scheeps-cv stapt. Overigens is er weinig kans dat de Haagse of Brusselse politiek de ‘belastingvrijstelling’ stopzet. Bijna alle maritieme landen hanteren deze vorm van staatssteun. Over ongeveer twee maanden presenteert minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat, CDA) de kabinetsplannen rond de zeescheepvaart. De Tweede Kamer heeft hem al ingeprent dat de tonnageregeling verder verruimd moet worden.

De Hollandse vlag op de wereldzeeën is een politiek sterk symbool. Zo sterk dat het de Kamer niet deert dat er geen inzicht bestaat in de kosten van deze feitelijke belastingvrijdom. Bij zoveel politieke vastberadenheid is het voor beleggers aantrekkelijk een graantje mee te pikken. Het gaat om een aanvullende belegging voor goed geïnformeerde fijnproevers, die beseffen dat zelfs een fiscale winstvrijstelling niets betekent als er geen winst met de schepen wordt gemaakt.