Het onzalige idee van het Elektronisch kinddossier

Op de Opiniepagina van 19 februari betoogt André Rouvoet, minister voor Jeugd en Gezin, dat kindermishandeling een groot probleem is en dat er alles aan gedaan moet worden om het verschijnsel terug te dringen. Dit betoog onderschrijf ik volledig.

Het middel dat de minister wil inzetten om het kwaad te bestrijden, is het Elektronisch kinddossier (EKD). Vanaf 1 januari 2009 krijgen alle kinderen van 0 tot 19 jaar een EKD, dat informatie bevat ”over het kind, de gezinssituatie en de omgeving”. Ik betwijfel of dit het juiste middel is. Het zou me niet verbazen wanneer het inrichten van miljoenen EKD`s het aantal gevallen van kindermishandeling niet zal doen afnemen. Wat Rouvoet nastreeft, zal een bureaucratie van immense omvang veroorzaken, met alle misverstanden en fouten die daarmee gepaard plegen te gaan. De neiging zal bestaan om het EKD voor zoveel mogelijk partijen toegankelijk te maken. Hoe ruimer de toegankelijkheid, hoe groter het gevaar dat de privacy van de betrokkenen wordt geschaad.

Misschien kan Rouvoet dit onzalige idee beter laten vallen, en eens nadenken over andere middelen.

Paul van Ginneken

Groningen

Helaas maakt minister Rouvoet in zijn artikel een kleine, maar in het verkeer tussen overheid en burgers betreurenswaardige fout. Het dossier van een kind is niet van de overheid, maar van de professionals, schrijft hij. Mis. Het dossier is van het kind en diens opvoeders. Professionals leveren ouders met hun zorg een dienst.

De minister lijkt wederom te onderstrepen dat kinderen en opvoeders object van interventie zijn en geen volwaardig opdrachtgever of deelnemer.

Zorg wordt betaald door de overheid en dient naar doelmatigheid en rechtmatigheid verantwoord te worden. In het dossier van een kind in zorg hoort een hulpverleningsplan te zitten, omdat anders de grondslag voor financiering ontbreekt.

Maar het dossier ontleent zijn bestaansrecht aan de vraag van kind en opvoeders en is dus van hen. De dertig procent werktijd die bij vele professionals opgaat aan het invoeren van gegevens, gaat maar voor een klein deel op aan het informeren en steunen van opvoeders bij de zorg. Overheidsvoorschriften gaan voor. En of die samenhang steunen is maar de vraag.

Het denken in termen van `het grote kwaad van kindermishandeling` maakt het er niet beter op. Er ligt het Verdrag van de Rechten van het Kind dat zegt dat kinderen recht hebben op een veilig opvoedingsklimaat. Het kind staat centraal, niet de samenleving.

Zonder met de minister van mening te verschillen over de noodzaak kindermishandeling te bestrijden, zou een andere aanpak dan die van grote morele staatsmijnenveger vruchtbaarder zijn. Steun ouders bij opvoeden in plaats van hen telkens te vertellen dat elk verzet zinloos is omdat het registratiesysteem hen wel oppakt.