Het is nu even gedaan met grenswijzigingen op Balkan

Is het na zondag, toen Kosovo zich onafhankelijk verklaarde, afgelopen met het wijzigen van grenzen op de Balkan? Vooralsnog wel. En een Groot-Albanië mag er niet komen.

Is de ontmanteling van het oude Joegoslavië nu voorbij? De oude federatie is uiteengevallen in zeven landen. In 1991 liepen Slovenië, Kroatië, Bosnië en Macedonië weg, in 2006 volgde Montenegro, afgelopen zondag werd ook Kosovo onafhankelijk. Servië resteert als een kleine rompstaat, slechts een beetje groter dan het was toen in 1912 de vereniging van de Zuid-Slaven – de bevrijding van de andere Zuid-Slavische volkeren van het Ottomaanse en het Habsburgse juk – begon met de Eerste Balkanoorlog.

De ontmanteling is in zoverre voorbij dat niet op overzienbare termijn kan worden gerekend op nieuwe staten, onafhankelijkheidsverklaringen op de Balkan, en al helemaal niet met internationale erkenning daarvan. Eerder dringt zich een andere vraag op: er zijn nu twee Albanese staten in Europa, Albanië en Kosovo, en er zijn Albanese minderheden in de buurlanden Macedonië (een kwart van de bevolking), Montenegro en Servië. In Macedonië en het zuiden van Servië hebben die minderheden aan het begin van dit decennium oorlogjes ontketend. Zullen al die Albanezen nu niet gaan ijveren voor een nieuw land: Groot-Albanië? Is Hashim Thaçi, premier van het kersverse nieuwe land Kosovo zijn politieke carrière niet begonnen als activist voor de pan-Albanese gedachte? Hebben de Kosovaren niet jarenlang gezwaaid met de vlag van buurland Albanië, die rode vlag met de tweekoppige adelaar van hun vijftiende eeuwse Vader des Vaderlands, Skanderbeg?

Een Groot-Albanië zal er niet komen. En de leiders van Albanië en Kosovo hebben er de afgelopen weken en maanden alles aan gedaan om dat duidelijk te maken. In al zijn toespraken heeft Hashim Thaçi het woord Albanië niet één keer laten vallen. Albanese leiders bleven weg toen Kosovo zondag zijn onafhankelijkheid uitriep, en lieten zorgvuldig uitlekken dat ze dat deden om te voorkomen dat hun aanwezigheid verkeerd zou worden geïnterpreteerd en de gedachte aan een Groot-Albanië zou opkomen. Om diezelfde reden wilde Albanië ook uitdrukkelijk niet het eerste land worden dat Kosovo erkende.

De leiders van Kosovo en Albanië en die van de Albanese minderheden in de buurlanden weten dat de internationale gemeenschap een Groot-Albanië nooit zou accepteren. Het zou een verdere fragmentatie van de Balkan en nieuwe oorlogen betekenen.

En als de internationale gemeenschap het niet wil, kómt er ook geen Groot-Albanië. Albanië en Kosovo slaan een Europese weg in. Ze willen naar de EU en naar de NAVO. Een streven naar een Groot-Albanië zou direct een eind maken aan de kansen op lidmaatschap, zou ook direct een eind maken aan de economische hulp van Europa waarop ze zijn aangewezen. In het plan van de Finse diplomaat Martti Ahtisaari, de basis van de Kosovaarse onafhankelijkheidsverklaring, staat trouwens met zoveel woorden dat Kosovo zich niet bij andere landen mag aansluiten. De onafhankelijkheidsverklaring belast Kosovo met zo veel plichten en voorwaarden dat historicus en columnist Timothy Garton Ash het in The Guardian (en donderdag op de opiniepagina van deze krant) had over een áfhankelijkheidsverklaring.

Er zijn nog meer redenen waarom het met dat Groot-Albanië niet zo’n vaart loopt. Er is geen steun voor bij het Albanese publiek. De afgelopen honderd jaar hebben de Albanezen nooit in één land geleefd, afgezien van een korte periode in de Tweede Wereldoorlog, toen de Italianen er de dienst uitmaakten. De Kosovo-Albanezen hebben na die oorlog in het Joegoslavië van Tito geleefd: redelijk rustig, redelijk welvarend. De Albanese Albanezen kregen bijna een halve eeuw keihard stalinisme en totaal isolement, van Enver Hoxha en zijn opvolger Ramiz Alia, voor hun kiezen. Toen die ellende in 1991 voorbij was, moesten ze toezien hoe die redelijk welvarende Kosovo-Albanezen massaal naar Albanië kwamen,hun relatieve rijkdom tentoonspreidden en alles opkochten wat los en vast zat. Heel populair maakten ze zich toen niet, en de animo van de Albanese Albanezen om het land uit te breiden met twee miljoen nog steeds relatief rijkere Albanezen is niet zo groot.

De Albanese Albanezen zitten evenmin te wachten op de Albanezen uit buurland Macedonië. Die vinden ze eigenlijk een beetje achtergebleven, ze zijn te religieus. De Albanezen in Montenegro voelen zich thuis in hun land. En in Zuid-Servië leven te weinig Albanezen (het gaat maar om drie gemeenten) om gewicht in de schaal te leggen.

Zelfs ijveraars voor een Groot-Albanië, zoals de Kosovaarse econoom Sabit Bunjak, geloven er niet meer in. „Onze eisen zijn ingewilligd. Waarom zouden we om meer vragen”, zei hij deze week tegenover het persbureau AP. Albanië en Kosovo vormen „twee staten maar één natie”, zei donderdag de belangrijkste schrijver van de Albanezen, Ismail Kadare, tegenover een Albanese krant. Maar verder? Hoop is er, wellicht. „Diep van binnen” betreuren de Albanezen het misschien als één volk in twee staten te moeten leven, zo schreef de Albanese krant Shekulli, maar ze weten dat „de geschiedenis niet alles in één keer geeft”.

Geen Groot-Albanië dus. Al zijn niet-Albanezen er niet gerust op. „De leiders van Kosovo moeten een staat opbouwen, steen voor steen, en het fundament moet garanties bevatten dat het denkbeeld van een Groot-Albanië is opgegeven”, zo schreef deze week het Macedonische blad Dnevnik.

Elders op de Balkan zal de komende tijd wel regionaal gerommel zijn. De Bosnische Serviërs, fundamenteel kwaad omdat ze in Bosnië leven, zullen moeilijk blijven doen. Hun premier Milorad Dodik lijkt het denkbeeld om een referendum over afscheiding te houden als Kosovo onafhankelijk mag worden, in de ijskast te hebben gezet, maar zijn parlement wil dat referendum wel degelijk nog steeds.

De Bosnische Kroaten zullen, nu Kosovo’s eenzijdige stap internationaal is erkend, nog meer ijveren voor een eigen entiteit in Bosnië. De moslims in de Servische regio Sandzak en de Hongaren in Vojvodina en Transsylvanië zullen hun problemen blijven onderstrepen. Maar als het gaat over wijzigingen van de huidige grenzen zijn alleen de Serviërs in het noorden van Kosovo nog een serieus probleem: in en rond Mitrovica heeft de Kosovaarse regering niets te zeggen, en formele afscheiding van het gebiedje blijft een optie.