Doden door probiotica

Volgens Utrechtse onderzoekers is er een directe relatie tussen de toediening van probiotica aan patiënten met een zware acute alvleesklierontsteking en de verhoogde sterftecijfers ten opzichte van de controle groep (`Doden in studie toch direct gevolg probiotica`, W&O 14 februari). Bij 9 patiënten stierf een deel van de darm af na toediening van probiotica, en deze complicatie verliep bijna altijd dodelijk; in de controlegroep kwam die bijwerking niet voor. Het ligt dus voor de hand aan te nemen dat probiotica bij een aantal patiënten het afsterven van een deel van de darm hebben veroorzaakt. En er is ook best wel een mogelijke verklaring die nader kan worden onderzocht. In het begin van de darm, de twaalfvingerige darm (duodenum), moet maagzuur worden geneutraliseerd omdat anders de darmwand wordt beschadigd. De alvleesklier speelt daarbij met de productie en afgifte van bicarbonaat een zeer belangrijke rol. De toevoeging aan het duodenum van melkzuur producerende probiotica komt er op neer dat naast maagzuur dan ook nog eens melkzuur in de darm moet worden geneutraliseerd. Het is denkbaar dat sommige patiënten met een zieke alvleesklier daartoe niet meer in staat waren en de daaruit voortvloeiende verzuring beschadiging en afsterven van een deel van de darm heeft veroorzaakt.