Debye 5

De brief van NIOD-onderzoeker Martijn Eickhoff laat zien, dat het NIOD Nobelprijswinnaar Debye voornamelijk heeft beoordeeld op basis van informatie uit archieven (W&O 2 februari). Voor een getrouwe reconstructie van Debye`s handelen van 70 jaar geleden, is niet alleen archiefkennis belangrijk. Zijn daden dienen in de geest van die rechteloze tijd te worden geplaatst. Dit vormde de kern van de opdracht van het Ministerie OCW aan het NIOD.

Uit deze brief en het rapport blijkt dat het NIOD zich daaraan niet heeft gehouden. Het suggereert dat Debye alle vrijheid van handelen had. Met de Rockefeller Foundation als sponsor, moest Debye topwetenschap zien te bedrijven onder een bruut regime. Dit beperkte zijn speelruimte. Debye ging gewiekst met het regime om, hier was hij met reden niet eerlijk tegen en omdat hij een slimme onderhandelaar was, heeft hij toch belangrijke concessies kunnen afdwingen.

Waarom wordt het compromis over de naam van de witte jood” Planck zo gebagatelliseerd? Binnen het instituut kreeg Planck alle eer; geen van de andere KWI-directeuren durfde zoiets te wagen. De naamgeving ging zelfs verder. Debye had Max Planck Institut in gouden letters boven de ingang laten aanbrengen. Ook in alle publicaties werd Berlin-MPI als affiliatie vermeld. Debye liet zich niet inpakken en was dus niet loyaal. Hij nam zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. In mijn brief van 19 jan. heb ik diverse voorbeelden gegeven van zijn riskante en confronterende optreden.

Dat Debye zich als opportunist gedroeg, wordt niet gestaafd door historische feiten. Ook de circulaire van de Duitse natuurkundige vereniging wordt niet in de historische context geplaatst. In die periode waren er meer dan 100 wetenschappelijke verenigingen, hiervan hebben de Duitse historici en de juristen de arisering in 1933 doorgevoerd. Hoe kan Eickhoff dan stellen dat de natuurkundigen in december 1938 het regime nog langer hadden kunnen provoceren? We spreken dan een maand na de Kristallnacht!

In het kader van die circulaire wordt niet naar de Nederlandse situatie verwezen. Tijdens de bezetting kregen de voorzitters van alle verenigingen opdracht de joodse leden uit te sluiten. Dit is de voorzitters nooit kwalijk genomen. Noch de verenigingen, noch de voorzitters hebben later publiekelijk excuses aangeboden.

Al die tijd stond Debye in hoog aanzien in Nederland. Eickhoff staat alleen met zijn beladen termen als loyaal, opportunist en meerduidig. Anderen die Debye`s leven hebben onderzocht, schetsen een beeld dat overeenkomt met dat van zijn tijdgenoten. Die hadden grote bewondering en waardering voor hem. De commissie Terlouw heeft zijn acties wel in die benarde tijd gesitueerd. Net als de Nederlandse Inlichtingendienst in 1941, concludeert zij: Debye handelde te goeder trouw” en daarom luidt haar advies: handhaaf Debye`s naam”.